De verdachte werd door de politierechter veroordeeld voor het rijden onder invloed van cannabis met een taakstraf en ontzegging van de rijbevoegdheid. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter wegens onvoldoende motivering en verklaarde het tenlastegelegde bewezen: de verdachte had op 19 oktober 2023 te een plaats een personenauto bestuurd met een THC-gehalte van 3,3 microgram per liter bloed, hoger dan de wettelijke grenswaarde.
Het hof hield rekening met het recidivekarakter van de verdachte, zijn persoonlijke omstandigheden en de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Het legde een geldboete van €450,- op, een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar, en subsidiaire hechtenis van 4 dagen bij niet-betaling.
De straf weerspiegelt de ernst van het feit en het belang van verkeersveiligheid, terwijl rekening is gehouden met de geringe overschrijding van de THC-grens en de persoonlijke situatie van de verdachte.