ECLI:NL:GHSHE:2026:122
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- W.F. Koolen
- M.M. Koevoets
- R. de Bree
- Rechtspraak.nl
Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in fosfaatrechten
In deze zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 16 januari 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, dat op 3 december 2024 was gewezen. Het betreft een ontnemingszaak waarbij de economische politierechter het wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokken rechtspersoon heeft geschat op € 30.874,27. De betrokken rechtspersoon heeft hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis. Tijdens de zitting in hoger beroep heeft het hof kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, die heeft verzocht het vonnis te bevestigen, en van de argumenten van de raadsman van de betrokkene, die heeft verzocht om matiging van het te ontnemen bedrag. Het hof heeft het beroep op matiging afgewezen en heeft het vonnis waarvan beroep bevestigd, met inachtneming van de overwegingen die in het arrest zijn opgenomen. Het hof heeft daarbij benadrukt dat het gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het arrest is uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier, mr. N.S. Willems Ettori-Oort, en mr. De Bree was buiten staat om het arrest mede te ondertekenen.