De verdachte, werkzaam als administratief medewerker bij een orthopedagogisch centrum, heeft gedurende ruim vijf jaar geldbedragen tot een totaal van €282.120,86 verduisterd van haar werkgever. Zij maakte misbruik van haar positie door betalingen via de bankpas van de werkgever te doen en deze in de boekhouding als reguliere kosten weg te schrijven, waardoor de verduistering jarenlang onopgemerkt bleef.
In eerste aanleg werd de verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Tegen dit vonnis stelde zij hoger beroep in. Het hof bevestigt de bewezenverklaring, maar wijzigt de strafoplegging. Gelet op de ernst van het feit, de duur en stelselmatigheid van de verduistering, en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder haar zorg voor zieke echtgenoot en financiële situatie, legt het hof een taakstraf van 240 uur op en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van twee jaar.
Het hof houdt rekening met de overschrijding van de redelijke termijn en het feit dat de zaak aanvankelijk was geseponeerd. De verdachte heeft haar schuld erkend, spijt betuigd en reeds een groot deel van het verduisterde bedrag terugbetaald. De taakstraf wordt bij niet-naleving vervangen door 120 dagen hechtenis. Hiermee wordt recht gedaan aan de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.