ECLI:NL:GHSHE:2025:90
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsingsverzoek gezag en zorgregeling in hoger beroep familierecht
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die het gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind tussen haar en de vader vaststelde, alsmede een zorgregeling voor omgang met de vader. Zij verzocht tevens om schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van deze beschikking.
De moeder stelde dat het niet in het belang van het kind is dat zij samen met de vader het gezag uitvoert en dat de zorgregeling te snel wordt opgebouwd, vooral vanwege de overnachtingen bij de vader en de weerstand van het kind. De vader en de Raad voor de Kinderbescherming waren het hier niet mee eens en benadrukten het belang van spoedige uitvoering en begeleiding.
Het hof overwoog dat de moeder onvoldoende onderbouwing had gegeven voor schorsing van het gezag en de zorgregeling. De rechtbank had de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de moeder kon niet aantonen dat dit onredelijk was. De opbouw van de zorgregeling was geleidelijk en rekening houdend met het belang van het kind. Het schorsingsverzoek werd daarom afgewezen.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking werd door het hof op 16 januari 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hof wijst het schorsingsverzoek van de moeder af en verklaart dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.