In deze zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 16 januari 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Oost-Brabant. De verdachte, een rechtspersoon, was eerder veroordeeld tot een geldboete van € 7.500,00, waarvan € 3.750,00 voorwaardelijk, wegens overtredingen van de Meststoffenwet. De zaak betreft de overschrijding van het fosfaatrecht in de kalenderjaren 2021 en 2022. De verdediging stelde dat de verdachte minder fosfaat had geproduceerd dan geregistreerd, en dat de berekening van de fosfaatproductie onjuist was. Het hof heeft echter geoordeeld dat de verdachte zich niet aan de wettelijke voorschriften heeft gehouden en dat de forfaitaire berekening van de fosfaatproductie, zoals voorgeschreven door de wetgever, moet worden nageleefd. Het hof heeft de eerdere veroordeling bevestigd, maar de proeftijd van de voorwaardelijke boete verlengd naar drie jaar. De beslissing is gebaseerd op de artikelen van het Wetboek van Strafrecht en de Meststoffenwet.