ECLI:NL:GHSHE:2025:892
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte ontucht met minderjarig pleegkind wegens onvoldoende bewijs
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft in hoger beroep het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigd en verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde ontucht plegen met zijn minderjarig pleegkind.
De rechtbank had verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, en had schadevergoedingen toegewezen aan de benadeelde partijen. Het hof oordeelde echter dat de verklaringen van het slachtoffer en diens tweelingzus, die als dragend bewijsmateriaal dienden, onvoldoende betrouwbaar waren vanwege inconsistenties, suggestieve vragen in studioverhoren en tegenstrijdigheden.
Het hof stelde vast dat de verklaringen van het slachtoffer in de tijd steeds zwaardere beschuldigingen bevatten die niet consistent waren en dat er geen voldoende steunbewijs was. Ook de verklaringen van getuigen boden onvoldoende steun. Hierdoor kon het hof niet tot een bewezenverklaring komen en sprak verdachte vrij.
Daarnaast verklaarde het hof de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen tot schadevergoeding, omdat geen straf of maatregel tegen verdachte werd opgelegd. De benadeelde partijen werden veroordeeld in de proceskosten. Het hof benadrukte de ernstige en verdrietige situatie, maar beperkte zich tot de bewijsvraag.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van ontucht wegens onvoldoende betrouwbaar bewijs.