Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2026:1248

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
20-002148-25
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Wegenverkeerswet 1994Art. 8 Wegenverkeerswet 1994Art. 33 Wetboek van StrafrechtArt. 33a Wetboek van StrafrechtArt. 57 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep: Besturen auto tijdens rijontzegging en rijden onder invloed van alcohol

Op 21 augustus 2024 werd verdachte betrapt op het besturen van een personenauto terwijl hem middels een strafbeschikking de rijbevoegdheid was ontzegd. Tevens reed hij onder invloed van alcohol met een ademalcoholgehalte van 290 microgram per liter, ruim boven de wettelijke limiet van 220 microgram.

De politierechter veroordeelde verdachte eerder tot een taakstraf en een rijontzegging van twee maanden. Tegen dit vonnis stelde verdachte hoger beroep in. Het hof vernietigde het vonnis vanwege onvoldoende motivering en deed opnieuw recht.

Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist van de rijontzegging en desondanks reed, en dat hij onder invloed was. Gezien het justitiële verleden en de ernst van de feiten legde het hof een gevangenisstraf van vier weken op en verlengde de rijontzegging tot zes maanden. Daarnaast verklaarde het hof de inbeslaggenomen kentekenplaat verbeurd en gelastte bewaring van de inbeslaggenomen auto.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier weken gevangenisstraf en zes maanden rijontzegging wegens rijden tijdens rijontzegging en onder invloed van alcohol.

Uitspraak

Parketnummer : 20-002148-25
Uitspraak : 7 mei 2026
VERSTEK (dnip)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

’s-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 27 augustus 2025, in de strafzaak met parketnummer 02-182807-25 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,
wonende te [adres 1] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als:
  • ‘overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994’ (feit 1), en
  • ‘overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (290 µg/l)’ (feit 2),
de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 28 uren subsidiair 14 dagen hechtenis, alsmede tot een geldboete ter hoogte van
€ 300,00, subsidiair 6 dagen hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee maanden.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het onder 1 en 2 tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 28 uren subsidiair 14 dagen hechtenis, een geldboete ter hoogte van € 300,00, subsidiair 6 dagen hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee maanden. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de onder de verdachte inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd zal verklaren.
Vonnis waarvan beroep
Het bestreden vonnis zal worden vernietigd, omdat de politierechter heeft volstaan met een aantekening mondeling vonnis, maar het hof is gebonden aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 21 augustus 2024 te Hoek, gemeente Terneuzen, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, Hoekseweg, een motorrijtuig (auto) heeft bestuurd;
2.
hij op of omstreeks 21 augustus 2024 te Hoek, gemeente Terneuzen, als bestuurder van een motorrijtuig (auto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 290 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1.
hij op 21 augustus 2024 te Hoek, gemeente Terneuzen, terwijl hij wist dat hem bij strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, Hoekseweg, een motorrijtuig (auto) heeft bestuurd;
2.
hij op 21 augustus 2024 te Hoek, gemeente Terneuzen, als bestuurder van een motorrijtuig (auto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 290 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het procesdossier van de politie-eenheid Zeeland-West-Brabant, op ambtsbelofte opgemaakt onder zaakregistratienummer PL2000-2024213595/6 en PL2000-2024213641 door verbalisant [verbalisant 1] , hoofdagent van de politie, gesloten d.d. 21 augustus 2024, bevattende een verzameling van op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van de politie met daarin gerelateerde bijlagen, bestaande uit doorgenummerde dossierpagina’s 1-36.

1. Het proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeerswet Pro 1994 d.d. 21 augustus 2024, dossierpagina’s 8-10, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :

Op 21 augustus 2024 zagen wij dat de hierna genoemde persoon als bestuurder van een motorrijtuig, personenauto, reed op de Hoekseweg, te Hoek.

VerdachteAchternaam: [verdachte]Voornamen: [verdachte]Geboren: [geboortedag] 1986Geboorteplaats: [geboorteplaats]

Na onderzoek bleek dat bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking van deze bestuurder de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd, en dat hij het motorrijtuig bestuurde gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid is ontzegd. De verdachte is meegedeeld, dat de volgende rijbewijsmaatregel van kracht is: een ontzegging van de rijbevoegdheid van 90 dagen, vanaf 20 augustus 2024 t/m 18 november 2024.

2. Het schriftelijk bescheid, te weten een uitdraai van het RDW-register d.d. 21 augustus 2024, dossierpagina 35, voor zover inhoudende:

Achternaam: [verdachte]
Voorletters/naam: [verdachte]
Geboortedatum: [geboortedag] 1986
Ontzegging vanaf
Tot en met
Inleverdatum
Ontzegging termijn
20-08-2024
18-11-2024
90 DGN

3. Het schriftelijk bescheid, te weten de kennisgeving ingang ontzegging rijbevoegdheid d.d. 1 juli 2024, van het aanvullend proces-verbaal processtukken (scancode: 184352), pagina’s 4-6, voor zover inhoudende:

Geachte heer [verdachte] ,
U hebt een rijontzegging gekregen en u bent niet meer bevoegd om motorvoertuigen te besturen. Dit is het gevolg van de strafbeschikking die u van mij hebt gekregen op
maandag 01 juli 2024. Deze strafbeschikking is onherroepelijk geworden. Deze rijontzegging duurt: 3 maanden.
De rijontzegging begint om 00:00 uur op de 21e dag nadat u uw handtekening hebt gezet dat u deze brief hebt ontvangen.

4. Het schriftelijk bescheid, te weten de akte van uitreiking briefsoort OBM d.d. 30 juli 2024, van het aanvullend proces-verbaal processtukken (scancode: 184352), pagina’s 2-3, voor zover inhoudende:

De akte van uitreiking briefsoort OBM is in persoon aan de geadresseerde, te weten [verdachte] , uitgereikt op 30 juli 2024 op [adres 2] . De ontvanger heeft hiervoor getekend.

5. Het proces-verbaal rijden onder invloed d.d. 21 augustus 2024, dossierpagina’s 24-27, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :

​​​​​Op 21 augustus 2024 zagen wij dat een persoon als bestuurder van een voertuig, personenauto, reed op de Koudepolderstraat, Hoek, binnen de gemeente Terneuzen. Ik, [verbalisant 1] , heb de bestuurder gevorderd mee te werken aan een voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht. Als resultaat van deze test zag ik, [verbalisant 1] , dat het ademtestapparaat een alcoholindicatie aangaf van: A. Vervolgens werd de bestuurder als verdacht van overtreding van artikel 8 Wegenverkeerswet Pro 1994 aangehouden. De verdachte gaf mij, [verbalisant 2] , op te zijn genaamd:
Achternaam: [verdachte]
Voornamen: [verdachte]
Geboren: [geboortedag] 1986
Geboorteplaats: [geboorteplaats]
Op 21 augustus 2024 heeft de verdachte zich onder leiding van mij, [verbalisant 2] , opsporingsambtenaar als bedoeld in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, onderworpen aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8 lid Pro 2, onder a, Wegenverkeerswet 1994. Dit heeft geleid tot een voltooid ademonderzoek. Aan de verdachte is direct meegedeeld, dat het onderzoeksresultaat van de ademanalyse van zijn adem 290 µg/l bedroeg. Tevens is meegedeeld dat hij recht heeft op een tegenonderzoek voor eigen kosten.

6. Het schriftelijk bescheid, te weten het ademonderzoek-resultaat d.d. 21 augustus 2024, dossierpagina 31, voor zover inhoudende:

ACHTERNAAM VERDACHTE: [verdachte]
VOORNAAM VERDACHTE: [verdachte]
GEBOORTEDATUM VERDACHTE: [geboortedag] 1986
GEBOORTEPLAATS VERDACHTE: [geboorteplaats]
ADEMONDERZOEK-RESULTAAT: 290 µg/l
Bewijsoverwegingen
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Uit de bovengenoemde gebezigde bewijsmiddelen volgt dat de verdachte op 21 augustus 2024 in Hoek, gemeente Terneuzen, heeft gereden in een personenauto. Na onderzoek bleek dat bij strafbeschikking van 1 juli 2024 de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen aan de verdachte is ontzegd. Deze ontzegging is middels een brief tot kennisgeving d.d. 30 juli 2024 aan de verdachte in persoon betekend. De ontzegging is derhalve ingegaan op 20 augustus 2024 voor een periode van 90 dagen. Naar het oordeel van het hof blijkt uit het voorgaande dat de verdachte wist dat hem bij strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd op 21 augustus 2024.
Voorts overweegt het hof dat uit bovengenoemde bewijsmiddelen volgt dat de verdachte ten tijde van het besturen van de personenauto onder invloed van alcohol verkeerde. Verbalisant [verbalisant 2] heeft bij de verdachte een ademonderzoek afgenomen. Het onderzoeksresultaat van de ademanalyse van de adem van de verdachte bedroeg 290 microgram alcohol per liter, derhalve meer dan het wettelijk gestelde maximum van 220 microgram alcohol per liter. Bovendien verklaarde de verdachte zelf dat hij alcohol heeft gedronken alvorens hij ging rijden. [1]
Gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder feit 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Het onder feit 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (290 microgram).
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen straf
Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het besturen van een personenauto, terwijl hem daartoe middels een strafbeschikking de bevoegdheid was ontzegd. Met een ontzegging van de rijbevoegdheid wordt beoogd de verkeersveiligheid te beschermen. Door desondanks een personenauto te besturen, heeft de verdachte zijn eigen belangen boven het maatschappelijke belang van de verkeersveiligheid gesteld en de veiligheid van de overige verkeerdeelnemers (alsook die van hemzelf) in gevaar gebracht. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.
Voorts heeft het hof ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het rijden onder invloed van alcohol. Door aldus te handelen heeft de verdachte blijk gegeven van een miskenning van zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer en heeft hij de verkeersveiligheid in gevaar gebracht. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.
Bij het bepalen van de op te leggen straf, heeft het hof voorts acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 3 februari 2026, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte. Hieruit blijkt dat hij voorafgaand aan de bewezenverklaarde feiten meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994.
Ten slotte heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.
Gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten, is het hof van oordeel dat op grond van een juiste normhandhaving, niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.
Al het vorenstaande afwegende ziet het hof reden om tot een andere strafoplegging te komen dan de politierechter en acht het hof de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van vier weken passend bij de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan.
Mede ter bescherming van de verkeersveiligheid zal het hof voorts de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen ontzeggen voor de duur van 6 maanden.
Beslag
De onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven kentekenplaat, volgens opgave van de verdachte aan hem toebehorend, is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met betrekking tot hetwelk de tenlastegelegde en bewezenverklaarde feiten zijn begaan.
Het hof stelt op basis van het dossier vast dat de personenauto (merk: Mercedes-Benz Vito, goednummer: PL2000-2024213595-2762225) tevens onder de verdachte in beslag is genomen. Het hof overweegt dat het op basis van het dossier niet duidelijk is geworden wie de rechthebbende is van de personenauto. Derhalve is het hof niet in staat de teruggave daarvan aan een met name te noemen persoon te gelasten. Het hof zal daarom ten aanzien van de personenauto de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 33, 33a en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 9, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) weken;
ontzegt de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
6 (zes) maanden;
verklaart verbeurdhet in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- kentekenplaat ( [kenteken] ) (goednummer: PL2000-2024213595-2762279);
gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbendevan het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- personenauto (merk: Mercedes-Benz Vito, goednummer: PL2000-2024213595-2762225).
Aldus gewezen door:
mr. A.J. Henzen, voorzitter,
mr. O.A.J.M. Lavrijssen en mr. A.M.G. Smit, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. B.J.M. van de Luijtgaarden, griffier,
en op 7 mei 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Voetnoten

1.Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 21 augustus 2024, dossierpagina 12.