Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte]
De verdachte heeft op zitting verklaard dat de fokkerij (en de dieren) van haar zoon was c.q. waren. [medeverdachte] is dan ook in ieder geval als houder van de dieren te beschouwen. Uit het dossier volgt voorts dat de hondenfokkerij was gevestigd op het perceel aan de [adres] , zijnde het woonadres van verdachte, waar eveneens de overige dieren verbleven. Uit het dossier blijkt verder dat zich ook honden bevonden in de woning van verdachte en dat [medeverdachte] samen met verdachte de dieren verzorgde. Dit laatste volgt uit de bevindingen tijdens de controles: diverse malen is geconstateerd dat verdachte actief was bij de verzorging van de honden; zij droeg werkkleding en begaf zich in de rennen om aldaar ontlasting te verwijderen. Deze bevindingen vinden steun in het rapport van [inspecteurs] waarin verslag wordt gedaan van een gesprek met [naam] , die verklaarde dat verdachte meehielp bij het verzorgen van de dieren. Nu zowel verdachte als [medeverdachte] een wezenlijke rol hadden in de verzorging van de dieren is naar het oordeel van de rechtbank sprake van medeplegen en moet ook verdachte als houder van de dieren worden aangemerkt.”
memorie van toelichting bij de Wet aanpak dierenmishandeling en dierenverwaarlozing, dossiernummer 35892, nr. 3, vergaderjaar 2020-2021):
1.
De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van dit hof op 7 april 2026, voor zover inhoudende:
2.
De veterinaire verklaring met betrekking tot de inspectie op 16 februari 2021, opgesteld door drs. [dierenarts] , senior inspecteur NVWA, politiedossier pagina 75, voor zover inhoudende:
- het voor het overige lege strafblad van de verdachte (blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 18 december 2025);
- de fysieke en mentale klachten van de verdachte;
- het feit dat de verdachte en haar zoon al geruime tijd gebukt gaan onder een publiekelijke veroordeling met bedreigingen. De verdachte heeft aangegeven dat de impact hiervan op haar en haar zoon enorm is en dat zij sinds deze zaak in een isolement leven.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden.
10 (tien) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 10 (tien) jaren ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
taakstrafvoor de duur van
20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
10 (tien) dagen hechtenis.