De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van het tenlastegelegde bezit van een vals Italiaans reisdocument. De officier van justitie stelde hoger beroep in tegen deze vrijspraak. Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en het tenlastegelegde bewezen verklaard.
Op 27 augustus 2025 werd de verdachte op Eindhoven Airport gecontroleerd en legde hij een Italiaans vreemdelingenpaspoort voor waarvan werd vermoed dat het vals was. Onderzoek door een documentdeskundige bevestigde dat het paspoort niet authentiek was, onder meer vanwege afwijkende ondergrondbedrukking en het ontbreken van een watermerk. De verdachte gaf tegenstrijdige en ongeloofwaardige verklaringen over het bezit en de herkomst van het paspoort.
Het hof oordeelde dat de verdachte wist dat het paspoort vals was, omdat hij geen aannemelijke verklaring kon geven voor het bezit ervan. Er waren geen omstandigheden die strafuitsluiting konden rechtvaardigen. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 60 dagen, waarvan 45 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het in beslag genomen paspoort werd onttrokken aan het verkeer.