Uitspraak
[verdachte] ,
- ‘overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 28 zesde Pro lid van de Arbeidsomstandighedenwet, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd’ (feit 1 subsidiair) en
- ‘overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 6 eerste Pro lid tweede volzin van de Arbeidsomstandighedenwet, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd’ [artikel 5 eerste Pro lid Besluit risico’s zware ongevallen 2015] en ‘overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 8.40 eerste lid van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd’ [artikel 5 eerste Pro lid Besluit risico’s zware ongevallen 2015] (feit 2 primair),
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 21 oktober 2014 tot en met 22 augustus 2018 te Klundert, gemeente Moerdijk, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, al dan niet opzettelijk zich (telkens) niet heeft gedragen overeenkomstig een aan hem en/of zijn mededader gericht bevel als bedoeld in artikel 28, eerste lid van de Arbeidsomstandighedenwet, mondeling gegeven op 22 juli 2014 door een daartoe aangewezen toezichthouder van de Inspectie SZW en schriftelijk bevestigd door de Inspectie SZW op 25 juli 2014, inhoudende dat er ten aanzien van de producten die met lucht een gasexplosie kunnen veroorzaken geen afvul- of overslagwerkzaamheden mogen plaatsvinden in productiehal P1 van het bedrijf aan [adres 2] , aangezien naar het redelijk oordeel van die toezichthouder die werkzaamheden ernstig gevaar opleverden voor personen,
[bedrijf 1] in of omstreeks de periode 8 juli 2015 tot en met 28 augustus 2018 te Klundert, gemeente Moerdijk, als exploitant van een inrichting aan [adres 2] , al dan niet opzettelijk niet alle maatregelen heeft getroffen die nodig zijn om zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan voor de menselijke gezondheid en het milieu te beperken, immers heeft zij
[bedrijf 1] in de periode 8 juli 2015 tot en met 28 februari 2018 te Klundert, gemeente Moerdijk, als exploitant van een inrichting aan [adres 2] , opzettelijk niet alle maatregelen heeft getroffen die nodig zijn om zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan voor de menselijke gezondheid en het milieu te beperken, immers heeft zij
- Ad 1) Het gebruik van arbeidsmiddelen (explosieveilige apparatuur) die geschikt zijn voor gebruik in een gevarenzone had het risico niet verkleind;
- Ad 2) Voor het veranderen van de werkwijze met acrylonitril – van buiten naar binnen – hoefde geen MoC-procedure te worden gevolgd, nu bij het verwerken van acrylonitril slechts de verdachte betrokken was. Dat de wijziging niet is vastgelegd, wil niet zeggen dat er geen afweging is gemaakt;
- Ad 3) Ten aanzien van de voorlichting van productiemedewerkers zijn de gestelde risico’s op zichzelf bekend en bekend gemaakt – ook via werkinstructies – en zijn deze bovendien geëlimineerd door maatregelen. Er bestaat daarnaast een werkinstructie betreffende de opleiding en training van werknemers. De productie waarbij toxische
- Ad 4) De gevaren van zware ongevallen van zijn wel degelijk geïdentificeerd en beoordeeld en dat heeft geleid tot verschillende maatregelen, waarbij wordt verwezen naar de werkinstructie 2 HSE 07-4 en de jaarlijkse Management Reviews. Door de belading van procestanks door middel van vacuüm werden tevens blootstellingsrisico’s verkleind.
‘flammables’) die met lucht een gasexplosie konden veroorzaken, ernstig gevaar opleverden voor personen. Ten overvloede merkt het hof nog op dat in de schriftelijke bevestiging van het bevel tot stillegging van 25 juli 2014 is uiteengezet waarom het bevel is gegeven. Het hof acht de uitleg van het bevel in die brief goed te volgen. Het oordeel van de arbeidsinspectie dat er op 22 juli 2014 explosiegevaar in productiehal P1 bestond, is bovendien bevestigd door het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch in haar arrest van 10 december 2019, gepubliceerd onder ECLI:NL:GHSHE:2019:4730, inhoudende dat op 22 juli 2014 gelet op de aard van het product [stoffen die met lucht een gasexplosie kunnen veroorzaken] en de omstandigheden waaronder het product werd afgevuld, een reëel en voorzienbaar risico op het ontstaan van een explosieve atmosfeer bestond en daarmee ernstig gevaar voor de veiligheid van de personen die deze werkzaamheden uitvoerden.
en
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden;
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
taakstrafvoor de duur van
180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
90 (negentig) dagen hechtenis.