Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2026:1169

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
6 mei 2026
Zaaknummer
20-003124-24
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak vernieling en veroordeling voor hennepteelt en stroomdiefstal

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte vrijgesproken van het onder feit 3 tenlastegelegde vernieling van een woning. Het hof achtte het bewijs onvoldoende om vast te stellen dat de vernielingen op de ten laste gelegde datum waren gepleegd.

Wel werd bewezen verklaard dat de verdachte op 12 oktober 2022 te 's-Hertogenbosch opzettelijk een grote hoeveelheid van ongeveer 285 hennepplanten teelde en illegaal elektriciteit afnam van het netwerkbedrijf. De verdachte was huurder van de woning waar de hennepkwekerij was gevestigd en beschikte over de sleutel, waardoor hij bekend mocht worden verondersteld met de activiteiten in de woning.

De verdediging voerde aan dat de woning was onderverhuurd aan een derde, maar het hof vond dit niet aannemelijk omdat de verdachte geen bewijs of verifieerbare gegevens over deze onderhuurder kon overleggen. Gezien het strafblad van de verdachte en de ernst van de feiten legde het hof een gevangenisstraf op van 4 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

De straf is lager dan de eis van de advocaat-generaal en de straf van de politierechter, omdat het hof minder feiten bewezen achtte. De straf weerspiegelt de ernst van de hennepteelt en stroomdiefstal en dient tevens het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van vernieling en veroordeeld tot 4 maanden gevangenisstraf, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, voor hennepteelt en stroomdiefstal.

Uitspraak

Parketnummer : 20-003124-24
Uitspraak : 28 april 2026
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank
Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 14 oktober 2024, in de strafzaak met parketnummer 01-044483-23 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1994,
wonende te [adres 1] ,
blijkens informatie van IRC uit het Belgische rijksregister: [adres 1] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van:
- het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet
gegeven verbod (feit 1 primair);
- diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf
heeft verschaft door middel van verbreking (feit 2 primair);
- het opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander
toebehoort, beschadigen (feit 3 primair),
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het onder feit 1 primair, 2 primair en 3 primair tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Door de verdediging is integrale vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde. Subsidiair is een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, reeds omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1. primair
hij op of omstreeks 12 oktober 2022 te 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk een (grote) hoeveelheid (van ongeveer 285) hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad;
1. subsidiair
een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 12 oktober 2022 te 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met elkaar, althans één van hen, opzettelijk een (grote) hoeveelheid (van ongeveer 285) hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad in een pand, gelegen aan [adres 2] tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte en/of zijn mededader(s) op of omstreeks 12 oktober 2022 opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is/zijn geweest, door aan die onbekend gebleven perso(o)n(en) voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;
2. primair
hij op of omstreeks 12 oktober 2022 te 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] , in elk geval aan (een) ander(en) dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) heeft weggenomen;
2. subsidiair
een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 12 oktober 2022, tezamen en in vereniging met elkaar, althans één van hen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of verdachte, tot en of bij het plegen van welk misdrijf verdachte en/of zijn mededader(s) op of omstreeks 12 oktober 2022 opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is/zijn geweest, door aan die onbekend gebleven perso(o)n(en) een woning/pand, gelegen aan [adres 2] voor de teelt/het kweken van hennepplanten beschikbaar te stellen;
3. primair
hij op of omstreeks 12 oktober 2022 te 's-Hertogenbosch, opzettelijk en wederrechtelijk een woning, in elk geval enig goed, die/dat geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar heeft gemaakt en/of heeft weggemaakt;
3. subsidiair
een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 12 oktober 2022 te 's-Hertogenbosch tezamen en in vereniging met elkaar, althans één van hen, opzettelijk en wederrechtelijk heeft/hebben vernield, beschadigd, onbruikbaar heeft/hebben gemaakt en/of heeft/hebben weggemaakt, een woning, in elk geval enig goed, die/dat geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of verdachte, tot en of bij het plegen van welk misdrijf verdachte en/of zijn mededader(s) op of omstreeks 12 oktober 2022 opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is/zijn geweest, door aan die onbekend gebleven perso(o)n(en) een woning/pand, gelegen aan [adres 2] voor de inrichting van een hennepkwekerij beschikbaar te stellen.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak van het onder feit 3 primair en subsidiair tenlastegelegde
Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het onder feit 3 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan het hof genoegzaam vaststellen dat er op 12 oktober 2022 in de woning aan [adres 2]
een in werking zijnde hennepkwekerij is aangetroffen. In verband met deze hennepkwekerij waren vernielingen in de woning gepleegd. Hoewel het hof, zoals hierna zal worden overwogen, voldoende aanwijzingen ziet voor de betrokkenheid van de verdachte bij de hennepkwekerij, en ook bij de vernielingen in de woning, zal de verdachte vrijgesproken moeten worden van het onder feit 3 primair en subsidiair tenlastegelegde, nu het bewijs dat de vernielingen op of omstreeks de ten laste gelegde datum zijn gepleegd, ontbreekt. De hennepkwekerij was op het moment van aantreffen ervan, te weten op 12 oktober 2022, al enige tijd actief. Derhalve is het zeer aannemelijk dat de vernielingen in de woning, ten behoeve van de hennepkwekerij, ruim voor de ten laste gelegde datum zijn gepleegd en kan niet tot een bewezenverklaring van dit feit worden gekomen.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 primair tenlastegelegde en het onder feit 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1. primair
hij op 12 oktober 2022 te 's-Hertogenbosch opzettelijk een grote hoeveelheid van ongeveer 285 hennepplanten, zijnde hennep een middel als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, heeft geteeld;
2. primair
hij op 12 oktober 2022 te 's-Hertogenbosch met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een hoeveelheid elektriciteit toebehorende aan [bedrijf] heeft weggenomen.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
In de hiernavolgende bewijsmiddelen wordt – tenzij anders vermeld – telkens verwezen naar dossierpagina’s van het eindproces-verbaal van de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, met registratienummer PL2100-2022224403, gesloten d.d. 4 november 2022 door verbalisant [verbalisant] , doorgenummerde pagina's 1 tot en met 73, nader te noemen: het dossier.
Alle te noemen processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten. Alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
1.
Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij d.d. 4 november 2022 (pg. 4-7 van het dossier), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Op het adres [adres 2] , staat de volgende persoon ingeschreven:
Achternaam: [verdachte]
Voornamen: [verdachte]
Geboren: [geboortedag 1] 1994
Geboorteplaats: [geboorteplaats] in Nederland
In voornoemde woning werd op 12 oktober 2022 binnengetreden.
Het bleek dat op genoemd adres een hennepkwekerij met planten aanwezig was.

Kweekruimte 1Kweekruimte 1 betrof de voorste slaapkamer op de eerste verdieping. In totaal stonden er 119 hennepplanten. Per m2 stonden er 11 planten. Voor de belichting werd gebruik gemaakt van kunstlicht, geschakeld op tijdklokken. In totaal hingen er in de kweekruimte 12 lampen. De assimilatielampen hingen aan houten en werden middels tijdschakelaars bediend. De hennepplanten werden door middel van een centraal geregeld bevloeiingssysteem of drupsysteem van een voedingsoplossing voorzien. De kweekruimte was geïsoleerd met betrekking tot daglicht en temperatuur. De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie.

Voor het kweken van de hennepplanten werd gebruik gemaakt van speciaal verrijkte
aarde, potgrond.

Kweekruimte 2

Kweekruimte 2 betrof de achterste slaapkamer op de eerste verdieping. In totaal stonden er 166 hennepplanten. Per m2 stonden er 12 planten. Voor de belichting werd gebruik gemaakt van kunstlicht, geschakeld op tijdklokken. In totaal hingen er in de kweekruimte 15 lampen. De assimilatielampen hingen aan houten latten en werden middels tijdschakelaars bediend. De hennepplanten werden door middel van een centraal geregeld bevloeiingssysteem of drupsysteem van een voedingsoplossing voorzien. De kweekruimte was geïsoleerd met betrekking tot daglicht en temperatuur. De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie. Voor het kweken van de hennepplanten werd gebruik gemaakt van speciaal verrijkte aarde, potgrond.

Vaststelling hennep

Ik constateerde op grond van mijn kennis en ervaring, opgedaan bij eerdere
ontmantelingen van hennepkwekerijen, dat het hennepplanten waren.

Elektriciteitsvoorziening

De elektriciteitsvoorziening van de hennepkwekerij is onderzocht door [inspecteur] , fraude-inspecteur bij de netbeheerder [bedrijf] , in mijn aanwezigheid. Hierbij werd geconstateerd dat de elektriciteitsvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen.
2.
Het geschrift, te weten de aangifte van diefstal/verduistering van [bedrijf] die als bijlage bij voornoemd proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij is gevoegd d.d. 14 oktober 2022 (pg. 26-49 van het dossier),

voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever] :

Ik, [aangever] , ben in mijn hoedanigheid van [functietitel] bij netwerkbedrijf [bedrijf] , gerechtigd tot het doen van aangifte van strafbare feiten die worden gepleegd ten nadele van genoemd bedrijf. [bedrijf] transporteert en distribueert energie naar particulieren en bedrijven, waaronder naar de contractant van pand [adres 2] . Op 12 oktober 2022 werd een hennepkwekerij met diefstal energie aangetroffen in het pand op het adres [adres 2] .
Uit onze administratie blijkt dat [verdachte] (
het hof begrijpt in samenhang met de factuur op pg. 30: de verdachte) in elk geval op het moment van binnentreden op 12 oktober 2022 contractant was op genoemd perceel. Met contractant wordt bedoeld dat met deze persoon/dit bedrijf een overeenkomst is afgesloten betreffende de aansluiting en transport van energie naar genoemd pand.
Mijn aangifte is gebaseerd op waarnemingen, die de fraude-inspecteur ter plaatse heeft gedaan. De fraude-inspecteur heeft een nader onderzoek ingesteld naar de in het pand aanwezige installaties. Bij controle van de netcomponenten (hoofdleiding, aansluiting en meetinrichting) van [bedrijf] en de installaties in de meterkast van het genoemde pand heeft de fraude-inspecteur het volgende vastgesteld: diefstal elektriciteit.
Uit onderzoek bleek dat er een illegale aansluiting voor de hoofdbeveiliging was gemaakt, op de aansluitleiding in de hoofdaansluitkast. Er was een illegale elektriciteitskabel aangelegd die buiten de elektriciteitsmeter om liep en de elektrische installatie in het betreffende pand voorzag van elektriciteit. De illegale kabel is buiten de hoofdveiligheid in de aansluitkast van [bedrijf] om aangesloten. Door
buiten de hoofdbeveiliging om aan te sluiten is er meer vermogen beschikbaar dan contractueel is overeengekomen met de contractant.
Om deze aftakking te realiseren is het noodzakelijk geweest de verzegeling van de aansluitkast te verbreken en de kast te openen. De originele zegels zijn verwijderd, vervangen en of gemanipuleerd. Hiervoor heeft [bedrijf] geen toestemming verleend.
3.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 31 oktober 2022 (pg. 19-22 van het dossier), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van [benadeelde] :
V = vraag verbalisant
A = antwoord [benadeelde]
V: Hoe lang bent u eigenaar van het pand [adres 2] ?
A: Dat is sinds 2018.
V: Aan wie heeft u het betreffende pand verhuurd?
A: In eerste instantie aan studenten. Toen is het verhuurd aan de meneer die jullie al gehoord hebben. Daarna aan deze meneer.
V: Wie bedoelt u met deze meneer?
A: [verdachte] , dat was sinds 29 januari 2022 zoals op de huurovereenkomst staat.
V: Wie hebben er allemaal een sleutel van het pand?
A: Ikzelf en [verdachte] . Verder niemand.
V: Voor welk bedrag werd het pand verhuurd?
A: 1100 euro exclusief gas, water en licht.
V: Naar welk rekeningnummer moest de huur worden overgemaakt?
A: [rekeningnummer]
V: Wat is de tenaamstelling van dit bankrekeningnummer?
A: [verdachte]
V: Hoe was het geregeld met betrekking tot de elektriciteit/gas/water?
A: Die waren voor hemzelf.
V: Wat is het telefoonnummer van de huurder?
A: [telefoonnummer]
V: Heeft u na de instap van de politie nog contact met hem gehad?
A: Ik werd gebeld door een persoon met het nummer van [verdachte] . Hij vertelde dat hij aan de deur was geweest en dat hij niet binnen kon. Hij wilde wel de woning in om op te ruimen.
V: Wanneer heeft u voor het laatst contact gehad met de huurder?
A: Ik heb hem een bericht gestuurd dat hij de correspondentie via mijn advocaat moest doen. Toen ik vorige week maandag belde bleek dit ook te zijn gebeurd. Hij heeft
aangegeven dat er een hennepkwekerij zat, zonder dat ik hem dat verteld had.
4.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 4 november 2022 (pg. 14 van het dossier), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van de verdachte:
Op welk telefoonnummer ben je te bereiken?
[telefoonnummer] .
5.
Een schriftelijk bescheid, te weten de weergave van een WhatsApp-gesprek afkomstig van de telefoon van [benadeelde] met het telefoonnummer [telefoonnummer] (pg. 73), voor zover inhoudende:
26 januari 2022
Naar aanleiding van mijn mailtjes stuur ik je even een appje om vast te stellen dat je mijn mailtjes ontvangen hebt. Is het voor jou mogelijk om de sleuteloverdracht op de 29e of de 30e Januari in te plannen? Eventueel tegen vergoeding van de extra gehuurde dagen natuurlijk. Graag hoor ik van je
Groetjes,
[verdachte]
Yes, heb net geantwoord.
27 januari 2022
Super dankjewel!
Beetje gesetteld?
Nog amper
Ben nu weer aan het schilderen boven Heb een aantal dagen verlof kunnen krijgen om alles af te ronden dus ik hoop dat ik vanaf vrijdag hier kan slapen
22 april 2022
Hoi [verdachte] , Hoe is het met je? Ik zag dat de huur nog niet is overgemaakt.
Wil je er voor zorgen dat dit per ommegaande alsnog wordt overgemaakt?
Hi [benadeelde] , het gaat goed bedankt.
6.
De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van dit hof op

14 april 2026, voor zover inhoudende:

De verdachte verklaart op vragen van de voorzitter:
U houdt mij voor dat uit het dossier blijkt dat ik de huurovereenkomst met [benadeelde]
op 29 januari 2022 ben aangegaan. Dat klopt.
U houdt mij voor dat ik tijdens het verhoor bij de politie heb verklaard dat ik in de woning heb geslapen en/of gewoond, maar dat ik daarna heb verzocht om mijn antwoord te veranderen in ‘zwijgrecht’. Ik klapte dicht, maar ik heb daar wel geslapen.
U vraagt mij of ik de sleutel van de woning had. Ja die had ik.
7.
Een schriftelijk bescheid, te weten een huurovereenkomst (pg. 50-53), voor zover inhoudende:
Huurovereenkomst [adres 2]
Ondergetekenden,
[benadeelde] , geboren op [geboortedag 2] 1992, verder te noemen de verhuurder, verklaart voor bepaalde tijd te hebben verhuurd aan
[verdachte] , geboren [geboortedag 1] 1994, [BSN] wonende [adres 3] ,
verder te noemen huurder, die verklaart voor bepaalde tijd te hebben gehuurd van verhuurder met ingang van 29 januari 2022 tot en met 28 januari 2024 de woning inclusief onroerende aanhorigheden, gelegen te: [adres 2] verder te noemen het gehuurde.
Tegen een huurprijs van € 1100,00 per maand exclusief gas, water en licht, onder de navolgende voorwaarden en bedingen.
(…)
Aldus ondertekend en in tweevoud opgemaakt: d.d. 29 januari 2022 te ’s-Hertogenbosch
Handtekening huurder Handtekening verhuurder
[handtekening] [handtekening]
Bewijsoverwegingen
I. De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
II. Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
III. De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep integrale vrijspraak bepleit. Daartoe is in de kern aangevoerd dat de verdachte de door hem gehuurde woning, waarin de hennepkwekerij is aangetroffen en waarin de diefstal van stroom is vastgesteld, heeft onderverhuurd aan een ander waardoor hij geen zicht meer heeft gehad op wat er zich in die woning heeft afgespeeld.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Op basis van de gebezigde bewijsmiddelen stelt het hof vast dat er op 12 oktober 2022 in de woning aan [adres 2] een in werking zijnde hennepkwekerij is aangetroffen, die verdeeld was over twee kweekruimtes in de slaapkamers op de eerste verdieping. In totaliteit bevonden zich, naast een veelheid aan hennepteelt gerelateerde goederen, 285 hennepplanten in de kwekerij. De elektriciteit ten behoeve van de hennepkwekerij werd illegaal afgenomen. Het pand werd sinds 29 januari 2022 gehuurd door de verdachte. Van de diefstal van elektriciteit is door [bedrijf] aangifte gedaan, bij welke gelegenheid is opgemerkt dat de verdachte op het moment van binnentreden op 12 oktober 2022 contractant was op de genoemde locatie.
Het hof is van oordeel dat de verdachte als huurder van de woning, behoudens aanwijzingen voor het tegendeel, bekend mag worden verondersteld met al hetgeen zich in die woning bevindt en afspeelt. Dit geldt in het bijzonder nu de verdachte heeft verklaard dat hij beschikte over de sleutel van de woning en ook in de woning heeft verbleven en de verhuurder [benadeelde] heeft verklaard dat behalve zij en de verdachte niemand een sleutel had van het pand. De verdachte had aldus ook toegang tot de zich in de woning bevindende hennepkwekerij.
Naar het oordeel van het hof wijzen de bewijsmiddelen aldus in de richting van de verdachte als zijnde degene die de hennepkwekerij heeft geëxploiteerd en ten behoeve daarvan elektriciteit heeft gestolen. Nu de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden derhalve op zichzelf genomen redengevend kunnen zijn voor een bewezenverklaring van de tenlastegelegde hennepteelt en diefstal van elektriciteit, mag van de verdachte verlangd worden dat hij een redelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring geeft.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij geen wetenschap had van de hennepkwekerij en de diefstal van elektriciteit omdat hij het pand had onderverhuurd aan een derde van wie hij de naam, om hem moverende redenen, niet wilde noemen. Hij heeft deze persoon ontmoet in een broodjeszaak in ’s-Hertogenbosch en kende hem eerder alleen van gezicht. Ze hebben alleen mondeling afspraken gemaakt over de onderhuur. De huur werd steeds contant betaald en overgedragen op een onderling afgesproken plek, aldus de verdachte.
Naar het oordeel van het hof is uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in geen enkel opzicht de betrokkenheid van een derde gebleken, zoals door de verdachte is betoogd. Voorts is de verklaring van de verdachte op geen enkele wijze verifieerbaar nu de verdachte geen informatie, zoals een onderhuurovereenkomst, personalia of contactgegevens van de door hem gestelde onderhuurder, heeft overgelegd. Ook heeft de verdachte nagelaten om het alternatieve scenario anderszins te onderbouwen, door bijvoorbeeld inzicht te geven in de (wijze van) communicatie tussen de verdachte en de gestelde onderhuurder, terwijl zulks minst genomen wel in de rede had gelegen. Het hof acht het alternatieve scenario van de verdachte, inhoudende dat hij de woning aan een derde had onderverhuurd en bijgevolg niets van doen heeft gehad met de hennepkwekerij, dan ook op geen enkele wijze aannemelijk geworden, zodat daaraan voorbij wordt gegaan. Het hof betrekt bij zijn oordeel ook dat de verdachte pas op de terechtzitting in hoger beroep in deze zin heeft verklaard en zich bij de politie grotendeels op zijn zwijgrecht heeft beroepen.
Naar het oordeel van het hof kan het op grond van het samenstel van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden niet anders zijn dan dat de verdachte, die de huurder was van de woning aan [adres 2] , zelf de teler is geweest van de aanwezige hennepkwekerij en ten behoeve daarvan elektriciteit heeft gestolen. Het hof acht dan ook bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk telen van 285 hennepplanten en de diefstal van de daarvoor benodigde elektriciteit.
Resumerend acht het hof het wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 primair en onder feit 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.
Het hof verwerpt mitsdien het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 primair bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel.
Het onder 2 primair bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

diefstal.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
De verdediging heeft verzocht om – in geval van een bewezenverklaring – geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte op te leggen.
Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Het hof heeft in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk telen van 285 hennepplanten en de diefstal van stroom ten behoeve daarvan.
De verdachte draagt met zijn gedragingen bij aan de instandhouding van de illegale handel in softdrugs die allerlei maatschappelijk ongewenste effecten veroorzaakt en waarmee de openbare orde ernstig wordt ondermijnd. Daarnaast is wetenschappelijk aangetoond dat het frequent gebruik van softdrugs de volksgezondheid kan schaden. Door illegaal stroom weg te nemen, heeft de verdachte voorts inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de elektriciteitsmaatschappij. De verdachte heeft zich van dit alles geen rekenschap gegeven en heeft kennelijk slechts gehandeld met het oog op zijn eigen financieel gewin. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.
Ten nadele van de verdachte heeft het hof verder in de strafoplegging meegewogen dat hij volgens het hem betreffende Uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 13 april 2026 in 2018 eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Aan de verdachte is toen onder meer 120 uur taakstraf opgelegd die hij in 2020 heeft verricht. Deze eerdere veroordeling en strafoplegging hebben de verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw de fout in te gaan. Door deze veroordeling is bovendien het taakstrafverbod van artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht van toepassing.
Het hof heeft tevens rekening gehouden met de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan uit het dossier en ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte naar voren gebracht dat hij een gezin heeft en werkzaam is als [beroep verdachte] . Daarnaast betaalt hij maandelijks zijn schulden af en heeft hij een betalingsregeling getroffen met de eigenaresse van de woning. De verdachte is sinds de bewezenverklaarde feiten niet meer in aanraking gekomen met de politie. Als hij de gevangenis in zou moeten, zou hij zijn werk verliezen en zijn gezin niet meer kunnen onderhouden.
Naar het oordeel van het hof kan, in het bijzonder gelet op het strafblad van de verdachte en de ernst van het bewezenverklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komend in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten bij recidive worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te melden duur met zich brengt. Het hof ziet, anders dan de verdediging, in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte noch in hetgeen overigens ter terechtzitting is aangevoerd aanleiding om hier in dit geval van af te wijken.
Alles afwegende acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden. Het hof komt daarmee tot oplegging van een lichtere straf dan door de politierechter is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd. Het hof overweegt daartoe nu het hof minder bewezen verklaart dan dat de politierechter in eerste aanleg heeft gedaan en de advocaat-generaal heeft gevorderd. Bovendien is het hof van oordeel dat met oplegging van deze gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf de ernst van het bewezenverklaarde voldoende tot uitdrukking wordt gebracht en de strafoplegging dienstbaar wordt gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het onder 1 primair en 2 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden;
bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
2 (twee) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Aldus gewezen door:
mr. R.G.A. Beaujean, voorzitter,
mr. A.C. Bosch en mr. E.E.J. Boesten, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.H.P. van der Linde, griffier,
en op 28 april 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. R.G.A. Beaujean is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.