Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Gronden
De gronden voor de beslissing
Tijdens de beroepsprocedure die tot de uitspraak van het hof van 6 oktober 1998 heeft geleid, was er, gelet op de hiervoor onder 2.1 opgenomen tekst, geen geschil meer over de naheffingsaanslag. Wat verzoeker nu naar voren brengt zijn feiten of omstandigheden die destijds ook bekend waren.
Verzoeker stelt dat het niet kan kloppen dat de uitspraak vermeldt dat de grieven zijn ingetrokken. Indien de gemachtigde of verzoeker, die destijds ook zelf ter zitting aanwezig was, bij vergissing of ten onrechte de grieven heeft ingetrokken, komt dat voor rekening en risico van verzoeker. Indien het hof ten onrechte heeft geconcludeerd dat de grieven zijn ingetrokken, had verzoeker in cassatie kunnen gaan. Het cassatieberoep is destijds echter niet doorgezet. De mogelijkheid tot herziening is uitdrukkelijk niet bedoeld om het door de desbetreffende rechterlijke uitspraak afgesloten debat te heropenen. Ook de stelling dat de Belastingdienst in het kader van de inkomstenbelasting in de compromissfeer heeft erkend dat verzoeker in België woonde maakt dit oordeel niet anders. De stelling dat de grondslag voor verzoekers naheffingsaanslag dezelfde is als die van zijn echtgenote en dat daarom het niet mogelijk is dat het hof in zijn zaak anders heeft geoordeeld dan in die van zijn echtgenote, heeft verzoeker onvoldoende onderbouwd. Het hof wijst het verzoek tot herziening dan ook af.
3.Beslissing
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).