Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2026:1259

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
20-000140-25
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Wegenverkeerswet 1994Art. 23 Wetboek van StrafrechtArt. 24c Wetboek van StrafrechtArt. 63 Wetboek van StrafrechtArt. 164 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep rijden onder invloed met recidive en rijontzegging

De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van het tenlastegelegde rijden onder invloed met een alcoholgehalte van 825 microgram per liter uitgeademde lucht. De officier van justitie stelde hiertegen hoger beroep in. Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en het bewezenverklaarde feit opnieuw beoordeeld.

Uit het dossier en de verklaringen van de verbalisanten blijkt dat de verdachte op 18 februari 2024 te Helmond als bestuurder van een personenauto werd staande gehouden. De verdachte vertoonde duidelijke tekenen van alcoholgebruik, zoals onvast ter been zijn, bloeddoorlopen ogen en dubbele tong. Een voorlopige ademtest gaf een positieve indicatie, waarna een ademanalyseonderzoek werd uitgevoerd met een ministerieel aangewezen apparaat. Het resultaat was 825 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht.

De verdediging voerde aan dat het ademanalyseonderzoek niet rechtsgeldig was omdat de bedienaar van het apparaat de afdruk van het onderzoek niet had ondertekend. Het hof oordeelde echter dat de procedure conform voorschriften was uitgevoerd en dat het ontbreken van de handtekening geen reden tot vrijspraak gaf. Het hof achtte het bewezenverklaarde wettig en overtuigend bewezen.

Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het plaatsvond en het justitiële verleden van de verdachte, die eerder onherroepelijk was veroordeeld voor een soortgelijk feit in 2021. Dit recidief leidde tot een verzwarende strafmaat. Het hof legde een geldboete van € 1.300,- op en een rijontzegging van 9 maanden, met aftrek van de reeds ingehouden periode van het rijbewijs.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot geldboete van € 1.300,- en rijontzegging van 9 maanden met aftrek van reeds ingehouden tijd voor rijden onder invloed met 825 µg/l alcohol.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000140-25
Uitspraak : 12 mei 2026
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 9 januari 2025, in de strafzaak met parketnummer 96-056253-24 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte van de tenlastegelegde overtreding van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994 vrijgesproken.
De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het aan de verdachte tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een geldboete ter hoogte van € 1.200,00 en hem de bevoegdheid zal ontzeggen motorrijtuigen te besturen voor de duur van 269 dagen, met aftrek van de tijd gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 ingevorderd of ingehouden is geweest.
Namens de verdachte is primair vrijspraak bepleit. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 18 februari 2024 te Helmond, als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 825 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 18 februari 2024 te Helmond, als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 825 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Tenzij anders vermeld wordt hierna verwezen naar pagina’s van het dossier van de Politie Eenheid Oost-Brabant, district Helmond, basisteam Peelland, registratienummer PL2100-2024036586-1, gesloten d.d. 27 maart 2024 (doorgenummerde dossierpagina’s 1-29). Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn, voor zover niet anders vermeld, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.

1. Het proces-verbaal rijden onder invloed d.d. 27 maart 2024 (pg. 4-8), inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] :

Op zondag 18 februari 2024 om 03:05 uur zagen wij, [verbalisant 1] , [verbalisant 3] en [verbalisant 2] , dat een persoon als bestuurder van een personenauto reed op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Steenweg, Helmond. Ik, verbalisant [verbalisant 3] , vroeg aan de bestuurder of hij wilde uitstappen. Wij zagen dat dit erg moeizaam ging. Wij zagen dat de bestuurder onvast ter been was en bloeddoorlopen ogen had. Wij hoorden dat de bestuurder met dubbele tong sprak. Hierop voerde ik, verbalisant [verbalisant 3] , een voorlopige ademtest uit met behulp van een door de Minister aangewezen ademtestapparaat. Als resultaat van deze test zag ik, [verbalisant 3] , dat het ademtestapparaat een alcoholindicatie aangaf van: G/F. Het resultaat van de ademtest werd direct aan de verdachte meegedeeld. Dat resultaat leidde tot een verdenking van een gedraging in strijd met artikel 8 Wegenverkeerswet Pro 1994.
Op zondag 18 februari 2024 om 03:48 uur, zijnde het eerste tijdstip vermeld op de bijgevoegde afdruk, heeft de verdachte zich onder leiding van mij, [verbalisant 3] , onderworpen aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8 lid Pro 2, onder a, Wegenverkeerswet 1994. Dit eerste tijdstip is niet gelegen binnen 20 minuten na het tijdstip van vordering tot medewerking aan het voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht zijnde zondag 18 februari 2024 om 03:10 uur. Er werd gebruik gemaakt van een ademanalyseapparaat dat is aangewezen door de Minister van Justitie en Veiligheid. Ik verklaar, dat is voldaan aan het bij dit apparaat behorende gebruikersvoorschrift. De verklaring van goedkeuring behorende bij dit apparaat, is geldig tot de datum die staat vermeld op de bij dit proces-verbaal bijgevoegde afdruk met het resultaat van het ademanalyseonderzoek.
Dit heeft geleid tot een voltooid ademonderzoek, waarvan de uitslag is vermeld op de bijgevoegde afdruk. Aan de verdachte is direct meegedeeld, dat het onderzoeksresultaat van de ademanalyse van zijn adem 825 µg/l bedroeg.
De verdachte gaf mij, [verbalisant 1] , op te zijn genaamd:
Achternaam: [verdachte]
Voornamen: [verdachte]
Geboren: [geboortedag] 1996
Adres: [adres]
Postcode plaats: [adres]

2. Een geschrift, te weten een afdruk van het resultaat van het ademanalyse-onderzoek d.d. 18 februari 2024 (p. 29) voor zover inhoudende:

[bedrijf] Bureau Helmond centrum
Alcotest 9510 NL Serienummer: ARFN-0015
Kalibratienummer: 13
NMI-einddatum: 06.03.2024
NMI Kal. datum: 23.08.2023
Analysenummer: 2255
Startdatum en tijd: 18.02.2024 / 03:48 W
Einddatum en tijd: 18.02.2024 / 03:55 W
Verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats]
Bedienaar: [verbalisant 3]
Ademonderzoeksresultaat: 825 μg/l

3. De verklaring van de verdachte [verdachte] , afgelegd ter terechtzitting van dit hof op 28 april 2026, voor zover inhoudende:

U, oudste raadsheer, houdt mij voor dat ik bij de politierechter heb verklaard dat ik gedronken had toen ik op 18 februari 2024 te Helmond in mijn auto door de politie werd staande gehouden. Ik blijf bij deze verklaring.
Bewijsoverwegingen
I.
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
II.
Ter terechtzitting in hoger beroep is door de raadsman overeenkomstig zijn overgelegde pleitnota bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Daartoe is – op gronden zoals nader in de pleitnota verwoord – in de kern aangevoerd dat de ondertekening door de bedienaar van het ademanalyseapparaat van de afdruk van de ademanalyse, waarmee hij verklaart de ademonderzoekprocedure conform de voorschriften te hebben uitgevoerd, behoort tot de strikte waarborgen waarmee de procedure van het ademanalyseonderzoek is omgeven. Nu in dit geval de bedienaar de afdruk van de ademanalyse niet heeft ondertekend, is sprake van een schending van deze strikte waarborg waardoor geen onderzoek in de zin van artikel 8, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 heeft plaatsgevonden. De afdruk van de ademanalyse met het resultaat van het ademanalyseonderzoek mag derhalve niet voor het bewijs worden gebruikt zodat vrijspraak dient te volgen.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Uit het dossier volgt dat de verdachte op 18 februari 2024 als bestuurder van een personenauto is staande gehouden. De verbalisanten constateerden dat de verdachte bloeddoorlopen ogen had, met dubbele tong sprak en onvast ter been was. Vervolgens heeft verbalisant [verbalisant 3] een voorlopige ademtest bij de verdachte uitgevoerd, waarna het ademtestapparaat een alcoholindicatie van G/F aangaf. Daaropvolgend heeft verbalisant [verbalisant 3] op 18 februari 2024 een ademanalyseonderzoek bij de verdachte uitgevoerd. Het resultaat van het onderzoek bedroeg 825 microgram per liter uitgeademde lucht. Dit resultaat is in de vorm van een ademanalysestrook aan het dossier toegevoegd.
Verbalisant [verbalisant 3] relateert in het proces-verbaal rijden onder invloed d.d. 18 februari 2024 (p. 4-8) dat hij bij het ademanalyseonderzoek gebruik heeft gemaakt van een ademanalyseapparaat dat is aangewezen door de Minister van Justitie en Veiligheid. Het apparaat voldeed volgens verbalisant [verbalisant 3] aan het bij dit apparaat behorende gebruikersvoorschrift. Ook de verklaring van goedkeuring behorende bij dit apparaat was geldig op het moment van het ademanalyseonderzoek. Verbalisant [verbalisant 3] relateert voorts dat het ademanalyseonderzoek heeft geleid tot een
voltooidademonderzoek, waarvan de uitslag is vermeld op de afdruk van het resultaat van het ademanalyse-onderzoek.
Of het ondertekenen van de afdruk van de ademanalyse door verbalisant [verbalisant 3] , waarmee hij verklaart de ademonderzoekprocedure conform de voorschriften te hebben uitgevoerd, een strikte waarborg is, zoals door de verdediging is gesteld, kan gelet op het voorgaande in het midden blijven. Uit zijn relaas in het proces-verbaal rijden onder invloed blijkt immers dat de ademonderzoekprocedure conform de voorschriften is uitgevoerd en tot een voltooid ademonderzoek heeft geleid. Dit proces-verbaal is op ambtsbelofte opgemaakt en digitaal ondertekend door de verbalisanten die de verdachte op 18 februari 2024 hebben staande gehouden, waaronder verbalisant [verbalisant 3] zelf. Bovendien heeft [verbalisant 3] in het proces-verbaal rijden onder invloed gerelateerd dat hij de bedienaar van het ademanalyseapparaat is geweest. Zijn naam is ook op de ademanalysestrook opgenomen als bedienaar van het ademanalyseapparaat.
Dat het proces-verbaal rijden onder invloed pas enige tijd na het uitgevoerde ademanalyseonderzoek is ondertekend maakt het voorgaande niet anders. Het proces-verbaal is opgemaakt en afgesloten op 27 maart 2024 en het moment van ondertekening doet niet af aan de inhoud daarvan.
Het hof verwerpt derhalve het tot vrijspraak strekkende verweer dat namens de verdachte is gevoerd.
Resumerend acht het hof, gelet op het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen – in onderling verband en samenhang bezien – wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het aan hem tenlastegelegde feit heeft begaan, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (825 microgram).
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof aan de verdachte een geldboete van
€ 1.200,00 zal opleggen. Tevens heeft de advocaat-generaal gevorderd de verdachte de bevoegdheid te ontzeggen om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 269 dagen met aftrek van de tijd gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 ingevorderd of ingehouden is geweest.
Namens de verdachte is bepleit bij een eventuele bewezenverklaring aan de verdachte een geldboete op te leggen, tezamen met een rijontzegging voor de duur van 9 maanden met aftrek van de tijd dat het rijbewijs reeds is ingehouden. Hiertoe is aangevoerd dat het onderhavige feit voor de verdachte al de nodige gevolgen heeft gehad. Het rijbewijs van de verdachte is 9 maanden ingehouden geweest en hij heeft van het CBR een cursus moeten volgen. Voorts is aangevoerd dat de verdachte zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk. Tot slot is aangevoerd dat de verdachte bij een eventuele bewezenverklaring geconfronteerd wordt met de recidiveregeling van artikel 123b van de Wegenverkeerswet 1994, wat betekent dat zijn rijbewijs van rechtswege ongeldig wordt. De verdachte zal dan opnieuw rijexamen moeten doen. Namens de verdachte is verzocht dit in strafmatigende zin te laten meewegen.
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Het hof heeft in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994, door een personenauto te besturen op de openbare weg, terwijl hij onder invloed van een fors meer dan toegestane hoeveelheid alcoholhoudende drank verkeerde. Door op deze wijze te handelen heeft de verdachte de verkeersveiligheid in gevaar gebracht en zich onttrokken aan de verantwoordelijkheid die van een deelnemer aan het verkeer wordt vereist. Het hof rekent de verdachte aan dat hij heeft gehandeld zoals is bewezenverklaard.
Het hof heeft voorts acht geslagen op de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 3 april 2026 betreffende het justitiële verleden van de verdachte. Daaruit blijkt dat de verdachte voorafgaand aan het bewezenverklaarde onherroepelijk is veroordeeld voor hetzelfde feit, namelijk voor rijden onder invloed van alcohol in 2021. Dit heeft de verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw onder invloed van alcohol aan het verkeer deel te nemen. Het hof zal dit in strafverzwarende zin meewegen.
Het hof heeft kennisgenomen van de oriëntatiepunten voor straftoemeting, die dienen als indicatie voor een gebruikelijk rechterlijk straftoemetingsbeleid. Genoemde oriëntatiepunten geven als indicatie voor de op te leggen straf bij rijden onder invloed van alcohol met een promillage van 786 tot 865 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht: een geldboete van € 1.200,00 en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 8 maanden. Relevante recidive binnen een periode van vijf jaar, waarbij sprake is van een onherroepelijke veroordeling voor een soortgelijk feit, zoals hier aan de orde, heeft volgens voornoemde oriëntatiepunten toepassing van de naast gelegen hogere schaal tot gevolg: in dit geval een geldboete van € 1.300,00 en een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 9 maanden.
Daarnaast heeft het hof gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.
Al het vorenstaande afwegende acht het hof een geldboete ter hoogte van € 1.300,00, subsidiair 13 dagen hechtenis, en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 9 maanden, met aftrek van de tijd gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 ingevorderd of ingehouden is geweest, passend en geboden.
Volgens de berekening van het hof is het rijbewijs van de verdachte reeds 9 maanden ingehouden geweest. De ontzegging van de rijbevoegdheid die het hof de verdachte zal opleggen is van dezelfde duur. Het is namelijk de bedoeling van het hof dat na het onherroepelijk worden van dit arrest geen ontzegging van de rijbevoegdheid meer resteert.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 23, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals die luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 1.300,00 (duizend driehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
13 (dertien) dagen hechtenis;
ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
9 (negen) maanden;
bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van Pro die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.
Aldus gewezen door:
mr. A.C. Bosch, voorzitter,
mr. M.C.C. van de Schepop en mr. C.M.A. Ellens - Veenhof, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R.A.C.G. Heijse en C.J.G. Streutjes, griffiers,
en op 12 mei 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. C.M.A. Ellens-Veenhof is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.