Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.de vennootschap naar Belgisch rechtN.V. Credim,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
B.V. Quality Logistiek,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[appellante sub 3] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant sub 4] ,
1.[geïntimeerde sub 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde sub 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/409767 / HA ZA 23-284)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven, tevens akte vermeerdering van eis met producties;
- de memorie van antwoord, tevens antwoord op vermeerdering van eis tevens houdende memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;
- de akte overlegging producties van de zijde van Credim c.s. van 20 maart 2026 met producties 10 tot en met 15;
- de mondelinge behandeling van 1 april 2026, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd en Credim c.s. haar eis in principaal hoger beroep heeft verminderd.
3.De beoordeling
- dat hij voornemens is een schutting te plaatsen op eigen grond over de volledige lengte van het perceel (ongeveer 10 cm vanaf de erfgrens);
en is hen verzocht c.q. gesommeerd:
- te laten weten of zij voornemens zijn beplanting te verwijderen die zich over de kadastrale grens bevindt;
- maatregelen te nemen om te voorkomen dat de honden van [appellant sub 4] en [appellante sub 3] schade kunnen toebrengen aan de (nieuwe) schutting;
- camera’s die (deels) zijn gericht op het perceel van [geïntimeerde] te draaien of verwijderen.
1. te verklaren voor recht dat het stuk grond gelegen tussen enerzijds de op 18 mei 2017 opgemeten kadastrale erfgrens en anderzijds de oorspronkelijke feitelijke erfgrens, afgebakend door de door [geïntimeerde] in de zomer van 2018 gesloopte betonnen muur (verder: het stuk grond) door Credim in eigendom is verworven ingevolge verkrijgende verjaring op grond van de artikelen 3:99, 3:105 en 3:106 BW;
2. te verklaren voor recht dat de juridische erfgrens tussen de percelen gelegen te [postcode] [plaats] , respectievelijk [adres A] en [adres B] de oorspronkelijke feitelijke grens zal zijn, afgebakend door de door [geïntimeerde] in de zomer van 2018 gesloopte betonnen muur over een lengte van 63 meter;
3. [geïntimeerde] te verbieden:
- alle beplanting op het stuk grond te verwijderen,
- een afsluiting te plaatsen op het stuk grond,
- een afsluiting te plaatsen volgens de op 18 mei 2017 opgemeten kadastrale erfgrens,
- zich toegang te verschaffen tot het stuk grond,
alles op verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per keer,
4. [geïntimeerde] te veroordelen om de door hem in de zomer van 2018 gesloopte betonnen scheidsmuur te herbouwen in steen of beton op de erfgrens zoals bedoeld onder 2., binnen drie maanden na het wijzen van het vonnis, bij gebreke waarvan Credim c.s. wordt gemachtigd om zelf de scheidsmuur aldaar te bouwen in steen of beton op kosten van [geïntimeerde] ,
5. [geïntimeerde] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten.
1. [appellante sub 3] en [appellant sub 4] te verbieden [geïntimeerde] en zijn kinderen uit te schelden,
2. te verklaren voor recht dat de bij de kadastrale rapportage van 18 mei 2017 vastgestelde erfgrens de juridische erfgrens betreft en dat Credim c.s. deze erfgrens moet respecteren,
3. Credim c.s. te verbieden op of over voornoemde grens heen te bouwen en/of zaken te plaatsen,
4. Credim c.s. te gelasten de door haar geplaatste bomen, overige beplanting en de aan haar toebehorende pomp op of nabij de erfgrens te verwijderen en verwijderd te houden binnen een week na het wijzen van het vonnis,
5. Credim c.s. te gelasten de camera’s aan de woning en loods, dan wel andere gebouwen, te verwijderen binnen een week na het wijzen van het vonnis,
6. Credim c.s. te verbieden nieuwe camera’s te plaatsen die zijn gericht op de percelen van [geïntimeerde] , kadastraal bekend als [x] [A] en [E] ,
7. Credim c.s. te verbieden film- en/of foto-opnames van [geïntimeerde] te maken wanneer [geïntimeerde] zich op het eigen perceel en/of in zijn woning bevindt,
alle voornoemde verboden en geboden op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag/dagdeel, en met veroordeling van Credim c.s. in de proceskosten.
Zij vordert thans:
- de verklaring voor recht dat de bij de kadastrale rapportage van 18 mei 2017 vastgestelde erfgrens de juridische erfgrens betreft en dat Credim c.s. deze erfgrens moet respecteren en
- het aan Credim c.s. opgelegde verbod op of over die erfgrens heen te bouwen en/of zaken te plaatsen
Naar het oordeel van het hof staat hiermee vast dat, zoals ook de rechtbank overwoog, de camera’s in ieder geval de mogelijkheid bieden van stelselmatige observatie van het perceel van [geïntimeerde] Credim c.s. moesten immers delen van de beelden die de camera’s maakt, softwarematig afdekken om tot dit resultaat te komen.
Het hof stelt het volgende voorop. De rechter moet het dictum van een uitspraak uitleggen tegen de achtergrond van het partijdebat en met inachtneming van de overwegingen die tot dat dictum hebben geleid (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:HR:2016:369). Bij de uitleg van een veroordeling moet het doel en de strekking van de veroordeling tot richtsnoer worden genomen, zodanig dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel (zie bijvoorbeeld HR 23 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ3085).
Dit brengt mee dat de grief faalt en rov. 5.6. zal worden bekrachtigd.
Het akoestisch toetspunt is gelegen op de gevel van het woonhuis (van [appellant sub 4] en [appellante sub 3] ) waar de maatgevende maximale geluidsniveaus worden veroorzaakt, aldus het rapport.
Het hof is van oordeel dat het rapport niet kan dienen ter onderbouwing van de stelling dat er sprake is van onrechtmatige geluidshinder. Het onderzoeksbureau is afgegaan op de door Credim c.s. verstrekte informatie en heeft niet zelf geconstateerd welke activiteiten op welke tijdstippen en met welke frequentie er door Zeeuwse Houtpallets worden verricht en er zijn geen concrete geluidsmetingen ter plaatse verricht. Dat in de woning van [appellant sub 4] en [appellante sub 3] sprake is van een objectief vast te stellen onacceptabel c.q. ontoelaatbaar geluidsniveau of anderszins sprake is van onrechtmatige hinder als gevolg van het gestelde transport bij Zeeuwse Houtpellets hebben zij dan ook niet onderbouwd. Dat sprake is van geluidshinder die op een andere manier in strijd is met de maatschappelijke betamelijkheid is evenmin gebleken.
€ 50.000,-.
- aan griffierecht € 349,-
- aan salaris advocaat € 2.580,- (2 punten x Tarief II)
- aan nakosten € 189,- (plus de verhoging zoals hierna vermeld)