De verdachte werd door de politierechter veroordeeld voor het rijden onder invloed van cannabis met een taakstraf en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 8 maanden. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter wegens onvoldoende motivering en verklaarde het tenlastegelegde bewezen: de verdachte had op 19 oktober 2023 een voertuig bestuurd met een THC-gehalte in het bloed van 3,3 microgram per liter, hoger dan de wettelijke grenswaarde. De eerdere veroordeling van de verdachte voor een soortgelijk feit werd meegewogen.
Het hof legde een geldboete van €450 op, subsidiair 4 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar. Hierbij werd rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn werk in de horeca en woon-werkafstand.
De strafoplegging volgt de landelijke oriëntatiepunten voor rijden onder invloed van THC en beoogt zowel strafrechtelijke afdoening als preventie van herhaling. Het arrest werd op 15 april 2026 uitgesproken door het hof 's-Hertogenbosch.