Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over hem gesteld gezag en aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent’ en de verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaren. De politierechter heeft bij deze voorwaardelijke straf bijzondere voorwaarden gesteld, te weten een meldplicht bij de reclassering, een contactverbod met [slachtoffer 1] , een locatieverbod voor [locatie 1] en [locatie 2] en een inspanningsverplichting voor het vinden en behouden van betaald en/of onbetaald werk, met een vaste structuur. De politierechter heeft de verdachte ook veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van tachtig uren subsidiair veertig dagen hechtenis. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] is toegewezen tot een bedrag van € 846,61, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De politierechter heeft de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard.
opzettelijk een minderjarige heeft onttrokken en onttrokken heeft gehouden aan het wettig over die minderjarige gesteld gezag van de vader en aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over die minderjarige uitoefende, terwijl die minderjarige beneden de twaalf jaren oud was’. Het bewezenverklaarde wordt daarom opnieuw en als volgt gekwalificeerd:
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
taakstrafvoor de duur van
80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
40 (veertig) dagen hechtenis.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]
€ 514,28 (vijfhonderdveertien euro en achtentwintig cent) ter zake van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.