Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
[verdachte] ,
het hof begrijpt: [benadeelde partij] )op hen af kwam lopen, die zei: "Ik ben gestoken'. Verbalisanten zagen vervolgens op zijn rechterzij een snijwond van ongeveer 3 centimeter breed en er stroomde bloed uit. Het slachtoffer was emotioneel en in paniek. Ook zagen zij een flinke rode plek ter hoogte van de rechterbovenarm. Nadat het slachtoffer zijn trui uit deed, zagen verbalisanten dat hij een steekwond had op zijn rechterbovenarm en in zijn buik. [2]
(het hof begrijpt telkens: [café 1] )om bij de ingang munten te kopen. De man die mij later gestoken heeft was al in [café 1] en kwam naar buiten. In het begin had ik een vriendelijk gesprek met hem. Op enig moment begon de ruzie. Volgens mij begon hij te slaan en heb ik volgens mij maar 1 keer teruggeslagen. Die man bleef maar slaan, maar ik kon die slagen met mijn dekking nog goed afweren. Daarop werden wij door de beveiligers uit [café 1] gezet. Voor de deur van [café 1] , in ieder geval buiten [café 1] , sloeg die man mij nog een paar keer. Ik ben vervolgens richting [café 3] gelopen en liep daarna langs [café 2] . Opeens werd ik gestoken. Ik heb ook niemand zien aankomen, dus ik denk dat die man van achteren naar mij toe is gekomen. Ik voelde het opeens warm worden aan mijn arm en buik. Toen wist ik dat ik gestoken was en zag veel bloed door mijn kleding komen. Ik ben toen meteen naar politieagenten gerend. In het ziekenhuis werden 4 steekwonden geconstateerd, waarvan 2 keer in de rechteroksel, 1 keer rechterbovenarm en l keer in mijn buik. De arts vertelde dat de buikwond oppervlakkig was en de wonden in de oksel dicht bij een slagader. In mijn bovenarm is mogelijk een spier geraakt met het mes."
€ 3.000,00. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden. Voor het overige dient de vordering van de benadeelde partij met betrekking tot de immateriële schade te worden afgewezen.
BESLISSING
vordering van de [benadeelde partij] :
€ 3.510,00 (drieduizend vijfhonderdtien euro) bestaande uit € 510,00 (vijfhonderdtien euro) aan materiële schade en € 3.000,00 (drieduizend euro) aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;
€ 3.500,00 (drieduizend vijfhonderd euro) aan immateriële schadeaf;
€ 4.449,58 (vierduizend vierhonderdnegenenveertig euro en achtenvijftig eurocent) aan materiële schadeniet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;