Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2026:1541

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
20-003410-24
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 38v SrArt. 38w SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verkrachting en veroordeling belaging met gevangenisstraf en contactverbod

In hoger beroep heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigd en een nieuwe beslissing genomen. De verdachte werd vrijgesproken van de tenlastegelegde verkrachting wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs, met name het ontbreken van voldoende steunbewijs bij de verklaringen van het slachtoffer.

Het hof achtte echter bewezen dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan belaging in twee perioden door het sturen van meerdere intimiderende e-mails, het stalken van het slachtoffer bij haar woning en het achterlaten van kaartjes. Deze gedragingen maakten inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en veroorzaakten angst en een verminderd veiligheidsgevoel bij het slachtoffer.

De strafoplegging bestond uit een gevangenisstraf van 170 dagen, met aftrek van voorarrest, en een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid, inhoudende een contactverbod van vijf jaar met het slachtoffer. Het hof matigde de straf met tien dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep. Tevens werd een in beslag genomen telefoon verbeurd verklaard.

De beslissing is gebaseerd op een zorgvuldige afweging van de feiten, het bewijs en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waarbij het hof rekening hield met het justitiële verleden en de ernst van het bewezenverklaarde. De opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel is dadelijk uitvoerbaar en voorzien van vervangende hechtenis bij niet-naleving.

Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van verkrachting en veroordeeld tot 170 dagen gevangenisstraf en vijf jaar contactverbod wegens belaging.

Uitspraak

Parketnummer : 20-003410-24
Uitspraak : 12 juni 2026
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 19 december 2024 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 02-210519-24 en 02-004418-23, tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 1990,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting verblijvende in P.I. Haaglanden PPC te 's-Gravenhage.
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het tenlastegelegde onder parketnummer 02-210519-24 en parketnummer 02-004418-23 bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als (telkens) belaging (02-210519-24 en feit 2 02-004418-23) en verkrachting (feit 1 02-004418-23) en de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren met aftrek van voorarrest, de terbeschikkingstelling van de verdachte gelast, met verpleging van overheidswege, de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende een contactverbod met [slachtoffer] voor de duur van vijf jaren opgelegd, en deze maatregel dadelijk uitvoerbaar verklaard en de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (Sr) opgelegd. Voorts heeft de rechtbank beslist op het beslag en de schorsing van de voorlopige hechtenis opgeheven.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Het hof begrijpt uit hetgeen de advocaat-generaal ter terechtzitting mondeling naar voren heeft gebracht dat de advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met aanvulling van gronden en met uitzondering van de opgelegde gevangenisstraf en dat het hof in plaats van de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren zal opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.
Door de verdediging is vrijspraak bepleit.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering in eerste aanleg, tenlastegelegd dat:
Zaak met parketnummer 02-210519-24:
hij in of omstreeks de periode van 11 juni 2024 tot en met 28 juni 2024 te Hoek,
gemeente Terneuzen, althans in Nederland,
wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door meerdere e-mails aan die [slachtoffer] (die in een lopende strafzaak aangifte tegen hem deed van verkrachting en belaging) te sturen
- Op 11 juni 2024 (01:39 uur) een mail met “soms mis ik jouw een beetje” en “toen ik laatste keer aan je deur stond kon ik je horen voordat je auto instapte en wegreed…”
- Op 15 juni 2024 (18:24 uur) een mail met daarin een screenshot waarin “ [naam] ” onder meer typt “Ik zou [slachtoffer] nog s proberen te neuken. Weet zeker dat ze je dit keer wel toelaat. Ze wacht op je. Op je lekkere pik”
- Op 15 juni 2024 (20:01 uur): een mail met “Je hebt mij en je weet het”
- Op 15 juni 2024 (20:13 uur): een mail met screenshots van “ [naam] ” met onder meer teksten als “Deur intrappen en gaan met dat pikkie van je”
- Op 15 juni 2024 (20:45 uur) een mail met “Weet niet of je het doorhebt maar ben ik vandaag of morgen dood dan wat?”
- Op 15 juni 2024 (20:56 uur): een mail met “Verder weet ik niet hoe ik met je kan praten ofzo”
- Op 15 juni 2024 (21:18 uur) een mail waarin hij [slachtoffer] vraagt naar het adres van zijn advocaten
- Op 15 juni 2024 (21:31 uur) een mail met “ [slachtoffer] ik hou van jou”
- Op 15 juni 2024 (22:44 uur) een mail met “Pas goed op jezelf aub”
- Op 16 juni 2024 (20:33 uur) een mail met “ [slachtoffer] , wil je geen contact” en “Het is niet dat ik denk dat je iets aan mij hebt. Ondanks dat wil ik er voor je zijn (…).”
- Op 16 juni 2024 (22:50 uur) een mail over de rechtszaak, een string die daar werd besproken en “(…) zou ik wel met ju willen rijden. En baby’s maken en voor de rest van me leven samen met je willen zijn”
- Op 26 juni 2024 een mail waarin staat dat als [slachtoffer] hem kapot wil maken zij maar een kogel door zijn kop moet schieten,
met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
Zaak met parketnummer 02-004418-23 (gevoegd):
1.
hij op of omstreeks 3 januari 2023 te Hoek, gemeente Terneuzen
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte zijn vinger(s) en/of penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid uit:
- het fysieke overwicht van verdachte over die [slachtoffer] , en/of
- het midden in de nacht fietsen naar de woning van die [slachtoffer] , en/of
- het duwen van zijn, verdachtes, voet tussen de voordeur van de woning van die [slachtoffer] , en/of
- het binnendringen van het huis van die [slachtoffer] , en/of
- het duwen van die [slachtoffer] naar de eerste verdieping, en/of
- het volgen van die [slachtoffer] naar de eerste verdieping, en/of
- het oppakken en op het bed leggen van die [slachtoffer] , en/of
- het op die [slachtoffer] gaan liggen, en/of
- het uittrekken, in elk geval naar beneden duwen, van de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer] , en/of
- het vastpakken van de armen van die [slachtoffer] , en/of
- het onverhoeds in de vagina duwen/brengen van zijn vinger(s) en/of penis;
2.
hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1 augustus 2022 tot en met 18 april 2023 te Vogelwaarde, gemeente Hulst, en/of Hoek, gemeente Terneuzen, en/of Vught, althans in Nederland,
wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door briefjes onder de ruitenwisser van de auto van die [slachtoffer] achter te laten en/of die [slachtoffer] meermalen te mailen en/of die [slachtoffer] hinderlijk te volgen op haar werk en/of die [slachtoffer] bij haar woning op te zoeken en/of kaartjes en/of brieven te sturen
met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het hem onder feit 1 van parketnummer 02-004418-23 tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Voor een bewezenverklaring van verkrachting is vereist dat sprake is van dwang van de kant van de verdachte. Daarvoor dient komen vast te staan dat de verdachte opzettelijk heeft veroorzaakt dat aangeefster de tenlastegelegde handelingen tegen haar wil heeft ondergaan en dat die dwang heeft plaatsgevonden door middel van geweld of een andere feitelijkheid, dan wel bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid als in de tenlastelegging nader omschreven.
Het hof stelt voorop dat zedenzaken zich doorgaans kenmerken door het feit dat in de regel slechts twee personen aanwezig zijn bij de beweerde seksuele handelingen: het veronderstelde slachtoffer en de veronderstelde dader. Hierdoor zijn er vaak geen verklaringen voorhanden van getuigen die bij de tenlastegelegde handelingen aanwezig zijn geweest en daarover uit eigen waarneming kunnen verklaren. Wanneer de verdachte ontkent, leidt dat er in veel gevallen toe dat slechts de verklaringen van het vermeende slachtoffer als wettig bewijs beschikbaar zijn. Op grond van het bepaalde in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is echter de enkele verklaring van één getuige (het veronderstelde slachtoffer) onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Hier staat echter tegenover dat in zedenzaken een geringe mate van steunbewijs in combinatie met de verklaringen van het veronderstelde slachtoffer reeds voldoende wettig bewijs van het tenlastegelegde feit kan opleveren.
De verklaringen van aangeefster zijn, zoals hiervoor is overwogen, onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. De vraag die het hof, gelet op het hiervoor geschetste kader dient te beantwoorden is of haar verklaringen, gelet op het bewijsminimum, ook voldoende zijn ingebed in een concrete context die bovendien bevestiging vindt in ander bewijsmateriaal. Het hof ziet zich aldus voor de vraag gesteld of naast de hiervoor genoemde verklaringen van aangeefster in onderhavig procesdossier ondersteunende bewijsmiddelen aanwezig zijn die redengevend zijn voor het tenlastegelegde en voldoende inhoudelijk verband hebben met de verklaringen.
Het hof stelt vast dat in de onderhavige zaak onvoldoende steunbewijs aanwezig is voor een bewezenverklaring van de tenlastegelegde dwang en overigens heeft het hof niet de overtuiging bekomen dat hiervan sprake is geweest. Derhalve kan niet worden bewezenverklaard dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de tenlastegelegde verkrachting, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 02-210519-24 en in de zaak met parketnummer 02-004418-23 onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
Zaak met parketnummer 02-210519-24:
1.
hij in de periode van 11 juni 2024 tot en met 28 juni 2024 te Hoek, gemeente Terneuzen, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door meerdere e-mails aan die [slachtoffer] (die in een lopende strafzaak aangifte tegen hem deed van verkrachting en belaging) te sturen
- Op 11 juni 2024 een mail met “soms mis ik jouw een beetje” en “toen ik laatste keer aan je deur stond kon ik je horen voordat je auto instapte en wegreed…”
- Op 15 juni 2024 een mail met daarin een screenshot waarin “ [naam] ” onder meer typt “Ik zou [slachtoffer] nog s proberen te neuken. Weet zeker dat ze je dit keer wel toelaat. Ze wacht op je. Op je lekkere pik”
- Op 15 juni 2024 een mail met “Je hebt mij en je weet het”
- Op 15 juni 2024 een mail met screenshots van “ [naam] ” met onder meer teksten als “Deur intrappen en gaan met dat pikkie van je”
- Op 15 juni 2024 een mail met “Weet niet of je het doorhebt maar ben ik vandaag of morgen dood dan wat?”
- Op 15 juni 2024 een mail met “Verder weet ik niet hoe ik met je kan praten ofzo”
- Op 15 juni 2024 een mail waarin hij [slachtoffer] vraagt naar het adres van zijn advocaten
- Op 15 juni 2024 een mail met “ [slachtoffer] ik hou van jou”
- Op 15 juni 2024 een mail met “Pas goed op jezelf aub”
- Op 16 juni 2024 een mail met “ [slachtoffer] , wil je geen contact” en “Het is niet dat ik denk dat je iets aan mij hebt. Ondanks dat wil ik er voor je zijn (…).”
- Op 16 juni 2024 een mail over de rechtszaak, een string die daar werd besproken en “(…) zou ik wel met ju willen rijden. En baby’s maken en voor de rest van me leven samen met je willen zijn”
- Op 26 juni 2024 een mail waarin staat dat als [slachtoffer] hem kapot wil maken zij maar een kogel door zijn kop moet schieten,
met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen en/of te dulden;
Zaak met parketnummer 02-004418-23 (gevoegd):
2.
hij in of omstreeks de periode van 22 december 2022 tot en met 18 april 2023 in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door die [slachtoffer] meermalen te mailen en die [slachtoffer] bij haar woning op te zoeken en kaartjes te sturen met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen en/of te dulden.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.
Bewijsoverwegingen
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het in de zaak met parketnummer 02-210519-24 en in de zaak met parketnummer 02-004418-23 onder 2 bewezenverklaarde wordt telkens gekwalificeerd als:

belaging.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich in twee perioden schuldig heeft gemaakt aan belaging door aangeefster veelvuldig e-mailberichten te sturen, en in de eerste periode tevens door haar bij haar woning op te zoeken en kaartjes te sturen. Hij heeft hierdoor inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. Belaging is een delict dat rechtstreeks raakt aan de privacy en het welbevinden van de belaagde. Blijkens de door haar gedane aangifte heeft de bewezenverklaarde belaging bij het slachtoffer haar gevoel van veiligheid aangetast. Voorts heeft zij hierdoor gevoelens van angst ervaren. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.
Het hof heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de inhoud van het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 27 maart 2026, betreffende het justitiële verleden van de verdachte. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk voor soortgelijke strafbaar feiten is veroordeeld. Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.
Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.
Alles afwegende acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.
Redelijke termijn
Elke verdachte heeft recht heeft op een openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven.
In dat kader heeft het hof het volgende geconstateerd.
In de onderhavige zaak is het hof gebleken dat de redelijke termijn in hoger beroep is overschreden. De verdachte heeft immers op 23 december 2024 hoger beroep ingesteld, terwijl het hof op 12 juni 2026 - en derhalve niet binnen 16 maanden na het instellen van hoger beroep - arrest wijst. De redelijke termijn in hoger beroep is daarmee met bijna 2 maanden overschreden. Deze overschrijding valt niet geheel aan de verdachte toe te rekenen. Het hof zal de op te leggen gevangenisstraf gelet op deze overschrijding van de redelijke termijn met 10 dagen matigen. Het hof zal de verdachte derhalve veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 170 dagen, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest.
Het hof heeft bij afzonderlijke beschikking de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 2 juni 2026 opgeheven.
Voorts zal het hof – evenals de rechtbank – een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v Sr opleggen aan de verdachte, inhoudende dat de verdachte zich onthoudt van contact met aangeefster [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] te [geboorteplaats 2] . Het hof ziet aanleiding om deze maatregel op te leggen voor een duur van 5 jaren, met aftrek van de tijd die de verdachte reeds onderworpen is geweest aan de door de rechtbank opgelegde maatregel ex artikel 38v Sr. Het hof zal tevens de dadelijke uitvoerbaarheid van de opgelegde maatregel ex artikel 38v Sr bevelen. Naar het oordeel van het hof dient er ernstig rekening mee te worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens de aangeefster. Het hof verwijst hierbij naar het feit dat de verdachte tijdens zijn voorarrest in deze zaak en het voor hem duidelijk was dat de aangeefster geen contact met hem wenste, meermalen opnieuw contact heeft gezocht.
Beslag
Het hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een Samsung Galaxy J3, volgens opgave van de verdachte aan hem toebehorend, is vatbaar voor verbeurdverklaring. Deze inbeslaggenomen telefoon is vatbaar voor verbeurdverklaring nu met dit voorwerp het tenlastegelegde en bewezenverklaarde (mede) is begaan. Gelet hierop zal het hof de telefoon verbeurd verklaren.
Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.
Ten aanzien van de andere in beslag genomen voorwerpen zal het hof de teruggave aan de verdachte gelasten nu het strafvorderlijk belang zich daartegen niet verzet.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 33, 33a, 38v, 38w, 57, 63 en 285b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 02-004418-23 onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 02-210519-24 en in de zaak met parketnummer 02-004418-23 onder 2 tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het in de zaak met parketnummer 02-210519-24 en in de zaak met parketnummer 02-004418-23 onder 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
170 (honderdzeventig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
Vrijheidsbeperkende maatregel
legt op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat de veroordeelde wordt bevolen zich voor de duur van 5 jaren te onthouden van contact met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] te [geboorteplaats 2] ;
beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste 2 weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 maanden;
toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op;
beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
beveelt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit arrest onderworpen is geweest aan een door de rechtbank dadelijk uitvoerbaar verklaarde vrijheidsbeperkende maatregel bij de uitvoering van de opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel in mindering zal worden gebracht;
heft op het door de rechtbank gegeven bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de door de rechtbank opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel;
Beslag
verklaart verbeurdhet in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- Samsung Galaxy J3 (PL2000-2023002423-G2543457);
gelast de
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- Lenovo Chromebook S330 (laptop) (PL2000-2024151675-G2741826);
- Samsung Galaxy Note 8 (blauw) (PL2000-2023002423-G2543461);
- iPhone (wit) (PL2000-2024151675-G2741824).
Aldus gewezen door:
mr. A.C. Bosch, voorzitter,
mr. S.C. van Duijn en mr. R.G.A. Beaujean, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. L.C.J.M. Hillebrandt, griffier,
en op 12 juni 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. Bosch is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.