Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft het vonnis van de politierechter bevestigd in hoger beroep van een verdachte die werd veroordeeld voor rijden onder invloed van alcohol en wederspannigheid. De verdediging voerde diverse verweren aan tegen de rechtmatigheid van het bloedonderzoek, waaronder het ontbreken van een effectief recht op tegenonderzoek en schending van de waarborgen rondom het bloedonderzoek. Ook werd betwist dat het bloedonderzoek volgens de wettelijke voorschriften was uitgevoerd.
Het hof oordeelde dat het bloedonderzoek rechtmatig was verricht, mede omdat de verdachte toestemming had gegeven na een positieve speekseltest voor verdovende middelen. De vermeende onjuiste informatie over de kosten van een tegenonderzoek vormde geen schending van het recht op een eerlijk proces. De keten van bewaring van het bloedmonster was sluitend en de hoeveelheid bloed was voldoende afgenomen. De verweren tegen de bewijsvoering werden verworpen.
Ten aanzien van de wederspannigheid achtte het hof bewezen dat de verdachte zich aan zijn aanhouding onttrok en geweld gebruikte tegen de verbalisanten. De verdediging werd ook op dit punt niet gevolgd. De strafmotivering werd aangevuld met een correctie omtrent recidive, waarbij bleek dat een eerdere veroordeling nog niet onherroepelijk was op het moment van het delict. De opgelegde straf van een geldboete van € 1.000 en een gedeeltelijk voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid werd gehandhaafd.