Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2026:1693

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
20-001048-23
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 SrArt. 47 SrArt. 57 SrArt. 63 SrArt. 2 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor grootschalige invoer en voorbereiding van metamfetamine en cocaïne vanuit Mexico en Colombia

De verdachte was betrokken bij het opzetten van drugslijnen voor de invoer van metamfetamine en cocaïne vanuit Mexico en Colombia naar Nederland. Het hof stelde vast dat er zes proefzendingen waren ingevoerd, een poging tot invoer van circa 15 kilogram metamfetamine onderschept in Duitsland, en drie geslaagde zendingen met drugs in Nederland.

De zaak omvatte complexe bewijsmiddelen waaronder chatberichten via Threema en WhatsApp, telefoniegegevens, observaties en politieonderzoek. De verdachte gebruikte meerdere telefoons en accounts, en had intensief contact met medeverdachten en contacten in Mexico en Colombia. De zendingen werden nauwgezet gevolgd en betaald door de verdachte.

Het hof verwierp het verweer dat de verdachte niet wist van de inhoud van de pakketten, en concludeerde dat hij bewust deelnam aan de grootschalige drugshandel. De strafmaat werd bepaald rekening houdend met de ernst van de feiten, de rol van de verdachte als spilfiguur, eerdere veroordelingen en de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.

Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor het deel dat aan het oordeel van het hof was onderworpen, sprak de verdachte vrij van een deel van de tenlastelegging, en veroordeelde hem tot 48 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 48 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van invoer en voorbereiding van invoer van harddrugs.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001048-23
Uitspraak : 25 juni 2026
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 30 maart 2023, in de strafzaak met parketnummer 01-993373-21 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
thans uit anderen hoofde verblijvende in de [detentieadres 1] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van het onder feit 3 en feit 4 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van
  • feit 1: ‘
  • feit 2: ‘
en
medeplegen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden, een ander trachten te bewegen om dat feit mede te plegen en zich en/of een ander gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen, stoffen en gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zijn bestemd zijn tot het plegen van dat feit’,
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren met aftrek van voorarrest.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Omvang van het hoger beroep
Het hoger beroep is bij appelakte uitdrukkelijk beperkt. De appelakte vermeldt dat het hoger beroep niet is gericht tegen de vrijspraken ter zake van het onder feit 2.1.2, feit 3 en feit 4 tenlastegelegde.
Het hof stelt vast dat de rechtbank in het vonnis (onder voetnoot 1) een eigen nummering heeft aangebracht ten aanzien van het tweede feit, teneinde de leesbaarheid van het vonnis te bevorderen. De rechtbank heeft deze nummering in het gehele is vonnis aangehouden. De rechtbank heeft het tenlastegelegde onder feit 2 nader genummerd als primair 2.1.1 en/of 2.1.2. en subsidiair 2.2. Het hof houdt voor een juist begrip van het vonnis alsmede het daartegen ingestelde hoger beroep in het onderhavige arrest diezelfde nummering aan.
De beantwoording van de vraag of een (deel)vrijspraak een beschermde vrijspraak betreft, is voorbehouden aan de feitenrechter. Gelet op de tussen de feiten 2.1.1. en 2.1.2. opgenomen woorden ‘en/of’ is het hof in het onderhavige geval van oordeel dat dit (primaire) onderdeel cumulatief/alternatief is tenlastegelegd. Dit brengt naar het oordeel van het hof met zich mee dat de hiervoor genoemde vrijspraak van het tenlastegelegde onder feit 2.1.2 geen beschermde vrijspraak betreft. Het oorspronkelijke feit 2 (met een primaire variant, onderverdeeld in de cumulatieve/alternatieve feiten 2.1.1. en 2.1.2., en een subsidiaire variant 2.2.) is in hoger beroep derhalve in volle omvang aan het oordeel van het hof onderworpen. Enkel de beperking bij appelakte van de feiten 3 en 4 is wettelijk toegestaan.
Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep door het hof zal worden bevestigd.
Namens verdachte is vrijspraak bepleit ten aanzien van feit 1 en van feit 2.1.1. voor zover dat feit ziet op de zending aan [betrokkene 1] en de zending aan [betrokkene 2] . Subsidiair is verweer gevoerd tegen de tenlastegelegde hoeveelheid metamfetamine in alle zendingen. Ten aanzien van feit 2.2. heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Voorts heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – tenlastegelegd dat:
Feit 1.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2020 tot en met 24 november 2020 te [plaats 1] , gemeente Medemblik en/of Krabbendijke, gemeente Reimerswaal, en/of [plaats 5] en/of elders in Nederland ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland te brengen een postpakket met daarin circa 15 kilogram, in elk geval een hoeveelheid, van een materiaal bevattende metamfetamine (in elk geval een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet), zijnde metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, hebbende hij en/of zijn mededader(s)

een postpakket met daarin circa 15 kilogram metamfetamine (in elk geval een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet) met bestemming Nederland verzonden en/of laten verzenden en/of

met het oog op de toezending van het postpakket bevattende de metamfetamine (in elk geval een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet), een account bij UPS aangemaakt en/of

de betaling van verzending van het postpakket verzorgd en/of

een afleveradres voor de aflevering van het postpakket verzorgd en/of

tussentijds contact onderhouden over de status van de toezending van het postpakket en/of

(telefonisch) navraag gedaan naar de "afleverstatus" van het pakket en/of

de trackinggegevens van het postpakket bekeken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Feit 2.1.1.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met1 november 2020 en/of op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van25 november 2020 tot en met 1 maart 2021 te [plaats 1] , gemeente Medemblik, en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende metamfetamine, in elk geval één of meer hoeveelheden van een materiaal bevattende een middel vermeld op lijst 1 van de Opiumwet, zijnde metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
en/of
Feit 2.1.2.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 1 november 2020 en/of op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 november 2020 tot en met 1 maart 2021 te [plaats 1] , gemeente Medemblik, en/of elders in Nederland ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen (telkens) opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland te brengen één of meer (post)pakketten met daarin een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine (in elk geval een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet), zijnde metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, hebbende hij en/of zijn mededader(s)

(een) pakket(ten) met daarin metamfetamine (in elk geval een materiaal bevattende een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet) met bestemming Nederland verzonden en/of laten verzenden en/of

contacten onderhouden met het oog op het binnen het grondgebied van Nederland brengen van (een) pakket(ten) bevattende metamfetamine en/of

met het oog op de toezending van (een) pakket(ten) bevattende metamfetamine een account bij een vervoerder aangemaakt en/of

de betaling van verzending van (een) pakket(ten) bevattende metamfetamine verzorgd en/of

een afleveradres voor de aflevering van (een) pakket(ten), bevattende metamfetamine, verzorgd en/of

tussentijds contact onderhouden over de status van de toezending van (een) pakket(ten) bevattende metamfetamine en/of

de trackinggegevens van (een) pakket(ten) bevattende metamfetamine bekeken,
terwijl de uitvoering van de/dat voorgenomen misdrijven/misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
Feit 2.2.hij op één meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met1 november 2020 en/of op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van25 november 2020 tot en met 1 maart 2021 te [plaats 1] , gemeente Medemblik, en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van metamfetamine, in elk geval een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet, zijnde metamfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,

een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,

zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft trachten te verschaffen,

voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit,
hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s):

(een) pakket(ten) met daarin verborgen metamfetamine (in elk geval een materiaal bevattende een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet) met bestemming Nederland verzonden en/of laten verzenden en/of

contacten onderhouden met het oog op het binnen het grondgebied van Nederland brengen van (een) pakket(ten) bevattende metamfetamine (in elk geval een materiaal bevattende een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet) en/of

met het oog op de toezending van (een) pakket(ten) bevattende metamfetamine (in elk geval een materiaal bevattende een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet) een account bij een vervoerder aangemaakt en/of

de betaling van verzending van (een) pakket(ten) bevattende metamfetamine (in elk geval een materiaal bevattende een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet) verzorgd en/of

een afleveradres voor de aflevering van (een) pakket(ten) bevattende metamfetamine (in elk geval een materiaal bevattende een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet) verzorgd en/of

tussentijds contact onderhouden over de status van de toezending van (een) pakket(ten) bevattende metamfetamine (in elk geval een materiaal bevattende een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet) en/of

de trackinggegevens van (een) pakket(ten) bevattende metamfetamine (in elk geval een materiaal bevattende een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet) bekeken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1, feit 2.1.1. en feit 2.2. tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat hij:
Feit 1.in de periode van 1 november 2020 tot en met 24 november 2020 in Nederland ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland te brengen een postpakket met daarin circa 15 kilogram van een materiaal bevattende metamfetamine, zijnde metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
hebbende hij en/of zijn mededaders

een postpakket met daarin circa 15 kilogram metamfetamine met bestemming Nederland verzonden en/of laten verzenden en

met het oog op de toezending van het postpakket bevattende de metamfetamine een account bij UPS aangemaakt en

de betaling van verzending van het postpakket verzorgd en

een afleveradres voor de aflevering van het postpakket verzorgd en

tussentijds contact onderhouden over de status van de toezending van het postpakket en

(telefonisch) navraag gedaan naar de "afleverstatus" van het pakket en

de trackinggegevens van het postpakket bekeken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Feit 2.1.1.op tijdstippen in de periode van 25 november 2020 tot en met 1 maart 2021 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen (telkens) opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende een middel vermeld op lijst 1 van de Opiumwet;
Feit 2.2op tijdstippen in de periode van 1 januari 2020 tot en met 14 september 2020 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en binnen het grondgebied van Nederland brengen van een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,

een of meer anderen heeft getracht te bewegen om die feiten te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,

zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft trachten te verschaffen,

voorwerpen en/of gelden voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, en zijn mededader(s) wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit,
hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s):

(een) pakket(ten) met bestemming Nederland verzonden en/of laten verzenden en/of

contacten onderhouden met het oog op het binnen het grondgebied van Nederland brengen van (een) pakket(ten) bevattende een materiaal bevattende een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet en/of

de betaling van verzending van (een) pakket(ten) verzorgd en/of

een afleveradres voor de aflevering van (een) pakket(ten) bevattende een materiaal bevattende een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet verzorgd en/of

tussentijds contact onderhouden over de status van de toezending van (een) pakket(ten) en/of

de trackinggegevens van (een) pakket(ten) bekeken.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen opgenomen in een aanvulling op dit verkorte arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit verkorte arrest gehecht.
Bewijsoverwegingen
I.
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
II.
Nu berichten – die door verschillende gebruikers zijn verzonden via de berichtendiensten ‘Threema’ en ‘WhatsApp’ – deel uitmaken van de bewijsmiddelen, zal het hof ten behoeve van de leesbaarheid van het arrest starten met overwegingen ten aanzien van de identificatie van de gebruikers van de betreffende Threema- en WhatsApp-accounts alsmede van de telefoonnummers die betrokken zijn bij of genoemd worden in het berichtenverkeer ter zake van het bewezenverklaarde, gevolgd door een bespreking van de bewezenverklaarde feiten in chronologische volgorde van de gebeurtenissen. De bewijsoverwegingen zijn derhalve als volgt opgebouwd:
  • identificatie gebruikers Threema- en WhatsApp-accounts en telefoonnummers
  • feit 2.2. (voorbereidingshandelingen)
  • feit 1. (poging invoer)
  • feit 2.1.1. (voltooide invoer)
Identificatie gebruikers Threema- en WhatsApp-accounts en telefoonnummers
Telefoon verdachte en gebruik app Threema
In het onderzoek 26Hammond zijn op 16 februari 2021 meerdere aanhoudingen verricht waaronder de aanhouding van de [plaats 1] . De verdachte is aangehouden op een vakantiepark in [plaats 2] waar ook een doorzoeking heeft plaatsgevonden van de vakantiewoning waarin hij verbleef. Daarbij zijn twee iPhones (goednummers PR124.01.01.001 en KA038.02.02.001) inbeslaggenomen. Op deze telefoons van de [plaats 1] was de betaalde app en berichtendienst Threema, waarbij de privacy zou zijn gegarandeerd, geïnstalleerd. De berichtendienst Threema op de telefoons van de verdachte is gebruikt gedurende de periode vanaf 3 november 2020 tot en met 15 februari 2021. Uit de chatberichten blijkt dat er via deze app is gecommuniceerd over, zoals het hof in het hiernavolgende vaststelt, de verzending van postpakketten voor (de voorbereiding van) de invoer van harddrugs.
[bijnaam 1] , [bijnaam 2] en [bijnaam 3]
Uit het onderzoek naar de gegevens van de telefoons die zijn inbeslaggenomen onder de verdachte is naar voren gekomen dat op beide toestellen gebruik werd gemaakt van het [telefoonnummer 1] en dat er een Threema-account aan dit telefoonnummer gekoppeld was. De gebruikersnamen van het Threema-account verschilden per telefoon. Op de iPhone 8 met goednummer PR124.01.01.001 werd de gebruikersnaam [bijnaam 1] gebruikt en op de iPhone 8 met goednummer KA03802.02.001 de gebruikersnaam [bijnaam 2] . Voorts is uit het onderzoek gebleken dat alle chatberichten vanuit de app Threema van de ene telefoon (met goednummer KA03802.02.001) waren overgezet naar de andere telefoon. Op beide telefoons is berichtenverkeer aangetroffen d.d. [geboortedatum] 2020 met een persoon die gebruik maakt van de gebruikersnaam ‘yooo’ aan wie het bericht gestuurd werd
Ben ook jarig vandaag maatje.Het hof merkt op dat de verdachte op [geboortedatum] jarig is. Op de ene telefoon is dit bericht verstuurd door [bijnaam 2] en op de andere telefoon door [bijnaam 1] . De verdachte heeft verklaard dat hij gebruik maakte van het [telefoonnummer 1] en dat hij meerdere telefoons heeft gehad. Daarnaast verklaarde de verdachte dat hij gebruik maakte van de naam [bijnaam 2] (
het hof begrijpt: [bijnaam 2]) op zijn oude telefoon en van de naam [bijnaam 1] op zijn nieuwe telefoon. Hij wisselde van gebruikersnaam omdat het binnen de app Threema niet mogelijk was om gebruik te maken van eenzelfde gebruikersnaam op verschillende toestellen. Op de iPhone 8 met goednummer PR124.01.01.001 is tevens een WhatsApp-account met de naam [bijnaam 3] aangetroffen. De verdachte bevestigde dat ook dit zijn account kon zijn. Op basis van het voorgaande concludeert het hof dat de verdachte gebruik maakte van het [telefoonnummer 1] en dat de Threema accounts ‘ [bijnaam 2] ’ en ‘ [bijnaam 1] ’ evenals het WhatsApp-account ‘ [bijnaam 3] ’ aan de verdachte kunnen worden toegeschreven.
[bijnaam 4] , [bijnaam 5] en [bijnaam 6]
In een van de inbeslaggenomen iPhones van de verdachte zijn WhatsAppberichten aangetroffen met een contact genoemd ‘ [bijnaam 4] ’ dat gebruik maakte van het [telefoonnummer 2] en met een contact genoemd ‘ [bijnaam 6] ’ dat gebruik maakte van het [telefoonnummer 3] . Voorts is een contact opgeslagen onder de naam ‘ [bijnaam 5] ’ met het [telefoonnummer 4] .
Uit bevraging van het [telefoonnummer 4] volgde dat dit telefoonnummer was geregistreerd op het adres [adres medeverdachte 1] alwaar [medeverdachte 1] en zijn vrouw [betrokkene 3] woonachtig waren. Deze [medeverdachte 1] heeft tijdens zijn verhoor van 25 augustus 2021 verklaard dat hij de gebruiker was van de telefoonnummers [telefoonnummer 3] , [telefoonnummer 4] en [telefoonnummer 2] . Voorts heeft hij verklaard dat zijn WhatsApp-naam ‘ [bijnaam 4] ’ was en dat hij de berichten heeft geschreven die verstuurd zijn door het WhatsApp-account ‘ [bijnaam 5] ’. Gelet hierop concludeert het hof dat [medeverdachte 1] gebruik heeft gemaakt van de WhatsApp-accounts ‘ [bijnaam 4] ’, ‘ [bijnaam 5] ’ en ‘ [bijnaam 6] ’ evenals van de (daaraan te koppelen) telefoonnummers [telefoonnummer 3] , [telefoonnummer 4] en [telefoonnummer 2] .
[bijnaam 7]
Uit door de verdachte gestuurde berichten in combinatie met hetgeen de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard over zijn broer, valt af te leiden dat de gebruiker van het Threema-account [bijnaam 7] verdachtes tweelingbroer, tevens [medeverdachte 2] betrof. Zo stuurde de verdachte met zijn account [bijnaam 1]
twin is twinen 3 seconden later
Alleen ben ik knapper. Vervolgens werd een aantal berichten later door [bijnaam 1] (hiervoor reeds geïdentificeerd als de verdachte) een screenshot gestuurd naar [bijnaam 7] waarop twee op elkaar lijkende gezichten te zien zijn. De screenshot betrof volgens de politie een schermafdruk van een videogesprek, waarin rechts bovenin een afbeelding verschijnt van een van de deelnemers aan het videogesprek en waaraan twee op elkaar gelijkende personen deelnamen. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat zijn broer [medeverdachte 2] ook bezig was met drugs en dat hij, verdachte, op een gegeven moment een appgroep heeft gehad met ‘ [bijnaam 8] ’ en zijn broer ‘ [bijnaam 7] ’.
[bijnaam 8] , [bijnaam 9] , [telefoonnummer 5] en [telefoonnummer 6]
Het hof is met de rechtbank, gelet op de gebezigde bewijsmiddelen, van oordeel dat medeverdachte [medeverdachte 3] de gebruiker was van het Threema-account ‘ [bijnaam 8] ’ en overweegt daartoe als volgt.
Op 7 december 2020 werd tussen [bijnaam 1] en [bijnaam 8] via Threema een afspraak gemaakt om elkaar rond 13:30 uur in Diemen te ontmoeten. [bijnaam 8] liet [bijnaam 1] weten dat [bijnaam 8] een derde, door [bijnaam 8] in het Threema-gesprek geduid als
hem, over deze afspraak zou berichten. Door de politie is vervolgens op die bewuste 7 december 2020 tijdens een observatie het volgende waargenomen. Om 12:45 uur vertrok de verdachte alleen en als bestuurder van een voertuig met [kenteken 1] , waarna dat voertuig om 13:30 uur geparkeerd werd aangetroffen ter hoogte van de [adres 1] in Diemen. Gezien werd dat de verdachte 1 minuut later [nummer 1] in die straat binnenging. Een minuut nadat om 14:14 uur een zwarte Renault Clio met [kenteken 2] kwam aangereden, verliet de verdachte dat perceel weer met een niet nader bekende man. Op dat moment werd waargenomen dat [medeverdachte 3] uit de zwarte Renault Clio stapte en in gesprek ging met de verdachte en de man die bij de verdachte was. Het observatieteam herkende [medeverdachte 3] toen hij uit deze Renault Clio stapte. De politie heeft video-opnamen van de ontmoeting tussen de drie mannen gemaakt en een schermafbeelding van deze ontmoeting waarop volgens de politie van links naar rechts staan afgebeeld: [medeverdachte 3] , [verdachte] en de niet nader bekende man, maakt deel uit van een proces-verbaal van bevindingen (pagina 349 van het eind-proces-verbaal). Het hof neemt op die afbeelding waar dat de persoon die uiterst links staat een kale man betreft, waarvan het zijprofiel zichtbaar is en die ruim een kop groter is dan de tweede man, volgens de politie de verdachte, die direct naast hem staat. Die herkenning door de politie van deze man aan de linkerzijde, waarvan de omschrijving naar ’s hofs oordeel overigens ook past binnen het signalement van [medeverdachte 3] die sinds zijn kinderjaren al kampt met kaalheid, staat niet op zichzelf. De verdachte heeft immers naar aanleiding van deze schermafbeelding bij de politie verklaard dat deze ontmoeting plaatshad in Diemen, waar [betrokkene 4] woonde en voorts dat de verdachte daar was voor overleg en dat hij ‘ [medeverdachte 3] ’ die kant op had laten komen. Het hof stelt vast dat het berichtenverkeer tussen de verdachte en [bijnaam 8] waarin zij een afspraak maakten voor een ontmoeting met een derde persoon in Diemen, past bij de waarnemingen van en herkenningen door het observatieteam. Immers, zij zagen vervolgens drie personen rondom het afgesproken tijdstip in Diemen bijeen komen en hebben hierover geverbaliseerd. Eén van de ter plaatse gekomen personen herkende de politie als de verdachte en de volgende ter plaatse gekomen persoon als [medeverdachte 3] . Deze observaties werden door de verdachte bevestigd, want bij het zien van de schermafbeelding verklaarde de verdachte dat hij [medeverdachte 3] voor overleg naar Diemen had laten komen en voorts blijkt uit zijn verklaring dat de derde onbekend gebleven man volgens de verdachte [betrokkene 4] betrof, die aldaar woonde. Dat de verdachte met ‘ [medeverdachte 3] ’ zonder meer doelde op [medeverdachte 3] leidt het hof af uit de verklaring van de verdachte, waarin hij kort tevoren naar aanleiding van een hem getoonde profielfoto van [medeverdachte 3] verklaarde deze persoon te kennen als [medeverdachte 3] . Uit hetgeen hiervoor is overwogen concludeert het hof reeds dat [medeverdachte 3] de gebruiker was van het Threema-account ‘ [bijnaam 8] ’, nu [medeverdachte 3] voor een ontmoeting (door de verdachte overleg genoemd) met de verdachte naar het adres van de derde persoon in Diemen is gegaan.
Maar er is nog meer dat deze conclusie staaft. Uit het berichtenverkeer op Threema blijkt namelijk ook nog dat [bijnaam 8] een zwager had die [naam 1] heet. De verdachte als [bijnaam 1] vroeg aan [bijnaam 8] op 2 januari 2021
Welke zwager bedoel je [naam 1] ?waarop [bijnaam 8] reageerde met
Hb maar 1.Uit politieonderzoek is gebleken dat [medeverdachte 3] één zus heeft die een zoontje heeft samen met [naam 1] . Naast het noemen door [bijnaam 8] van de naam van de zwager van [medeverdachte 3] , werd door de man die als [medeverdachte 3] werd herkend bij de observatie in Diemen en de [medeverdachte 3] die de verdachte naar Diemen had laten komen ook nog gebruikt gemaakt van de zwarte Renault Clio die op naam stond van de overbuurvrouw van [medeverdachte 3] moeder. In al deze feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, ziet het hof louter bevestiging voor de conclusie dat [medeverdachte 3] de gebruiker was van het account ‘ [bijnaam 8] ’.
Ten aanzien van het telefoonnummer [telefoonnummer 5] overweegt het hof als volgt.
Een chatconversatie van 24 januari 2021, begon met 3 berichten die [bijnaam 1] allemaal binnen één seconde om 23:38 uur stuurde naar [bijnaam 8] , te weten:
Stuur me adres,
Heb ik nodigen
Plus telefoon, nummer. Daarop reageerde [bijnaam 8] diezelfde nacht, inmiddels 25 januari 2021, met twee schermafbeeldingen en meerdere tekstberichten. Na de eerste schermafbeelding (om 01:14 uur), waarop een tekst staat vermeld die voor het hof voor wat betreft het daarin vermelde blauwe nummer niet goed leesbaar is (hof: wel leesbaar is
Dear Customer, your permanent lycamobile number is---blauw nummer---
and Your Customer Identification Pin is 2829. Thanks for using LycaMobile), reageerde [bijnaam 1] (om 01:16 uur) met het bericht
Oke dit is nummer. Hieruit leidt het hof af dat de blauwe tekst middenin de schermafbeelding een nummer vermeldt. Op de volgende schermafbeelding die [bijnaam 8] vervolgens (om 01:18 uur) stuurde naar [bijnaam 1] , neemt het hof waar adresgegevens van een telefooncontact, te weten
[adres 2](hof: huisnummer niet leesbaar)
[adres 2]en een bericht dat [bijnaam 1] voor het huisnummer in de andere telefoon moet kijken. In de berichten die zij in de navolgende minuten over en weer verstuurden spraken zij verder over een naam [betrokkene 2] (om 01:35 uur) en het laatste bericht tussen beiden in die nacht stuurde [bijnaam 1] om 01:37 uur, nadat hij [bijnaam 8] had laten weten
Morgen gaan ze sturen. Diezelfde avond om 19.00 uur vroeg [bijnaam 8]
Was die ene al verzonden naar adres?, waarop [bijnaam 1] om 21:58 uur liet weten
Zending is gestuurd bro. Om 21:58 uur liet [bijnaam 8] aan [bijnaam 1] weten
Krijg net binnenen
Op dit nummer, waarna [bijnaam 8] bevestigde dat het om een bericht ging en dat hij morgen (het hof begrijpt: 26 februari 2012)
wel eff langskomtbij [bijnaam 1] .
Nagenoeg tegelijk met de chatconversatie tussen [bijnaam 1] en [bijnaam 8] vond ook een (Spaanstalige) chatconversatie plaatsvond tussen ene ‘ [bijnaam 10] ’ en [bijnaam 1] . Zo stuurde [bijnaam 10] op 24 januari 2021 om 23:37 uur
Ik heb de rechtstreekse nodig, waarop [bijnaam 1] na middernacht om 01:15 uur reageerde met het sturen van een schermafbeelding. Vervolgens stuurde [bijnaam 1] om 01:32 uur twee berichten
Dit is het nummer [telefoonnummer 5]en
Ik zal je nu het adres sturen, waarop een minuut later volgde
[adres 2]. Om 01:34 uur stuurde [bijnaam 10]
naam, waarop twee minuten later werd gereageerd door [bijnaam 1] met
Naam is = [betrokkene 2]. Diezelfde avond om 21:45 uur stuurde [bijnaam 1] naar [bijnaam 10]
Is de verzending uiteindelijk gedaan, waarna [bijnaam 10] direct reageerde met
jaen
Morgen stuur ik je de foto.
Het hof leidt hieruit af dat de verdachte (als [bijnaam 1] ) chatte met ‘ [bijnaam 10] ’ over een zending en in dat verband aan deze [bijnaam 10] desgevraagd een telefoonnummer, adres en naam verstrekte, die de verdachte op zijn beurt verkreeg door daarnaar te vragen bij [medeverdachte 3] (als [bijnaam 8] ). Ook verdachte en [medeverdachte 3] spraken evident over een zending. Het telefoonnummer dat [medeverdachte 3] (als [bijnaam 8] ) met de schermafbeelding doorgaf was kennelijk voor de ontvangende verdachte wel goed leesbaar, gelet op het nummer dat hij op zijn beurt aan [bijnaam 10] doorgaf, te weten het nummer [telefoonnummer 5] .
Uit politieonderzoek is naar voren gekomen dat het doorgegeven nummer [telefoonnummer 5] in relatie kan worden gebracht met een pakket dat via koeriersdienst DHL uit Mexico werd verzonden op 25 januari 2021 aan de ontvanger: ‘ [betrokkene 2] ’, adres ontvanger: ‘ [adres 2] ’, telefoonnummer ontvanger: ‘ [telefoonnummer 5] ’. De invoerrechten voor die zending werden betaald door een klant van DHL, genaamd [medeverdachte 3] . Verder is naar voren gekomen dat het pakket op 6 februari 2021 om 12:37 uur bij de ontvanger was afgegeven. De politie heeft deze [betrokkene 2] als verdachte gehoord. Bij het tonen van een foto van [medeverdachte 3] verklaarde [betrokkene 2] hem te kennen vanuit de buurt waar hij is opgegroeid en hij noemde hem ‘Kale’ en volgens [betrokkene 2] heet hij [medeverdachte 3] . Vervolgens verklaarde [betrokkene 2] dat die jongen waar zij het net over hadden begin 2021 had gevraagd om een filter te bestellen, hij had op dat moment geen adres en had een adres nodig. Hij had [betrokkene 2] toen gevraagd of hij [betrokkene 2] adres mocht gebruiken en hij had het pakket samen met [betrokkene 2] opgehaald bij het pakketpunt, zo’n groot DHL-punt in Ypenburg. Desgevraagd of [betrokkene 2] met ‘die jongen’ [medeverdachte 3] bedoelde waar de politie hem net een foto van had getoond, bevestigde [betrokkene 2] dat met
ja, die kale ja. [betrokkene 2] kon niets verklaren over het bij zijn naam vermelde telefoonnummer 0687910716 en ontkende dat het zijn nummer was.
Het hof gaat ervan uit dat de (air)waybill-/trackinggegevens, behorend bij het pakket aan [betrokkene 2] , zijn verzonden naar het daaraan gekoppelde telefoonnummer dat is opgegeven als het nummer van de ontvanger: [telefoonnummer 5] . Echter, het hof gaat er evenzo vanuit dat dit nummer niet toebehoorde aan die [betrokkene 2] . Het hof leidt dit niet alleen af uit de bevindingen van de politie dat dit nummer ook overigens bij enige andere zending in dit dossier is gebruikt als telefoonnummer, zoals bij een zending aan ‘ [betrokkene 5] ’. Het hof leidt dit met name af uit voormelde gespreksinhoud van de chatberichten tussen enerzijds [medeverdachte 3] en de verdachte en anderzijds tussen de verdachte en ‘ [bijnaam 10] ’, bezien in samenhang met de verklaring van [betrokkene 2] , dat hij samen met [medeverdachte 3] het pakket is gaan afhalen. Naar ’s hofs oordeel kan het dan ook niet anders dan dat die (air)waybill-/trackinggegevens zijn terechtgekomen bij [medeverdachte 3] en dat hij dat nummer hiervoor gebruikte. Immers, hij (als [bijnaam 8] ) gaf het nummer door, hij hield vervolgens contact over de status van de zending en hij haalde deze uiteindelijk op. Daarbij betrekt het hof nog het volgende.
Uit politieonderzoek is gebleken dat dit nummer [telefoonnummer 5] bij herhaling een zendmast aanstraalde in [plaats 1] , zijnde toentertijd de woonplaats van de [verdachte] ( [adres 3] ), zo ook op 26 januari 2021. Op die dag zou [medeverdachte 3] volgens de hiervoor aangehaalde chatgesprekken bij de verdachte langsgaan. Maar ook op 15 februari 2021 om 23:48 uur straalde dit nummer een zendmast aan in [plaats 1] . In het onderzoek 26Hammond werd de volgende ochtend om 07:10 uur een inval gedaan in de woning aan de [adres 4] te [plaats 1] bij verdachtes broer [medeverdachte 2] , waarbij in de keuken een drugslaboratorium werd aangetroffen. Bij binnentreden stuitte de politie op de bewoner, aldus verdachtes broer [medeverdachte 2] , maar op de bovenverdieping bleek zich ook [medeverdachte 3] te bevinden. Zowel [medeverdachte 3] als [medeverdachte 2] hebben verklaard dat [medeverdachte 3] de dag ervoor al in de woning was en daar had overnacht. Nadat [medeverdachte 3] zijn persoonlijke gegevens had doorgegeven aan de politie mocht hij de woning verlaten. Uit onderzoek is vervolgens gebleken dat het telefoonnummer [telefoonnummer 5] dat kort voor middernacht nog [plaats 1] aanstraalde, deze ochtend om 07:48 uur aanstraalde in Zwaagdijk Oost. Deze plaats is gelegen in de directe omgeving van [plaats 1] . Hierna bewoog dit nummer in de richting van [plaats 3] . Het hof stelt vast dat [medeverdachte 3] woonachtig was in [plaats 4] , gelegen onder [plaats 3] . De aanwezigheid van het telefoonnummer [telefoonnummer 5] in [plaats 1] kort voor middernacht op 15 februari 2021 op het moment dat [medeverdachte 3] daar ook aanwezig was en het weggaan van dit nummer uit [plaats 1] in de vroege ochtend van 16 februari 2021 nadat [medeverdachte 3] door de politie was heengezonden, betrekt het hof in zijn oordeel dat het [medeverdachte 3] was die de gebruiker is geweest van het telefoonnummer [telefoonnummer 5] .
Wat betreft de naam [bijnaam 9] stelt het hof vast dat de verdachte, terwijl hij gedetineerd zat in de [detentieadres 2] , een telefoongesprek heeft gehad met een persoon genaamd [naam 2] . In dit gesprek werd door de verdachte gesproken over zijn vriend ‘ [bijnaam 9] ’ en dat deze persoon binnen was toen ‘zij’ (
het hof begrijpt: de politie)binnen vielen en dat het raar is dat ze die persoon daarna lieten gaan. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij met ‘ [bijnaam 9] ’ in dit gesprek de medeverdachte [medeverdachte 3] bedoelde. Volgens de verdachte betekent ‘ [bijnaam 9] ’ in het Spaans ‘kale’. Het hof heeft ter terechtzitting waargenomen dat de [medeverdachte 3] geen haar op zijn hoofd heeft en daarmee past binnen de beschrijving van een ‘kale’ man. Het hof merkt voorts op dat de naam [bijnaam 9] genoemd wordt in het berichtenverkeer tussen de verdachte en zijn broer [bijnaam 7] op 29 december 2020 om 13:23 uur waarin gezegd werd
heb een groep aangemaakt met [bijnaam 9]waarna op hetzelfde moment een chatgroep werd aangemaakt tussen [bijnaam 1] (de verdachte), [bijnaam 7] (verdachtes tweelingbroer) en [bijnaam 8] ( [medeverdachte 3] ). Ook hierin ziet het hof bevestigd dat medeverdachte [medeverdachte 3] werd aangeduid als ‘ [bijnaam 9] ’ en gebruik maakte van de Threema-gebruikersnaam [bijnaam 8] .
In een tapgesprek van de verdachte in de PI werden ook de namen ‘ [bijnaam 11] ’ en ‘ [bijnaam 12] ’ gebruikt, waarna in een later tapgesprek met dezelfde persoon het telefoonnummer [telefoonnummer 6] werd doorgegeven. De verdachte bevestigde bij de politie dat met ‘ [bijnaam 11] ’ en ‘ [bijnaam 12] ’ de medeverachte [medeverdachte 3] werd bedoeld. Voorts is gebleken dat het telefoonnummer [telefoonnummer 6] hoorde bij de (SIM-kaart in de) Nokia telefoon die is aangetroffen in de jas van het merk Canadian Goose in de woning van [medeverdachte 3] .
Gelet op al het vorenstaande concludeert het hof dat de [medeverdachte 3] de gebruiker is geweest van het Threema-account [bijnaam 8] , dat hij (in de chat- en tapgesprekken) [bijnaam 9] , [bijnaam 11] en [bijnaam 12] werd genoemd en dat hij gebruik heeft gemaakt van de telefoonnummers [telefoonnummer 5] en [telefoonnummer 6] .
Bewijsoverweging feit 2.2 -- voorbereidingshandelingen
De verdachte wordt onder feit 2.2. verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan kort gezegd tezamen en in vereniging met anderen uitvoeren van voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 10a van de Opiumwet, gericht op het bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied brengen van Nederland, van metamfetamine en cocaïne door proefpakketten naar Nederland te laten versturen en op het adres van een derde te laten bezorgen. Met andere woorden dat de verdachte samen met anderen heeft getest of pakketten waarin nog geen harddrugs waren verborgen en die vanuit Mexico en Colombia met behulp van wereldwijde pakketservices werden verzonden de beoogde bestemming in Nederland bereikten.
De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof voor wat betreft de voorbereidingshandelingen.
De verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij zich heeft bezig gehouden met (het opzetten van) drugslijnen voor de invoer van (zoals het hof uit de landen van herkomst en de verklaring van de verdachte over de verzonden pakketten begrijpt) cocaïne en metamfetamine. Voordat tot de daadwerkelijke invoer van deze drugs zou worden overgegaan, zijn er een aantal proefpakketten verstuurd naar het adres van [betrokkene 6] in [plaats 5] om te testen of de lijnen werkten.
Het hof overweegt als volgt:
Het hof begrijpt uit de verklaring van de verdachte dat het opzetten van een drugslijn als die waar hij mee bezig was, gepaard ging met het invoeren van proefpakketten. En zodra die proefpakketten binnen de beoogde tijd én “ongeschonden” zouden aankomen op de plaats van bestemming, zou met het invoeren van harddrugs kunnen worden gestart. Het hof wil best aannemen dat in de aanloopfase van zo’n drugslijn enige testzending in de rede ligt. Echter, de praktijk leert ook dat na een geslaagde testfase, zo’n drugslijn operationeel wordt.
Uit het voorliggende politiedossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt het hof af dat op verschillende data in de periode tussen 1 januari 2020 en 15 september 2020 door de verdachte en zijn medeverdachten zes pakketten vanuit zowel Mexico als Colombia zijn ingevoerd in Nederland en aan/bij (het adres van) geadresseerde [betrokkene 6] zijn afgeleverd. Die zes pakketten zijn hieronder vermeld in een tabel met bijbehorende trackinggegevens, verzenders, (voor zover bekend) verzenddata, ontvangers, data van douanecontrole en omschrijving. Anders dan de pakketten die nog worden besproken bij de overige feiten die het hof bewezen acht, kan het hof op basis van het politiedossier noch het onderzoek ter terechtzitting buiten gerede twijfel vaststellen dat zich in deze zes pakketten harddrugs hebben bevonden. Voor die vaststelling acht het hof onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden. Daarbij betrekt het hof dat deze zes pakketten bij de Nederlandse douane zijn binnengekomen en zonder nadere controle zijn gepasseerd. Het hof geeft de verdachte in die zes gevallen het voordeel van de twijfel dat er nog geen sprake was van een voltooide invoer, noch een poging daartoe, hoewel de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep ook wel te denken geeft of er niet toch al in enige zending harddrugs verborgen waren. Op volgorde van vermoedelijke binnenkomst in Nederland gaat het om de volgende pakketten:
Trackingnummer
Verzender
Verzenddatum
Ontvanger
Ontvangstdatum douane
Omschrijving goed
[trackingnummer 1]
[afzender 1]
(Mexico)
[adres betrokkene 6]
18-02-2020
MADE IN MX FIBER OF GLASS TOY (2 PIECES) F/GIFT/MADE IN MEXICO FIBER OF GLASS TOY (2 PIECES)/GIFT /Overig speelgoed met een gewicht van 28,8 kg
[trackingnummer 2]
[afzender 1]
(Mexico)
[adres betrokkene 6]
26-02-2020
FIBER OF GLASS TOY/FIBER OF GLASS TOY GIFT/Overig speelgoed met een gewicht van 34 kg
[trackingnummer 3]
[afzender 2]
Bogota (Colombia)
21-07-2020
[adres betrokkene 6]
26-07-2020
ODSIDIAN STONE met een gewicht van 0,5 kg
[trackingnummer 4]
[afzender 3]
Bogota (Colombia)
24-07-2020
[adres betrokkene 6]
28-07-2020
ODSIDIAN STONE NO COMMERCIAL VALUE met een gewicht van 2 kg
[trackingnummer 5]
[afzender 4] (Mexico)
[adres betrokkene 6]
17-08-2020
ACTIVATED CARBON CONTAINERS TO PURIFY WATER/ ACTIVATED CARBON CONTAINERS TO PURIFY WATER FOR HUMPAN CONSUMPTION FOR SAMPLE/Filter-of zuiveringstoestellen voor waterwater met een gewicht van 58,5 kg
[trackingnummer 6]
[afzender 4] (Mexico)
[adres betrokkene 6]
07-09-2020
ACTIVATED CARBON WATER FILTER/ ACTIVATED CARBON WATER FILTER met een gewicht van 61 kg
Algemeen
De verdachte heeft verklaard dat hij betrokken was bij de verzending van pakketten naar het adres van [betrokkene 6] . Zij was het zusje van de vrouw van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] had een ontvangstadres geregeld en de verdachte betaalde hem voor de ontvangst van de pakketten. Het waren proefpakketten die bedoeld waren voor het opzetten van een drugslijn. Voorts verklaarde de verdachte dat hij de douanekosten en/of invoerrechten van deze pakketten heeft betaald.
[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij in januari 2020 door de verdachte is aangesproken of hij een adres wilde regelen voor het ontvangen van zendingen. [medeverdachte 1] heeft toen de naam en het adres van zijn schoonzus doorgegeven, te weten [betrokkene 6] , wonende aan de [adres betrokkene 6] . [medeverdachte 1] wist namelijk dat zij gedurende langere tijd niet op dit adres zou verblijven. Naar dit adres zijn meerdere pakketten verzonden. Wanneer een pakket werd verstuurd moesten soms invoerkosten en/of douanekosten worden betaald. [medeverdachte 1] wilde niet dat de betalingen op zijn naam werden gedaan en heeft daarom gebruik gemaakt van het rekeningnummer op naam van [zoon] , zijnde de minderjarige zoon van zijn vrouw [betrokkene 3] . Nadat de pakketten op het adres van [betrokkene 6] waren aangekomen, bracht [medeverdachte 1] deze pakketten naar de verdachte op de [adres 3] in [plaats 1] (hof: zoals reeds voormeld, zijnde dit het BRP-adres van de verdachte). De verdachte nam de pakketten altijd in ontvangst. [medeverdachte 1] kreeg per pakket 100 euro.
Ten aanzien van voornoemde zes pakketten die zijn verzonden naar het adres van [betrokkene 6] in [plaats 5] en de betrokkenheid van de verdachte overweegt het hof als volgt.
Zending [trackingnummer 1]
Op 18 februari 2020 werd een pakket met (air)waybillnummer [nummer 2] en zendingsnummer [trackingnummer 1] , geadresseerd aan het adres van ‘ [betrokkene 6] ’ en afkomstig van [afzender 1] uit Mexico, geregistreerd bij de Douane in Nederland. Dit pakket bevatte blijkens de omschrijving door de douane ‘MADE IN MX FIBER OF GLASS TOY (2 PIECES) F/GIFT/MADE IN MEXICO FIBER OF GLASS TOY (2 PIECES)/GIFT/Overig speelgoed’ met een brutogewicht van 28,8 kilogram. De verdachte heeft op 17 februari 2020 via WhatsApp onder de naam [bijnaam 3] aan [bijnaam 4] , waarvan het hof heeft vastgesteld dat dit [medeverdachte 1] is, bericht
broer hou het in de gaten, Miss komt het vandaag alen
anders zeker morgen. Zoals uit de gegevens van de douane blijkt, is het pakket op 18 februari 2020 in Nederland aangekomen. De invoerrechten zijn, de dag ervoor betaald aan de vervoerder UPS. Op 17 februari 2020 om 11:17 uur werd namelijk via het rekeningnummer van [plaats 1] [rekeningnummer 1] een bedrag van € 115,- overgeschreven naar het rekeningnummer [rekeningnummer 2] op naam van [zoon] . Enkele minuten later werd van het rekeningnummer van [zoon] om 11:19 uur een bedrag van € 110,44 overgeschreven naar het rekeningnummer van UnitedParcelService bij Adyen met als referentie [trackingnummer 1] , zijnde de betreffende zending. Uit het berichtenverkeer tussen de verdachte als [bijnaam 3] en [medeverdachte 1] als [bijnaam 4] rondom de datum van aankomst van het pakket alsmede de betaling van de verdachte aan [zoon] ten behoeve van de kosten voor de zending met nummer [trackingnummer 1] in het licht van hetgeen de verdachte en [medeverdachte 1] in zijn algemeenheid als voormeld over deze gang van zaken hebben verklaard, leidt het hof af dat de verdachte betrokken is geweest bij de zending van voormeld pakket.
Zending [trackingnummer 2]
Op 26 februari 2020 werd een pakket met (air)waybillnummer [nummer 3] en trackingnummer [trackingnummer 2] , geadresseerd aan het adres van ‘ [betrokkene 6] ’ en afkomstig van [afzender 1] uit Mexico, geregistreerd bij de Douane in Nederland. Dit pakket bevatte blijkens de omschrijving door de douane ‘FIBER OF GLASS TOY/FIBER OF GLASS TOY GIFT/Overig speelgoed’ en had een brutogewicht van 34 kilogram. De invoerrechten zijn twee dagen eerder betaald aan de vervoerder UPS. Op 24 februari 2020 om 09:43 uur werd namelijk via het rekeningnummer [rekeningnummer 1] van [plaats 1] € 111,- overgemaakt naar het rekeningnummer [rekeningnummer 2] op naam van [zoon] . Om 12:13 uur werd van het rekeningnummer van [zoon] een bedrag van € 110,44 overgemaakt naar het rekeningnummer van UnitedParcelService bij Adyen met als referentie [trackingnummer 2] , zijnde het trackingnummer van voornoemd pakket. Op 25 februari 2020, een dag voor binnenkomst bij de douane, had de verdachte contact met [medeverdachte 1] en vroeg hij of er
nog nieuws was. Dit bericht kan naar het oordeel van het hof niet anders geïnterpreteerd worden dan dat de verdachte aan [medeverdachte 1] vroeg naar de status van het binnen te komen pakket. Uit dit alles, bezien in het licht van hetgeen de verdachte en [medeverdachte 1] in zijn algemeenheid als voormeld over deze gang van zaken hebben verklaard, leidt het hof af dat de verdachte betrokkenheid heeft gehad bij de zending van pakket [trackingnummer 2] .
Zending [trackingnummer 3]
Door vervoerder Fedex zijn gegevens verstrekt met betrekking tot een zending met (air)waybillnummer (hof: ook genoemd: trackingnummer) [trackingnummer 3] . Dit pakket werd op 26 juli 2020 geregistreerd bij de Douane in Nederland. Dit pakket bevatte blijkens de omschrijving door de douane ‘ODSIDIAN STONE’ en had een bruto gewicht van 0,5 kilogram. Volgens de gegevens die Fedex verstrekte was de betreffende zending op 21 juli 2020 verzonden door [afzender 2] uit Bogota, Colombia, naar het adres van ‘ [betrokkene 6] ’. De invoerrechten hiervoor betroffen € 8,38. Op 27 juli 2020 werd voor betaling BTW en invoerrechten getekend door ‘ [naam 3] ’. Het pakket werd diezelfde dag om 14:27 uur afgeleverd. De inhoud van het pakket betrof volgens de gegevens die Fedex verstrekte een goed in de categorie natuurlijke edelstenen met een gewicht van 0,5 kilo. Uit de door provider Vodafone verstrekte gebruikersgegevens is gebleken dat het IP-adres dat was gekoppeld aan de verdachte, te weten IP-adres [ipadres] deze zending trackte en wel op 24, 25, 27, 30 en 31 juli 2020. Gelet op het intensief volgen van deze zending door de verdachte, bezien in het licht van hetgeen de verdachte en [medeverdachte 1] in zijn algemeenheid als voormeld over de gang van zaken rondom het adres van [betrokkene 6] hebben verteld, leidt het hof af dat de verdachte betrokken is geweest bij de zending van pakket [trackingnummer 3] .
Zending [trackingnummer 4]
Door vervoerder Fedex zijn gegevens verstrekt met betrekking tot een zending met (air)waybillnummer [trackingnummer 4] . Dit pakket werd op 28 juli 2020 geregistreerd bij de Douane in Nederland. Dit pakket bevatte blijkens de omschrijving door de douane ‘ODSIDIAN STONE NO COMMERCIAL VALUE’ en had een bruto gewicht van 2 kilogram. Volgens de gegevens die Fedex verstrekte was de betreffende zending op 24 juli 2020 verzonden door [afzender 3] naar het adres van ‘ [betrokkene 6] ’. Op 28 juli 2020 werd voor betaling BTW en invoerrechten getekend door [naam 3] en het pakket werd diezelfde dag om 14:28 uur afgeleverd. De inhoud van het pakket betrof volgens de gegevens die Fedex verstrekte een goed in de categorie natuurlijke edelstenen. Uit de door provider Vodafone verstrekte gebruikersgegevens is gebleken dat het IP-adres van de verdachte, te weten IP-adres [ipadres] , op 27, 28, 29 en 30 juli 2020 deze zending heeft getrackt. Gelet op het (ook weer) intensief volgen van deze zending door de verdachte, bezien in het licht van hetgeen de verdachte en [medeverdachte 1] in zijn algemeenheid als voormeld over de gang van zaken rondom het adres van [betrokkene 6] hebben verteld, leidt het hof af dat de verdachte betrokken is geweest bij de zending van pakket [trackingnummer 4] .
Zending [trackingnummer 5]
Op 17 augustus 2020 werd een pakket met (air)waybillnummer [nummer 4] en trackingnummer [trackingnummer 5] , geadresseerd aan het adres van ‘ [betrokkene 6] ’ en afkomstig van [afzender 4] uit Queretaro Mexico, geregistreerd door de douane in Nederland. Dit pakket bevatte blijkens de omschrijving door de douane ‘ACTIVATED CARBON CONTAINERS TO PURIFY WATER/ ACTIVATED CARBON CONTAINERS TO PURIFY WATER FOR HUMPAN CONSUMPTION FOR SAMPLE/Filter-of zuiveringstoestellen voor waterwater’ met een brutogewicht van 58,5 kilogram. Op 12 augustus 2020 om 08:55 uur werd via het rekeningnummer [rekeningnummer 1] van de verdachte € 131,- overgemaakt naar het rekeningnummer [rekeningnummer 2] op naam van [zoon] . Om 09:01 uur werd van het rekeningnummer van [zoon] een bedrag van € 130,56 overgemaakt naar het rekeningnummer van vervoerder UnitedParcelService bij Adyen met als referentie [trackingnummer 5] , zijnde het trackingsnummer van voornoemd pakket. Uit dit alles, bezien in het licht van hetgeen de verdachte en [medeverdachte 1] in zijn algemeenheid als voormeld over deze gang van zaken hebben verklaard, leidt het hof af dat de verdachte betrokkenheid heeft gehad bij de zending van pakket [trackingnummer 5] .
Zending [trackingnummer 6]
Op 7 september 2020 werd een pakket met (air)waybillnummer [nummer 5] en trackingnummer [trackingnummer 6] , afkomstig van [afzender 4] uit Queretaro Mexico en geadresseerd aan het adres van ‘ [betrokkene 6] ’, geregistreerd door de douane in Nederland. Dit pakket bevatte blijkens de omschrijving door de douane ‘ACTIVATED CARBON WATER FILTER/ ACTIVATED CARBON WATER FILTER’ met een brutogewicht van 61 kilogram. Op de telefoon van [medeverdachte 1] werd een afbeelding aangetroffen waaruit bleek dat koeriersdienst/vervoerder UPS op 11 september 2020 was langs geweest, maar dat de bewoner niet was aangetroffen en een nieuwe poging zou worden gedaan op de eerstvolgende werkdag. Volgens de politie blijkt uit gegevens, verstrekt door vervoerder UPS, dat het pakket met dit (air)waybillnummer op 14 september 2020, (hof: zijnde de eerstvolgende werkdag na vrijdag 11 september 2020), om 11:09 zou zijn afgeleverd op het adres [adres betrokkene 6] en dat er zou zijn getekend door [naam 3] . Uit dit alles tezamen, bezien in het licht van hetgeen de verdachte en [medeverdachte 1] in zijn algemeenheid als voormeld over de gang van zaken rondom pakketbezorging aan het adres van [betrokkene 6] hebben verklaard, leidt het hof af de dat de verdachte ook bij deze zending betrokkenheid heeft gehad.
Resumé
Samengevat stelt het hof op basis van het hiervoor overwogene in onderling verband en samenhang bezien met de gebezigde bewijsmiddelen het volgende vast.
De verdachte heeft [medeverdachte 1] betaald voor het gebruik van het adres van [betrokkene 6] , zijnde zijn de zus van de vrouw van [medeverdachte 1] die op dat moment niet verbleef op het betreffende opgegeven adres, voor de verzending van de hiervoor besproken zes pakketten. [medeverdachte 1] heeft de pakketten aangenomen en deze gebracht naar de woning van de verdachte. Van de zes pakketten waren vier afkomstig uit Mexico en de overige twee zendingen waren afkomstig uit Colombia. Al deze zendingen hebben, gelet op voormelde bevindingen rondom deze pakketten, de verklaring van de verdachte, de landen van herkomst en een en ander bezien in het licht van de bewezenverklaarde (poging tot) invoer van metamfetamine onder de feiten feit 1 en 2.1.1 naar het oordeel van het hof minst genomen plaatsgevonden in de testfase van de op te zetten drugslijnen voor de invoer van metamfetamine en/of cocaïne vanuit Mexico en Colombia. Al deze zes pakketten zijn afgeleverd op het adres [adres betrokkene 6] . De verdachte heeft voor drie van deze pakketten geld overgemaakt naar de rekening van [zoon] , de minderjarige zoon van de vrouw van [medeverdachte 1] , voor het betalen van de douanekosten en/of invoerrechten. Dit geld is kort na overboeking door geboekt naar het rekeningnummer van de vervoerder onder vermelding van de trackingnummers. Naast de betaling van de kosten blijkt de betrokkenheid van de verdachte bij de pakketten uit het feit dat vanuit het IP-adres op naam van de verdachte trackinggegevens van twee pakketten die werden verzonden via Fedex werden gevolgd. Nu deze zes pakketten niet zijn gecontroleerd op verdovende middelen en zich geen aanwijzingen in het dossier bevinden waaruit volgt dat de verdachte vóór de verzending van deze pakketten betrokken is geweest bij daadwerkelijke invoer van drugs via postpakketten, houdt het hof het ervoor dat het hier zoals de verdachte heeft verklaard ging om proefzendingen in het kader van de op te zetten drugslijnen vanuit Mexico en Colombia en zodoende te kunnen testen of alles werkte en de pakketten ‘ongeschonden’ de beoogde bestemming bereikten.
Het hof acht daarmee wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte tezamen en in vereniging met anderen de invoer van metamfetamine en/of cocaïne vanuit Mexico en Colombia heeft voorbereid door de verzending van proefpakketten en daarmee het onder feit 2.2. tenlastegelegde heeft begaan.
Bewijsoverweging feit 1 -- poging
De verdachte wordt onder feit 1 kort gezegd verweten dat hij samen met een of meer anderen heeft gepoogd om 15 kilogram metamfetamine in Nederland in te voeren. Het is bij een poging gebleven, omdat het aangetroffen materiaal dat later werd getest op metamfetamine – onderweg met bestemming Nederland vanuit Mexico – op 24 november 2020 bij douanecontrole op de Duitse luchthaven Keulen/Bonn is onderschept. De Duitse douane stuitte namelijk bij controle van het pakket met trackingnummer [trackingnummer 7] – aldus onderweg vanuit Mexico met bestemming Nederland – op een materiaal dat positief testte op metamfetamine, verborgen als “schwarzer Granulat” (
door het hof vrij vertaald als: zwarte korrels/kolen), in een zogenoemde “activated carbon water filter”.
In hoger beroep zijn in de kern de volgende verweren gevoerd tegen een bewezenverklaring van deze poging.
De verdachte heeft zich net als in eerste aanleg op het standpunt gesteld dat hij niet wist dat deze zending metamfetamine bevatte. Hij ging ervan uit dat het net als bij de hiervoor besproken zes pakketten om een proefzending ging. De raadsvrouw heeft voorts primair in twijfel getrokken of hetgeen door de Duitse douane is aangetroffen daadwerkelijk metamfetamine bevatte, daar louter sprake was van een sneltest met een indicatieve uitslag voorhanden en een definitief onderzoek door een officiële instantie als het Nederlands Forensisch Instituut ontbreekt. Subsidiair is het tenlastegelegde gewicht betwist, erop wijzend dat er sprake was van het impregneren van de metamfetamine in een andere zwartkorrelige stof, waardoor na destillatie een beduidend lager gewicht aan metamfetamine zou overblijven dan het tenlastegelegde gewicht.
Het pakket waarvan de Duitse douane heeft vastgesteld dat het metamfetamine bevatte, kent een voorgeschiedenis. Uit het politiedossier is het hof gebleken dat oorspronkelijk sprake was van één pakket dat in twee delen is verzonden vanuit Mexico. Dat pakket, dat aldus gesplitst werd in twee delen, werd in eerste instantie op 24 augustus 2020 naar een adres in Duitsland verstuurd. Een van de twee delen is volgens het dossier kennelijk na 4 dagen op het beoogde adres in Duitsland aangekomen. Het tweede deel niet. Er bleek sprake van een retourzending naar Mexico van het tweede deel, alwaar dit op 23 november 2020 aankwam. Meteen de volgende dag volgde een nieuwe zending van dat tweede deel. Nu had het pakket de bestemming Nederland, maar werd het op 24 november 2020 in Duitsland onderschept. Het hof heeft ter verduidelijking de gegevens van alle zendingen in onderstaande tabel weergegeven.
Trackingnummer zending
Verzender
Verzenddatum
Ontvanger
Ontvangstdatum
Omschrijving zending
[trackingnummer 8]
(deel 1)
[afzender 4] (Mexico)
24-08-2020
[ontvanger]
28-08-2020
activated carbon waterfilter met een gewicht van 30,48 kg
[trackingnummer 9]
(deel 2)
[afzender 4] (Mexico)
24-08-2020
[ontvanger]
retour gezonden naar Mexico
activated carbon waterfilter met een gewicht van 30,48 kg
[trackingnummer 10]
(retourzending deel 2)
[afzender 4] (Mexico)
23-11-2020
activated carbon waterfilter met een gewicht van 30,48 kg
[trackingnummer 7]
(nieuwe verzending deel 2)
[afzender 4] (Mexico)
24-11-2020
[adres betrokkene 6]
onderschept in Duitsland op 24 november 2020
activated carbon waterfilter met een gewicht van 31 kg
Had verdachte wetenschap van de invoer van metamfetamine?
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij zich – kort samengevat – bezighield met (het opzetten van) drugslijnen. Voor wat betreft de onderhavige zending met trackingnummer [trackingnummer 7] verklaarde de verdachte bij de politie dat dit nog één van de proefzendingen betrof. Dat er in dit geval metamfetamine verborgen was in de zending met het trackingnummer [trackingnummer 7] , was hem niet bekend. Hij is pas op een laat moment bij deze zending betrokken geraakt, ergens in november 2020 en hem was niet verteld dat zich hier metamfetamine in bevond. Pas later, na een bericht van [bijnaam 10] dat hij het niet moest vertrouwen, heeft hij het idee gekregen dat er iets in deze zending zat wat niet legaal was.
Het hof overweegt als volgt.
Uit het politiedossier volgt dat deze onderschepte zending met trackingnummer [trackingnummer 7] niet de eerste zending (uit Mexico) betrof, waarbij de verdachte betrokkenheid had. Het hof heeft hiervoor vastgesteld dat minstens al vier zendingen vanuit Mexico aan deze vooraf waren gegaan (trackingnummers [trackingnummer 1] , [trackingnummer 2] , [trackingnummer 5] en [trackingnummer 6] ) en ook al minstens twee zendingen vanuit Colombia (trackingnummers [trackingnummer 3] en [trackingnummer 4] ). Die zes zendingen hadden steeds dezelfde geadresseerde ( [betrokkene 6] , [adres betrokkene 6] ) en al die zes zendingen zijn ook steeds in Nederland – zonder controle door de douane – afgeleverd.
Het hof stelt vast dat de onderhavige zending met trackingnummer [trackingnummer 7] wederom als geadresseerde voormelde [betrokkene 6] in [plaats 5] had. Voorts stelt het hof vast dat de verdachte heeft verklaard dat het adres van [betrokkene 6] door hem via [medeverdachte 1] was geregeld om pakketten heen te laten sturen.
Augustus 2020: het spitsen van het oorspronkelijke pakket
Naast het feit dat de verdachte het adres voor deze zending heeft gegeven, kende deze zending zoals hiervoor reeds beschreven een voorgeschiedenis waarbij de verdachte eveneens betrokken was. Die voorgeschiedenis startte ongeveer drie maanden eerder en wel op 24 augustus 2020. Toen werd in Mexico door [afzender 4] een zending aangeboden ter verzending aan [betrokkene 7] in Berlijn, Duitsland. Het gewicht van die zending bedroeg in totaal 61 kilogram en het zou gaan om “activated carbon water filter”. Deze zending werd vervolgens in twee delen, met twee verschillende trackingnummers verzonden, te weten:
  • [trackingnummer 8] , en
  • [trackingnummer 9] .
De geplande leverdatum van deze twee pakketten was 26 augustus 2020.
De betrokkenheid van de verdachte bij het pakket met trackingnummer [trackingnummer 8] blijkt uit het feit dat het pakket door de verdachte werd gevolgd in de periode van 27 augustus 2020 tot en met 29 augustus 2020. Dit volgt uit de geraadpleegde trackinggegevens door de gebruiker die te koppelen is aan IP adres [ipadres] , zijnde volgens de politie zoals ook reeds hiervoor bij de bespreking van feit 2.2. vermeld de verdachte. Dit pakket is twee dagen later dan gepland op 28 augustus 2020 om 09:14 uur in Duitsland conform de adressering afgeleverd. Gelet op de geraadpleegde trackinggegevens stelt het hof vast dat de verdachte ervan op de hoogte was dat dit uit Mexico afkomstige (eerste) deel van de zending in Berlijn, Duitsland, bij geadresseerde [betrokkene 7] was afgeleverd.
Anders liep het evenwel met het tweede deel van deze zending met trackingnummer [trackingnummer 9] . Zoals voormeld werd ook dit pakket op 24 augustus 2020 vanuit Mexico verzonden. Echter dit pakket werd niet (op de geplande datum) bezorgd in Duitsland, maar werd op een later moment teruggestuurd naar Mexico. Voor die retourzending kreeg het pakket een nieuw trackingnummer, namelijk [trackingnummer 10] . Op 23 november 2020 is dit tweede deel met trackingnummer [trackingnummer 10] in Mexico bezorgd bij UPS Mostrador. De verdachte was van deze retourzending op de hoogte, want ook nu weer werden in de periode van 17 november 2020 tot en met 9 januari 2021 de trackinggegevens van dit tweede deel gevolgd via een of meer aan hem te koppelen IP-adres(sen).
Het hof kan op basis van het voorhanden politiedossier en alle verklaringen die de verdachte heeft afgelegd niet uitsluiten dat de verdachte niet van meet af aan ervan op de hoogte was dat de zending (met als inhoud 61 kilogram aan activated carbon water filter) op 24 augustus 2020 in Mexico was opgesplitst in twee delen en dat aanvankelijk ervan werd uitgegaan dat deze zending één pakket betrof. Echter, uit de gebezigde bewijsmiddelen concludeert het hof dat kan worden vastgesteld dat de verdachte hiervan wel op enig moment op de hoogte is geraakt evenals dat hij wist dat het (tweede) deel inmiddels was retour gezonden naar Mexico onder trackingnummer [trackingnummer 10] . Immers, de verdachte heeft hierover verklaard bij de politie dat deze zending te zwaar was om in één pakket te worden verzonden (
het hof begrijpt de in Mexico aan UPS aangeboden zending met als inhoud 61 kilogram aan activated carbon water filter), waarna er twee pakketten van zijn gemaakt. Volgens de verdachte hadden deze pakketten evenwel dezelfde code waarmee de verdachte lijkt te doelen op een en hetzelfde trackingnummer voor beide delen. Wat daar ook van zij, uit het dossier volgt dat de twee pakketten niet hetzelfde trackingnummer deelden, maar de trackingnummers [trackingnummer 8] en [trackingnummer 9] hadden gekregen.
Het moge zo zijn, in de veronderstelling verkerende dat er maar één trackingnummer aan de zending was gekoppeld, dat de verdachte en zijn medeverdachten aanvankelijk ervan uitgingen dat de (hele) zending was geleverd op 28 augustus 2020, maar kennelijk is – op enig moment – van/via de geadresseerde [betrokkene 7] vernomen dat er nog een tweede pakket behorend bij deze zending moest zijn. Voorts verklaarde de verdachte tijdens zijn politieverhoor dat het pakket uit Mexico uit twee ‘dingen’ bestond die aan elkaar gebonden waren en dat de koeriersdienst die uit elkaar had gehaald omdat het te groot was, dat er eerst eentje was geleverd in Duitsland en dat ze met het andere deel wel thuis bij die man in Duitsland zijn geweest, maar dat ze dat deel hebben teruggestuurd. Ook heeft hij verklaard ervan op de hoogte te zijn geweest dat [betrokkene 7] naar het depot in Duitsland was gegaan. Naar eigen zeggen was de verdachte in contact geweest met hun allemaal, met Mario en die anderen. En op de vraag van de politie
Als ik het goed begrijp ben jij vanaf het begin betrokken bij dit pakket samen met die Duitser, het adres is geregeld door het Duitse contact en verder sta jij in contact met [bijnaam 10] . Klopt dat?,antwoordde de verdachte
Ja dat klopt, alle drie (...) hebben contact met de mensen in Duitsland en met mij en onderling.
Daarnaast blijkt uit Threema-berichtenverkeer van 13 en 16 november 2020 tussen de aan de verdachte toegedichte Threema-gebruikersnaam ‘ [bijnaam 1] ’ en zijn tegencontact ‘ [bijnaam 10] ’ van de volgende gespreksinhoud:
die sukkel heeft gelijk,
daar hebben ze er één afgeleverd,
de andere zouden ze later terugsturen maar hebben hem niet afgeleverd kijk maar,
Nummer [trackingnummer 9],
hebben jullie al gepraat om het terug te krijgen,
we zijn aan het wachten,
wanneer brengen ze het jeen
met Gods wil morgen. Naar het oordeel van het hof lijkt met “die sukkel” de geadresseerde [betrokkene 7] in Berlijn te zijn bedoeld en ging het in dat berichtenverkeer over het tweede deel, gelet op het genoemde trackingnummer [trackingnummer 9] , betreffende het (tweede) pakket dat niet aan [betrokkene 7] was geleverd.
De conclusie dat de verdachte op enig moment ervan op de hoogte is gekomen dat de zending uit twee pakketten bestond, vindt voorts bevestiging in het opnieuw op 13 en 14 november 2020 raadplegen van de trackinggegevens behorende bij het eerste pakket met trackingnummer [trackingnummer 8] . De trackinggegevens van vervoerder UPS, behorend bij de zending, werden opnieuw geraadpleegd. Zo zijn via aan de verdachte gekoppelde IP-adressen de gegevens behorende bij het trackingnummer [trackingnummer 8] van het eerste pakket van die zending (dat al lang en breed op 28 augustus 2020 op het adres van [betrokkene 7] was afgeleverd) opnieuw geraadpleegd.
Daarnaast werden ook de – kennelijk inmiddels bekende – gegevens van het (tweede) pakket met het trackingnummer [trackingnummer 9] geraadpleegd. Dit gebeurde in de periode vanaf van 13 november 2020 (onder meer) via een aan de verdachte gekoppelde IP-adres. De verdachte heeft ook verklaard dat hij de pakketten via de trackinggegevens heeft gevolgd.
November 2020: retourzending gesplitst (tweede) deel naar Mexico
In november 2020 werd vanuit Duitsland een pakket met trackingnummer [trackingnummer 10] verstuurd naar [afzender 4] in Mexico. De geadresseerde was de Mexicaanse afzender van het oorspronkelijke pakket dat in augustus 2020 naar Duitsland was verstuurd. Dit pakket werd vanaf 17 november 2020 door de verdachte gevolgd zo blijkt uit de trackingsgegevens vanaf een aan de verdachte gekoppeld IP-adres en de verklaring van de verdachte bij de politie. In dezelfde periode, op 20 november 2020, is een OVC-gesprek in de auto van de verdachte opgenomen waarin de verdachte zich met het terugsturen van een pakket leek bezig te houden. In het gesprek is alleen de verdachte te horen (
het hof begrijpt dat alleen hij te horen is omdat hij een telefoongesprek voert). De verdachte zei (onder meer) het volgende :
Sessie 536, 22:15u
dat hij meer contact met haar heeft, dan als hij naar die vriend in Duitsland zou bellen of... Want die man die 'dat' aan het ontvangen is, is een oudje van 70 jaar. Hij gaat naar kantoor om dat te doen.
Sessie 537, 22:20u
dan doet het die meneer, die het opgestuurd heeft. Dan wordt het snel afgehandeld. (…)
Luister, als ze terug kunnen geven/sturen, naar jou? .... dan kan het ergens anders heen gestuurd worden. Begrijp je? Oh ja, natuurlijk, dan naar hetzelfde (verm. adres)
Hm hm. Is goed, doe maar pappie...
Het hof stelt vast dat hier door de verdachte geïnitieerd werd een pakket uit Duitsland terug te (laten) sturen zodat het daarna opnieuw verstuurd kon worden. Uit het gesprek volgt tevens dat de verdachte akkoord ging met de wijze van verzending. Op basis van de bestemming van het pakket, het volgen de trackinggegevens door de verdachte en het OVC-gesprek concludeert het hof dan ook dat de verdachte in november 2020 betrokken was bij de retourzending van het pakket dat op 24 augustus 2020 uit Mexico naar Duitsland was verstuurd. Het geretourneerde pakket is vervolgens op 23 november 2020 in Mexico aangekomen.
Na aankomst in Mexico is het pakket per omgaande op 24 november 2020 opnieuw vanuit Mexico verzonden. Dit gebeurde wederom door de afzender [afzender 4] . Op 24 november 2020 verzond hij via UPS een pakket met als inhoud een “activated carbon water filter van 31 kilogram”. Dit pakket kreeg trackingnummer [trackingnummer 7] en werd dezelfde dag nog gecontroleerd op de luchthaven Keulen/Bonn in Duitsland.
Dat het hier om het uit Duitsland geretourneerde pakket ging, begrijpt het hof uit het Threema-berichtenverkeer tussen de verdachte als [bijnaam 1] en zijn Mexicaanse contact ‘ [bijnaam 10] ’ op 7 januari 2021 waarin werd terugblikt op het opnieuw opsturen van het pakket. De verdachte stuurde een afbeelding van het afhaalbericht d.d. 23 november 2020 van het pakket in Mexico en zei vervolgens tegen [bijnaam 10]
Luister papi, op de foto was de [eindnummer trackingnummer 10] die ze in Duitsland hebben afgeleverd en de [eindnummer trackingnummer 9] was die ze naar jou naar Queretaro hebben teruggestuurd en daarna heb jij de [eindnummer trackingnummer 7] * gedaan. Deze nummers sluiten aan bij de laatste drie/vier eindcijfers van de trackingnummers van:
  • het pakket dat op 24 augustus is verstuurd vanuit Mexico naar Duitsland ( [eindnummer trackingnummer 9] )
  • het pakket dat op 23 november werd verstuurd vanuit Duitsland naar Mexico ( [eindnummer trackingnummer 10] );
  • het pakket dat op 24 november werd verzonden vanuit Mexico naar Nederland ( [eindnummer trackingnummer 7] ).
Anders dan de eerste zending (met bestemming [betrokkene 7] in Berlijn in Duitsland) had het pakket ditmaal de bestemming Nederland, te weten het adres van [betrokkene 6] ( [adres betrokkene 6] ). Blijkens het hiervoor onder feit 2.2. overwogene waren op het adres van die geadresseerde eerder zendingen vanuit Mexico alsmede vanuit Colombia afgeleverd waarbij de verdachte eveneens betrokken is geweest. Dit keer is het pakket echter niet aangekomen op het adres van [betrokkene 6] omdat het bij douanecontrole op de Duitse luchthaven Keulen/Bonn is onderschept naar aanleiding van de positieve test van de inhoud op metamfetamine.
De verdachte trachtte zowel bij de politie als in eerste aanleg evenals in hoger beroep – althans zo begrijpt het hof hem – de indruk te wekken dat buiten hem om en zodoende dus ook zonder dat hij het wist het betreffende pakket opnieuw is verzonden vanuit Mexico, het pakket op 24 november 2020 abusievelijk is verzonden naar het adres van [betrokkene 6] ( [adres betrokkene 6] ) en hij er evenmin van op de hoogte was dat het filter inmiddels (na te zijn geretourneerd in Mexico aldaar) was voorzien van de in Duitsland aangetroffen middelen.
Volgens de verdachte:
betrof dit aldus èn het verkeerde adres, omdat het pakket naar Duitsland verzonden had moeten worden, en
wist hij niet dat zich inmiddels iets in het pakket met trackingnummer [trackingnummer 7] bevond.
Het hof gaat in die ontkennende lezing van de verdachte niet mee en overweegt daartoe als volgt.
Ad a)
Ten aanzien van het beoogde adres waar het pakket met trackingnummer [trackingnummer 7] naartoe moest worden verzonden volgt uit de van vervoerder UPS ontvangen gegevens dat van meet af aan (vanaf de verzending op 24 november 2020) en drie keer nadien bij de re-routering in het systeem het adres van [betrokkene 6] in [plaats 5] werd opgegeven als het adres waar het pakket naartoe moest worden verzonden.
Het heeft er dan ook allerminst de schijn van dat dit geen fout adres betrof, maar veeleer een bewust gekozen adres, zoals dit adres ook eerder werd gekozen.
Zoals reeds hiervoor is overwogen, hadden immers door tussenkomst en (mede) op initiatief van de verdachte al eerdere zendingen vanuit Mexico en Colombia naar dit adres in [plaats 5] plaatsgevonden. Dat betroffen steeds geslaagde proefzendingen waarbij het tot aflevering was gekomen. Bovendien verklaarde de verdachte dat dit adres door hem was geregeld voor het ontvangen van pakketten. Dit is verlopen via de [medeverdachte 1] die het adres van zijn schoonzus ( [betrokkene 6] , die toentertijd aldaar tijdelijk niet woonachtig was) daarvoor heeft aangedragen. Voorts werd net als de eerste zending van 24 augustus 2020 ook de zending met trackingnummer [trackingnummer 7] zowel vanuit Mexico als in Nederland nauwlettend gevolgd. Het raadplegen van de trackinggegevens kon in Nederland worden herleid tot de verdachte en [medeverdachte 1] . Daarnaast is gebleken dat de verdachte – eveneens door tussenkomst en met behulp van [medeverdachte 1] – de UPS-kosten van € 121,34 ter zake van dit pakket met trackingnummer [trackingnummer 7] had voldaan op 26 november 2020. Het hof concludeert dan ook dat het pakket met trackingnummer [trackingnummer 7] , anders dan de verdachte verklaarde, niet naar het verkeerde adres was verzonden, maar juist bewust naar het adres van [betrokkene 6] in [plaats 5] is gestuurd.
Ad b)
Naar het oordeel van het hof blijkt voorts dat de verdachte van meet af aan van de hoed en de rand wist voor wat betreft de inhoud en de bedoeling van dat pakket en wel reeds vanaf de eerste keer dat het pakket op 24 augustus 2020 werd verzonden naar Duitsland, Berlijn, naar de geadresseerde [betrokkene 7] tot en met de tweede verzending op 24 november 2020 naar [plaats 5] , Nederland.
Uit hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen blijkt dat de verdachte ervan op de hoogte was dat het pakket was gesplitst in twee pakketten en dat één van die pakketten was aangekomen op 28 augustus 2020 en was afgeleverd bij [betrokkene 7] .
De verdachte was bovendien actief betrokken bij contacten over het tweede ontbrekende deel van dit pakket met UPS en onderhield hierover intensief contact met ‘ [bijnaam 10] ’ in Mexico en volgde de trackinggegevens van het tweede deel van dat pakket tot en met het retourproces naar Mexico.
Gelet op de belangstelling voor deze zending, zowel vanuit Mexico als vanuit Nederland, was alle betrokkenen er kennelijk veel aan gelegen dat dit tweede pakket van deze zending alsnog in Duitsland ter hand werd gesteld.
Die belangstelling was even groot toen het pakket op 24 november 2020 opnieuw werd gestuurd, ditmaal naar Nederland, [plaats 5] , en sloeg zelfs om in zorgen toen de verdachte en zijn contact in Mexico merkten dat het pakket niet aankwam op de plaats van bestemming (
hof: aangezien het pakket was onderschept door de Duitse douane).
Het hof wijst hierbij naar het Threema-berichtenverkeer, waarbij de verdachte en ‘ [bijnaam 10] ’ zich bedienden van versluierd taalgebruik in de periode na de verzending van het pakket naar Nederland. Hieruit komt allereerst naar voren dat het pakket een bepaalde waarde had. Zo werd op 24 november 2020 door [bijnaam 10] een afbeelding verstuurd van het verzendlabel van het pakket en gaf zij aan
Papi ik moet die vriend van het versturen betalen en wat ik heb geleend. De verdachte reageerde met
Hij heeft jou 4 duizend €€€ gestuurden dat als dit goed aankwam er nog eens
6 duizend €gestuurd zou worden. Vervolgens stuurde [bijnaam 10] een foto van een schermafbeelding van kennelijk een rekening waarna de verdachte berichtte dat hij zou doorgeven dat het goed was aangekomen zodat die vriend de rest kon overmaken. Op 27 november 2020 berichtte de verdachte dat nu ook de
6was overgemaakt en informeerde hij bij [bijnaam 10] of het ontvangen was. Het hof leidt hieruit af dat er een bedrag van € 10.000,- was overgemaakt door de verdachte naar [bijnaam 10] en dat dit geld (al dan niet in combinatie met de aflossing van een lening door ‘ [bijnaam 10] ’) bedoeld was voor degene die het pakket had verstuurd. Voor de verklaring van de verdachte dat dit bedrag van (in totaal) € 10.000,- zou zien op een verzoek van een derde om geld over te maken voor een bruiloft, ontbreekt ieder aanknopingspunt. In het licht van de gebezigde bewijsmiddelen en bezien in de context waarin deze gespreken over het geld plaatsvonden, is die verklaring volstrekt ongeloofwaardig en gaat het hof ervan uit dat het overgemaakte geld in een directe relatie stond tot de drugslijnen waar de verdachte druk doende mee was.
Op 26 november 2020 berichtte de verdachte dat de belasting van € 122,- was betaald (
het hof begrijpt: voor de invoerrechten) en
laten we hopen/wachten dat ze het loslaten. De dagen daarna stuurden de verdachte en ‘ [bijnaam 10] ’ berichten over de vraag of het al was ontvangen. De verdachte schreef dat hij normaal kon zien waar het was, maar dat er nu alleen
onderwegstond. Op 30 november 2020 zei de verdachte dat
wij datdie dag hadden geverifieerd, maar dat het nog niet was aangekomen. Vanaf 2 december 2020 volgden er berichten waaruit het hof opmaakt dat er zorgen begonnen te ontstaan over het pakket. Zo werd op 2 december 2020 door [bijnaam 10] gezegd
het is een feit papi het is gevallenwaarop de verdachte antwoordde
Rustig/Relax er is niets gevallenwaarna hij berichtte dat hij de volgende dag ging bellen. Op 3 december 2020 berichtte de verdachte dat het pakket in Duitsland kwijt was geraakt, maar dat het gevonden was en volgende week geleverd zou worden. Hierna waarschuwde [bijnaam 10] de verdachte door te zeggen
ik wil niet dat je het vertrouwten
Ik bedoel dat als het aankomt het niet in ontvangst te nemen totdat het op het scherm staat zodat je de persoon die het ontvangt niet in gevaar brengt. De berichten over de vermissing van het pakket, pogingen om telefonisch te achterhalen wat ermee was gebeurd en waarschuwingen van [bijnaam 10] die het niet vertrouwde gingen door tot 13 januari 2021. Tussentijds werd er via het e-mailadres van [betrokkene 6] gevraagd om een onderzoek naar het verblijf van het pakket te verrichten, zonder resultaat. Na 13 januari 2021 is er geen communicatie meer tussen de verdachte en ‘ [bijnaam 10] ’ over het pakket aangetroffen.
De belangstelling die zich uitte in het structureel volgen van het pakket in combinatie met het Threema-berichtenverkeer na 24 november 2020 over de betaling van € 10.000,- ten behoeve van de verzender, de zorgen over het kwijtraken van het pakket, de verwoede pogingen om te achterhalen wat er met het pakket was gebeurd en de zorgen van ‘ [bijnaam 10] ’ die het niet vertrouwde en de verdachte waarschuwde om de ontvanger niet in gevaar te brengen impliceren naar ‘s hofs oordeel dat het pakket van waarde was, maar niet zozeer omdat het om een waardevol goed ging. Integendeel, het betrof “slechts” een ‘activated carbon water filter’. Het hof kan die belangstelling, zorgen en waarschuwingen dan ook niet anders verklaren dan dat het de verdachte en zijn contacten om de inhoud daarvan was te doen, een inhoud die duidt op een grote waarde van in dit geval verdovende middelen, te weten: metamfetamine.
Naast het Threema-berichtenverkeer betrekt het hof hierbij nog een OVC-gesprek van 8 januari 2021. Hoewel dit gesprek in tijd plaatsvond zo'n zes weken ná het onderscheppen van de zending op 24 november 2020 op de luchthaven Keulen-Bonn in Duitsland van het pakket [trackingnummer 7] , was dit zoals ook blijkt uit de Threema-berichten ten tijde van dit gesprek nog niet bekend bij de verdachte en zijn contact. Het hof zal de inhoud van dat gesprek hierna weergeven in cursief, voorzien van gevolgtrekkingen die dan niet cursief worden vermeld.
3(hof: 003 betreft steeds de verdachte)
zegt dat alles is dicht in Duitsland, dat hij met de man daar moet gaan praten om te krijgen wat daar werd gehaald.(hof: dit lijkt erop te duiden dat de verdachte in Duitsland op zoek wil gaan naar het pakket dat aanvankelijk de eerste keer naar Duitsland werd gestuurd en inmiddels – na het retourproces naar Mexico en nieuwe verzending naar Nederland na aankomst in Duitsland met bestemming Nederland – in Duitsland nog niet was vrijgegeven.)
003:
waarschijnlijk zullen daar problemen zijn omdat hij zegt dat hij alleen 6 of 6,5 heeft gehaald... nee, mijn mensen hebben 6,5 gehaald en hij zegt alleen 4... ja maar... natuurlijk... daarom had ik al mijn hoop gezet op dit pakket die nu binnen zou kommen(hof: het is voor de verdachte kennelijk van belang het onderschepte pakket alsnog in handen te krijgen)
... clean... zonder problemen... ja, ik weet het papi, ik weet het.., waarom stuur je niet al is het één of twee... om tenminste een klein beetje geld snel te verdienen.(hof: de verdachte kan kennelijk met de inhoud van de zendingen snel geld verdienen.)
003:
ik weet het, ik weet het... ik heb je verteld wat er met die drie is gebeurd en de andere heb ik problemen met die mensen in Duitsland gehad... en de andere 8 of 10 die erbij zaten zijn niet gekomen.
003:
Het is niet dat ik alles heb geïncasseerd en aan jou geen geld heb gestuurd, echt niet papi.
003:
Ik ga je alles uitleggen. De eerste die jij aan mij hebt gestuurd, die heb ik naar boven, naar Duitsland, gebracht, weetje nog? De eerste.(hof: er is kennelijk een geslaagde eerste zending is geweest, die vervolgens naar Duitsland is gebracht.)
En de tweede die je hebt gestuurd... die man heeft maar één genomen, weetje nog? En één pot is geretourneerd.(hof: hier gaat het kennelijk over de zending die op 24 augustus 2020 was aangeboden en die uit twee pakketten bleek te bestaan, waarvan een pakket is afgeleverd bij [betrokkene 7] en het tweede pakket niet is afgeleverd en is geretourneerd naar Mexico, waar het op 23 november 2020 is aangekomen).
003:
En... van de drie... want ik heb bijna alles bij die mensen in Duitsland achtergelaten... alles... en ik heb mensen gestuurd om datgene te halen.., ik heb mijn broer gestuurd... ik heb veel gedaan... daarom heb ik haast... ik heb de vriend gisteren geschreven en hij zei dat wij over 1 a 2 weken zullen afspreken want hij moet zich verantwoorden.
003:
Nee, 14 niet... ik heb alleen 10 gehaald... 10 heeft mijn broer gehaald... papi, 10... 10 heeft mijn broer gehaald, brother... 10 heeft mijn broer gehaald... mijn broer heeft alleen 10 gehaald...
003:
Van die 10... van het eerste wat ik heb gehaald heb ik je geld gestuurd.(hof: de verdachte heeft voor een eerste zending betaald.)
Hoeveel heb ikje gestuurd? Ongeveer 20.000/ 30.000 euro.
003:
20,22... oké. Dat heb ik je gestuurd...(hof: inmiddels tot dan toe rekent de verdachte voor dat hij een bedrag van ruim € 20.000,- aan dit contact heeft betaald.)
Al met al een bevestiging voor de conclusie dat de tijd van één of meer proefzendingen getuige de inhoud van het OVC-gesprek inmiddels tot het verleden behoorde. Er was inmiddels sprake van zendingen met inhoud, zijnde zodanige inhoud waarmee door de verdachte enerzijds geld kon worden verdiend en anderzijds zendingen waarvoor de verdachte al ruim € 20.000,- had betaald. Dat er door de verdachte geld is betaald voor de zendingen sluit aan op de eerder beschreven Threema-berichten waarin de verdachte aangeeft dat hij in totaal € 10.000,- heeft betaald voor de “vriend van het versturen” van, naar het hof begrijpt, het pakket dat na retournering opnieuw vanuit Mexico is verstuurd op 24 november 2020 naar [plaats 5] /Nederland.
Het hof deelt dan ook allerminst de twijfel die de raadsvrouw heeft geuit omtrent de inhoud van het pakket dat op 24 november 2020 door de douane op de luchthaven Keulen/Bonn in Duitsland is gecontroleerd, noch het standpunt dat daarbij
nietzou kunnen worden uitgesloten dat het
nietom metamfetamine ging.
Daarbij betrekt het hof dat de verdachte naar eigen zeggen bezig was met (het opzetten van) drugslijnen naar Nederland vanuit Mexico. Getuige het Threema-berichtenverkeer en het OVC-gesprek als hiervoor vermeld, was al eerder voor geleverde metamfetamine door de verdachte aan zijn contact betaald en ging het dan ook buiten redelijke twijfel bij de zending van 24 augustus 2020 voor wat betreft beide pakketten om metamfetamine, ook (en nog steeds) toen het tweede pakket na retourontvangst in Mexico op 24 november 2020 opnieuw werd verzonden.
De verdachte stelde nota bene zelf voor om het terug te sturen pakket ergens anders heen te sturen: zoals is gebleken naar geadresseerde [betrokkene 6] in [plaats 5] .
Dat het om metamfetamine ging, vindt bevestiging in de twee door de Duitse douane op 24 november 2020 uitgevoerde drugssneltesten waarbij de inhoud positief testte op “Amphetamin” (
hof: amfetamine), waarna de inhoud nader met het middelendetectieapparaat “Gemeni I” werd getest en “Methamphetaminhydrochlorid” (
hof: metamfetaminehydrochloride) werd bevestigd. Volgens de Duitse douane, uitgaande van het gewicht van de zending en het gewicht van de kunststoffilter, circa 15 kilogram “Methamphetamin” (
hof: metamfetamine).
Hoewel de test van de douane in Duitsland een zogenoemde indicatieve (snel)test betreft, ziet het hof de conclusie dat het hier daadwerkelijke gaat om metamfetamine bevestigd in het feit dat bij de broer van de verdachte op 16 februari 2021 een zogenoemd keukenlaboratorium voor metamfetamine is aangetroffen. Volgens verdachtes verklaring ter terechtzitting in hoger beroep was de metamfetamine die bij zijn broer in de keuken is aangetroffen afkomstig uit een op 6 februari 2021 afgeleverde zending (bij [betrokkene 2] ) betreffende een vanuit Mexico verzonden pakket met een carbon filter voor zwembaden, inhoud 36 kilogram. Die zending zal hierna onder feit 2.1.1. nog nader ter sprake komen, maar het hof stelt reeds hier vast dat dit een vergelijkbare zending betrof als die door de Duitse douane op 24 november 2020 is onderschept. Zowel voor wat betreft de aard, nu het een waterfilter betrof, als voor wat betreft de inhoud, een soortgelijk gewicht, als de wijze waarop die filter was voorzien van een inhoud van – naar eigen zeggen – van de verdachte: metamfetamine. De metamfetamine uit die filters werd volgens de verdachte vervolgens in de keuken van zijn broer be- en/of verwerkt toen deze op 16 februari 2021 tijdens een politie-inval in die woning is aangetroffen. Hierbij merkt het hof op dat overigens niet ter discussie staat dat hetgeen in de keuken van verdachtes broer is aangetroffen overeenkomstig verdachtes verklaring daadwerkelijk metamfetamine betrof.
Mede op basis van dit alles acht het hof de conclusie volledig gerechtvaardigd dat het bij het bewezenverklaarde feit 1 een materiaal betreffende metamfetamine betrof. Het ontbreken van enige test van een officiële (Duitse) instantie brengt daarin geen verandering. De bewijsverweren worden in zoverre verworpen.
De in de filter aangetroffen hoeveelheid “schwarze Granulat” (
hof, vrij vertaald: zwarte korrels/kolen) is door de Duitse douane berekend op een totaalgewicht van circa 15 kilogram metamfetamine. Daarbij heeft de douane zich gebaseerd op het verschil tussen het gewicht van de zending en het gewicht van de kunststoffilter. Het hof stelt vast dat de Duitse douane weliswaar geen concrete netto-inhoud van de filter heeft berekend, maar dat met de gegeven berekening wel een inhoud van 15 kilogram wordt verklaard. Dat nog geen sprake was van zuivere metamfetamine maar van zwarte korrels, het hof begrijpt kool/kolen (carbon) in de vorm van korrels, die nog – chemisch – moest worden bewerkt om tot zuivere metamfetamine te geraken, laat onverlet dat circa 15 kilogram van een materiaal, het “schwarze Granulat”, bevattende metamfetamine is getracht in te voeren en kan worden bewezenverklaard. Het verweer van de raadsvrouw treft daarom geen doel bij de beoordeling van het tenlastegelegde, maar hoort veeleer thuis bij de strafoplegging voor het geval het hof daaraan toekomt.
Resumé
Samengevat stelt het hof op basis van het hiervoor overwogene in onderling verband en samenhang bezien met de gebezigde bewijsmiddelen het volgende vast.
Op 24 augustus 2020 werd een pakket met de omschreven inhoud van een “activated carbon water filter” verzonden vanuit Mexico naar Berlijn/Duitsland. Vanwege het gewicht werd het pakket in Mexico gesplitst in twee delen, waarvan er één op de plaats van bestemming aankwam en één weer werd geretourneerd naar Mexico. De verdachte volgde al deze zendingen actief via de trackinggegevens. Na aankomst in Mexico werd het geretourneerde pakket binnen een dag op 24 november 2024 opnieuw verzonden, ditmaal naar het adres van [betrokkene 6] in [plaats 5] in Nederland. Dit adres was geregeld door de verdachte voor het ontvangen van pakketten en de zending werd wederom actief via de trackinggegevens door de verdachte gevolgd. Het pakket kwam echter opnieuw niet op de beoogde bestemming aan doordat het in Keulen/Duitsland door de douane werd onderschept na een positieve test op metamfetamine. Uit berichten tussen de verdachte en zijn contact in Mexico blijkt dat de verdachte een bedrag van € 10.000,- had betaald, dat men verwoede pogingen ondernam om te achterhalen waar het pakket gebleven was en dat er zorgen over bestonden dat het pakket was ‘gevallen’, dat het contact in Mexico het niet vertrouwde en waarschuwde de ontvanger niet in gevaar te brengen. Het bedrag van € 10.000,- past bovendien simpelweg niet bij de beschreven inhoud “activated carbon water filter”, maar veel eerder wel bij een inkoopprijs voor verdovende middelen, zoals in dit geval metamfetamine. Voorts sluit de inhoud van het pakket aan bij die van de later aangetroffen koolstoffilters in het keukenlaboratorium van de broer van de verdachte alwaar de metamfetamine, afkomstig uit korrel uit een waterfilter werd be-/verwerkt. Tot slot stelt het hof op basis van een OVC-gesprek vast dat de verdachte al betrokken was geweest bij meerdere pakketten waarvoor hij tot op dat moment al een totaalbedrag van zo’n € 20.000,- had betaald. Ook dat wijst op zijn betrokkenheid bij het versturen van verdovende middelen.
Gelet op al deze feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat het niet anders kan dan dat de verdachte van de exacte inhoud van het pakket dat op 24 november 2024 naar [plaats 5] /Nederland was verzonden op de hoogte was. De verklaring van de verdachte dat hij dacht dat het om een proefpakket ging, dat er geen verdovende middelen in zouden zitten en dat het niet de bedoeling was dat het pakket naar Nederland verzonden zou worden schuift het hof dan ook als niet aannemelijk terzijde. Het hof acht daarmee wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte tezamen en in vereniging met anderen heeft gepoogd om metamfetamine in te voeren in Nederland en daarmee het onder feit 1 tenlastegelegde heeft begaan.
Feit 2.1.1 – voltooide invoer
De verdachte wordt onder 2.1.1. verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan kort gezegd tezamen en in vereniging met anderen binnen het grondgebied van Nederland brengen van metamfetamine, althans verdovende middelen vermeld op Lijst I van de Opiumwet, door het verzenden van pakketten met die middelen naar Nederland en deze steeds op een adres van een derde te laten bezorgen. Tegen de achtergrond van het politiedossier begrijpt het hof deze beschuldiging aldus dat de verdachte zich in ieder geval samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan drie voltooide invoeren, waaronder van metamfetamine, waarbij een pakket afkomstig was uit Mexico en werd afgeleverd aan (het adres van) [betrokkene 2] , twee pakketten afkomstig waren uit Colombia waarvan er een werd afgeleverd aan (het adres van) [betrokkene 1] en het andere werd bezorgd aan (het adres van) [betrokkene 5] .
In hoger beroep zijn in de kern de volgende verweren gevoerd tegen een bewezenverklaring van deze voltooide invoeren.
De raadsvrouw refereert zich aan het oordeel van hof ten aanzien van de zending aan [betrokkene 2] en voert ten aanzien van de zending aan [betrokkene 5] aan dat de verdachte een beperkte rol had nu de verdachte in detentie zat in alle beperkingen toen het pakket werd bezorgd. Voorts is bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het pakket van 5 februari 2021 dat is afgeleverd aan (het adres van) [betrokkene 1] . Voor deze zending kan niet worden vastgesteld dat de verdachte de zending heeft gevolgd. Er zijn enkel een aantal berichten waarin de verdachte stelt dat hij iets kleins heeft ontvangen uit Colombia. Dit pakket is niet onderschept en daardoor kan niet worden vastgesteld dat het hier gaat om metamfetamine zoals is tenlastegelegd, aldus de raadsvrouw.
Het hof overweegt hiertoe als volgt.
Hiervoor is reeds uitgebreid overwogen dat het hof de verdachte strafrechtelijk medeverantwoordelijk houdt voor de poging tot invoer in Nederland van 15 kilogram van een materiaal bevattende metamfetamine. Naar het oordeel van het hof kan vanaf de onderschepping van dat pakket door de Duitse douane in ieder geval niet meer worden gesteld dat het na die tijd nog steeds om proefzendingen zou zijn gegaan bij pakketten die nadien vanuit Colombia en Mexico naar Nederland werden gestuurd. Nu het hof hiervoor ook reeds uiteen heeft gezet dat dat keerpunt (van testpakketten zónder verdovende middelen naar pakketten mét) feitelijk zelfs al eerder was gelegen en wel bij het moment van verzending vanuit Mexico van het (in tweeën gesplitste) pakket met bestemming Duitsland op 24 augustus 2020, gaat het hof er dan ook zonder meer vanuit dat de drie onderhavige pakketten die alle drie ruim ná 24 november 2020 zijn verzonden en mitsdien vanzelfsprekend ook pas ruim na die datum Nederland zijn binnengekomen, waren gevuld met verdovende middelen. Daartoe overweegt het hof als volgt op basis van onderstaande tabel, waarin de drie pakketten met relevante kenmerken op volgorde van verzending.
Trackingnummer zending
Verzender
Verzenddatum
Ontvanger
Ontvangstdatum
Omschrijving zending
[trackingnummer 11]
[afzender 1] [adres 5] Mexico
25-01-2021
[adres betrokkene 2]
06-02-2021
carbon filter voor swimming pools met een gewicht van 36 kg
[trackingnummer 12]
[afzender 5] Bogota Colombia
27-01-2021
[adres betrokkene 1]
05-02-2021
2 decoratieve glasses met een gewicht van 10 kg
[trackingnummer 13]
[afzender 6] Bogota (Colombia)
11-02-2021
[adres betrokkene 5]
03-03-2021
decorative glasses met een gewicht van 14,5 kg
Zending [trackingnummer 11]
Op 25 januari 2021 werd vanuit Mexico door [afzender 1] , waarvan het hof overigens vaststelt dat deze afzender al bij eerdere zendingen betrokken was, een pakket verzonden met (air)waybillnummer [trackingnummer 11] en geadresseerd aan (het adres van) [betrokkene 2] , [adres betrokkene 2] . De inhoud van het pakket bevatte ‘carbon filter voor swimming pools’ en woog 36 kilogram. Voor de verzending van het pakket werd € 280,27 betaald. Op 6 februari 2021 werd dit pakket geleverd aan [betrokkene 2] . Het hof stelt allereerst vast dat dit pakket eenzelfde inhoud en gewicht had als het door de Duitse douane onderschepte pakket met (air)waybillnummer [trackingnummer 7] , in welk pakket na controle door de douane metamfetamine werd aangetroffen en die zending werd onderschept.
Op basis van Threema berichten in de periode tussen 24 januari en 11 februari 2021 tussen de verdachte als [bijnaam 1] , [medeverdachte 3] als [bijnaam 8] en ‘ [bijnaam 10] ’ waarin de verdachte het adres van [betrokkene 2] ontving van [medeverdachte 3] en doorstuurde naar ‘ [bijnaam 10] ’ en communiceerde over het verloop van de verzending, de betaling van € 281,-, het succes dat behaald was en ‘het meisje’ dat was opgehaald, stelt het hof vast dat de verdachte bij de verzending en invoer in Nederland van het pakket aan (het adres van) [betrokkene 2] betrokken was. Dit werd ook door de verdachte bevestigd bij de politie toen hem het berichtenverkeer werd voorgehouden.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte voorts verklaard dat hij wist dat er in het pakket dat naar [betrokkene 2] werd verstuurd metamfetamine zat, dat dit pakket is afgehaald en afgeleverd bij zijn tweelingbroer [medeverdachte 2] . Zijn tweelingbroer was volgens de verdachte doende de inhoud van het pakket uit te wassen toen de politie bij hem binnenviel. De verdachte verklaarde voorts dat de verdovende middelen die in de woning van [medeverdachte 2] zijn aangetroffen afkomstig waren uit het pakket dat naar [betrokkene 2] was verstuurd.
De verklaring van de verdachte sluit aan op de bevindingen van de politie tijdens de doorzoeking op het adres van [medeverdachte 2] aan de [adres 4] te [plaats 1] waarbij in de keuken een laboratorium werd aangetroffen voor de bewerking en/of productie van metamfetamine. In dit zogenoemde laboratorium stond een speciebak met inhoud waaruit monsters zijn genomen van zwarte korrels waarin sporen van metamfetamine werden aangetroffen. De politie vermoedde dat deze zwarte korrels actieve kool betrof. Op basis van de bevindingen tijdens voornoemde doorzoeking en de verklaring van de verdachte stelt het hof dan ook vast dat in het pakket dat aan [betrokkene 2] was verzonden koolstoffilters zaten met daarin actieve kool, bevattende metamfetamine.
Zending [trackingnummer 12]
Op 27 januari 2021 werd vanuit Colombia door [afzender 6] een pakket verzonden met trackingnummer [trackingnummer 12] en geadresseerd aan (het adres van) [betrokkene 1] , [adres betrokkene 1] . Het pakket bevatte 2 decoratieve glazen met een totaal gewicht van 10 kilogram. Op 4 februari 2021 werd getracht om het pakket op het adres af te leveren, maar er was niemand thuis. Op 5 februari 2021 om 10:33 uur is het pakket door vervoerder FedEx afgeleverd aan [naam 4] , althans die naam werd genoteerd door de koerier die het pakket heeft afgeleverd.
De verdachte heeft verklaard dat hij (vooraf) geen weet heeft gehad van dit betreffende pakket en dat hij niet was betrokken bij dit pakket; deze zending was niet door hen, verdachte en/of ‘ [bijnaam 10] ’, gestuurd of geregeld. Het pakket was niet van de verdachte. Wel zou ‘ [bijnaam 13] ’ behoren tot het groepje, waartoe ook hij en ‘ [bijnaam 10] ’, behoorden.
De verdachte heeft voorts verklaard dat hij op 5 februari 2021 aan ‘ [bijnaam 13] ’ berichtte dat het pakket werd aangeboden om opnieuw aangenomen te worden. [betrokkene 8] had het pakket ontvangen en kwam volgens de verdachte naar hem toe. De verdachte werd gevraagd of hij een adres kon regelen voor een tweede pakket en dat heeft hij gedaan, maar dat kwam pas aan toen de verdachte al was aangehouden. De verdachte wist enkel van het feit dat de spullen geïmpregneerd waren, omdat hij dit van horen zeggen heeft en hij heeft gedaan alsof hij een groot pakket had gekregen, maar dat was dus niet van hem..
Anders dan de verdachte is het hof van oordeel dat op basis van de gebezigde bewijsmiddelen kan worden geconcludeerd dat hij wel degelijk betrokken is geweest bij deze zending met als geadresseerde [betrokkene 1] en overweegt daartoe als volgt.
De verdachte is bezig geweest met het opzetten van drugslijnen vanuit Mexico en Colombia, waarbij het dan zou gaan om de invoer van metamfetamine en cocaïne. Het hof heeft eerder overwogen dat het in ieder geval vanaf 24 november 2020 niet meer kon gaan om proefzendingen en dat ervan wordt uitgegaan dat er bij zendingen van na die datum in ieder geval sprake was van een illegale harddrug gerelateerde inhoud. Dat het niet meer ging om proefzendingen, maar om zendingen met onder andere cocaïne blijkt naar het oordeel van het hof ook uit het OVC- gesprek van 5 januari 2021 waarbij de verdachte spreekt over Colo en coke en over prijzen en de kwaliteit van het product. Het hof zal de inhoud van dat gesprek hierna weergeven in.
Sessie 1513, 19:57 uur
Dit gesprek in het Spaans is naar Nederlands vertaald.
003 (het hof: 003 betreft steeds de verdachte)
: En wat heeft die vriendje gezegd, die andere, hoe heet die man ook alweer?
003: Sergie (nwg), wat heeft [naam 5] gezegd?
003: De kale heeft mijn gebeld/geschreven.
003: Moet het wel topper zijn, he?
003: Colo
003: Het is beter… oké
003: Maar (ntv) voor wanneer?
003: Voor morgen … oké
003: En vraag om een foto, tenminste een foto van alle drie, oké?
003: Jaaa… die vond ik niets, die vond ik lelijk.
003: Maar het gaat om de kwaliteit, he?
003: Daar gaat het om… Als het uiterlijk niet goed is maar de kwaliteit wel…
003: En wat is de prijs papi
003: Maar de andere, heeft ie niets gezegd, over de prijzen?
003: Ik weet dat er is broer. Ik zeg je eerlijk, al pak ik 100
Dit gesprek in het Spaans is naar Nederlands vertaald.
003: Het maakt niet uit… 100 euro maar (ntv) 100 stukjes, snap je?
003: Uiteraard… ik doe niets omdat ie een klant is van de kale…dat zijn mensen van de kale en ze betalen vooruit…
003: Nee…maar nu moet je weer onder de 30 zitten man
003: Nu pakken wij… voor 30 pak je de spullen
003: De andere keer is (ntv), snap je? Het is nu 5 januari
003: Ja, man … die dingen gaan up en down
003: Ja…Ja…nee, man. Ik kan het voor 30 vinden voor je
003: Ja, man. En toppers!!
003: 30…ik zal je een foto sturen.
003: En een video oke?
003: plus 30.. en 1 is 30, 7,50
003: Omdat het van andere mensen is.
003: Het is van andere mensen. Ik heb datgene net voor oud en nieuw aangeboden gekregen.
003: Het is mij aangeboden… misschien is het zelfs al weg
Sessie 1519, 20:27 uur
Vervolg gesprek in Spaans
Dit gesprek in het Spaans is naar het Nederlands vertaald.
Vervolg gesprek met nn Mexicaan.
NN zegt dat hij vroeger veel problemen had maar nu niet, dat hij zich nu alleen hoeft te focussen op werken.
003: Nee, kijk, er zijn wel problemen want op dit moment is het voor Mexicanen moeilijk om hier te werken, het is niet mogelijk. Nu hebben die kut Nederlanders het monopolie van datgene omdat zij nu weten ermee te werken, zij maken het al en ze zijn ermee bezig.
003: Overal... 30,5,10,20... hier...
NN: Maar er zijn heel veel manieren, papi.
003: Met je broer zijn er ook geen pakketjes meer gestuurd. Één keer werd er gestuurd en daarna klote, ik heb niet eens mijn (ntv) gekregen.
NN: (ntv), ik heb de "subida" (transport naar boven) al geregeld... (ntv) het geld om te investeren.
003: Ik heb (ntv) in Colombia ongeveer 200 (fon) gezet.
NN: Maar hoe zo (ntv)
Sessie 1521, 21:10 uur
Vervolg gesprek in Spaans
Dit gesprek in het Spaans is naar het Nederlands vertaald.
Vervolg gesprek met nn Mexicaan.
003: Ze hebben ons in de gaten... wij kunnen niets doen. Dus, doe voorzichtig met wat je gaat doen.
NN: Ja, papi, geen zorgen, ik weet het... het is alleen totdat (ntv) twee klootzakken hiervandaan.
NN: (ntv) twee klootzakken hiervandaan papi en dan halen wij datgene daarvandaan.
En houden wij op met dat gedoe. Ik zweer je dat ik (ntv) hier niet meer en ik ga me focussen op datgene... Jij zorg hier voor een (ntv) en ik zweer dat ik je niet laat zitten en wij gaan het zo doen, vanuit het dorp hier naartoe. Niets anders.
NN: Dat is op dit moment mijn idee. Iets kopen, om te overleven, datgene daar maken en punt.
003: Maar (ntv) de coke (ntv).
NN: Zodra wij het geld hebben zullen wij het zien.
003 zegt dat NN niet goed is omgegaan met het geld. Hij (003) had niet veel geld maar heeft het wel goed gedaan. Op een vraag van NN, zegt 003:
003: Die Mexicaan werd (ntv) en jij.., jij wordt (ntv), de politie is niet dom. Ze hebben jou gevolgd en ze hebben je broer opgepakt, ze hebben (ntv) opgepakt.
003: Ze hebben [naam 6] (fon) opgepakt.
003: [naam 6] , [naam 7] (fon) en jij... en [naam 8] , weet je nog? Weet je nog van die beroemde foto die de politie heeft gevonden toen je in de auto werd gepakt?
NN: Ja, ja.
003: Oké, wat zou de politie dus nu denken, denk je dat ze die foto niet meer hebben?
NN: Jaaahhh...
003: Dus, wie wordt er nog gemist?
NN: ik... maar ik doe niets verkeerds, papi.
003: Hopelijk. Daarom zeg ik het... zij weten het. Jullie deden alsof er niets was... Leon, zij weten niet waar hij is; ze denken dat hij hier zou zijn, maar hij is daar.... [naam 6] is opgepakt en (ntv) is opgepakt.
NN: Het was heftig... wie is er dit jaar niet opgepakt? Iedereen werd opgepakt.
003: Maar die klootzakken weten al hoe ze datgene moeten maken... omdat (ntv) alleen maar Nederlanders.
003 zegt dat hij problemen heeft gehad met een Nederlander die sinds hij (Nederlander) datgene heeft leren maken denkt dat hij God is. Er volgt een korte pauze.
NN: (ntv) een tijdje alleen maar. Ik zorg voor alles hier. (ntv). Als je iets voor ons kan doen, laat het mij weten. Maak je daar geen zorgen over ik weet hoe ik mijn dingen moet doen.
NN: (ntv, veel geruis). Als je iets niet kan doen laat jij mij het gerust weten, dan doe ik.
NN zegt hij een vertrouwens persoon is van [naam 9] (de dikke) en dat hij overal
naartoe gaat waar [naam 9] hem wil hebben.
Voorts acht het hof de verklaring dat de verdachte zich louter heeft voorgedaan alsof het pakket van hem was/voor hem bestemd was, niet aannemelijk. Immers, nadat het pakket was aangekomen in Nederland stuurde de verdachte als [bijnaam 1] op 5 februari 2021om 20:56 uur naar de Threema-accounts [account 1] , [account 2] , [account 3] en [account 4] een foto (
het hof: een afbeelding gelijkend op een ontvangstbewijs/-bevestiging) met daarop de gegevens
Entregado Viernes 05/02/2021 al 10:33met daaronder de naam [naam 4] . Dit zijn dezelfde gegevens die bij het pakket [trackingnummer 12] horen dat op 5 februari 2021 om 10:33 uur is afgeleverd aan [naam 4] . Na deze foto stuurde de verdachte de teksten
terwijl jullie liggen te slapen sturen anderen mij [smiley]en
Terwijl jullie liggen te slapen.Dezelfde foto met ontvangstbewijs/-bevestiging stuurde de verdachte als [bijnaam 1] ook op 6 februari 2021 om 16:12 uur naar het account van ‘ [bijnaam 10] ’ met daarbij de tekst
Gisteren heb ik ook iets kleins uit Colombia ontvangen. ‘[bijnaam 10] ’ reageerde hierop met
aan de slag dan papi.Diezelfde dag om 16:24 uur stuurde de verdachte nogmaals dezelfde foto, ditmaal naar het account ‘ [bijnaam 13] ’ waarbij hij schreef
dit heb ik ontvangen, gisteren hebben ze iets voor mij in ontvangst genomen uit Coloen
ze hebben het mij binnen een week gestuurd.Daarop vroeg [bijnaam 13] wat ze hebben gestuurd en op welke wijze, waarop de verdachte reageerde met
1 ding”, ze hebben het geïmpregneerd gestuurd, gisteren is het aangekomen voor mijen
morgen geven ze het mij.
Tegen deze achtergrond is het hof van oordeel dat hetgeen de verdachte hierover heeft verklaard, dat het grootspraak was en dat het niet zijn pakket was, maar dat als het goed is, er wel cocaïne in zat, aldus niet aannemelijk is. Integendeel, op basis van het berichtenverkeer waaraan de verdachte deelnam stelt het hof vast dat de verdachte wederom intensief betrokken was bij de invoer van dit pakket en dit pakket voor hem was bestemd. Hij deelde niet alleen bij herhaling dat het pakket naar hem verstuurd was en voor hem in ontvangst was genomen, maar op basis van het OVC-gesprek in combinatie met het land van herkomst van het pakket en het bericht dat
het geïmpregneerd gestuurdwas concludeert het hof tevens dat het hier ging om de invoer van cocaïne vanuit Colombia die door een chemisch proces nog uit het dragermateriaal moest worden teruggewonnen. Niet voor niets spoorde ‘ [bijnaam 10] ’ de verdachte aan dat hij dan aan de slag moest gaan, naar het hof begrijpt: met dat proces.
Daarbij betrekt het hof dat de verdachte al vanaf 2020 bezig was met het opzetten van drugslijnen, waaronder voor cocaïne vanuit Colombia. Zoals eerder overwogen, blijkt in de praktijk dat na een geslaagde testfase zo’n lijn operationeel is. Dat betekent dat na het versturen van succesvolle proefzendingen, zendingen met inhoud worden verzonden. In die fase bevond de verdachte zich inmiddels. Verder wist hij dat zich in dit pakket harddrugs (cocaïne) bevonden, gelijk hij verklaarde over de inhoud van het pakket aan [betrokkene 2] . Ook daarin zaten harddrugs (metamfetamine). En daar is het niet bij gebleven, want er volgde nog een nagenoeg identieke zending uit Colombia, waarbij de verdachte naar ’s hofs oordeel wederom volop was betrokken.
Zending [trackingnummer 13]
Op 11 februari 2021 werd vanuit Colombia door [afzender 6] opnieuw een pakket verzonden met (air)waybillnummer [trackingnummer 13] en met als geadresseerde [betrokkene 5] , [adres betrokkene 5] . Het pakket bevatte wederom decoratieve glazen met een totaal gewicht van 14,5 kilogram. De invoerrechten betroffen € 99,15. De zending werd op 3 maart 2021 om 11:39 uur afgeleverd in [plaats 3] aan [naam 10] . Op het adres van [betrokkene 5] stond ene [naam 10] ingeschreven, wier gegevens lijken overeen te komen met de aflevergegevens van het pakket. De verdachte is in het onderzoek 26Hammond op 16 februari 2021 aangehouden. De verdachte heeft verklaard dat hij ten aanzien van dit pakket het adres had geregeld en dat hij wist dat in dit pakket cocaïne zou zitten. Dit komt overeen met hetgeen uit het dossier is gebleken. Zo vond een chatgesprek op 6 februari 2021 plaats tussen ene ‘ [account 4] ’ en de verdachte als [bijnaam 1] waarbij ‘ [account 4] ’ zei dat hij een adres nodig had omdat hij al 400 gram klaar had. De verdachte heeft hierover verklaard dat die 400 gram zag op cocaïne. Hierna stuurde de verdachte een afbeelding met daarop het adres van [betrokkene 5] aan de [adres betrokkene 5] alsmede het telefoonnummer [telefoonnummer 5] , zijnde het telefoonnummer dat het hof reeds hiervoor aan [medeverdachte 3] als gebruiker van dat nummer heeft toegeschreven. Dit door de verdachte verzonden adres had hij reeds eerder op 3 februari 2021 toegezonden gekregen van [medeverdachte 3] als [bijnaam 8] . In dezelfde chat stuurde [bijnaam 8] ook het telefoonnummer [telefoonnummer 5] . De verdachte vroeg als [bijnaam 1]
track is uit Ecua tochen
of Colo?waarop [bijnaam 8] berichtte
Ga ik nu checken
Bogota.Het hof stelt vast dat dit overeenkomt met de afzender van het pakket uit Bogota Colombia. Vervolgens hadden [medeverdachte 3] als [bijnaam 8] en verdachte als [bijnaam 1] op 12 februari 2021 contact waarbij de verdachte berichtte
dan aankomende week broen
binnen.[medeverdachte 3] berichtte hierop
Jaa maandag schatten ze. Ook deze berichten komen overeen met de gegevens van de zending. Zo is het pakket op 11 februari 2021 verzonden naar het adres van [betrokkene 5] . Voor zover de verdachte meent dat deze zending hem in strafrechtelijke zin niet als voltooid delict kan worden verweten, omdat hij op 3 maart 2021 ten tijde van het afleveren van het pakket, vastzat, kan dit verweer hem niet baten. Daargelaten dat niet exact kan worden geduid op welk moment deze zending op Nederlands grondgebied is gekomen, verdachtes gedragingen voorafgaande en rondom deze verzending, die naar het hof begrijpt voortkwamen uit zijn subjectieve intentie drugs in te voeren binnen de door hem opgezette inmiddels operationele drugslijn met Colombia, zagen van meet af aan en steeds op de invoer van cocaïne in Nederland. Er was evident sprake van gedragingen volgens een tevoren met zijn mededaders gemaakt gezamenlijk plan in zowel de voorfase als in de nafase met een duidelijke rolverdeling bij de uitvoering, waarin de verdachte een sleutelpositie vervulde. Voor zover de cocaïne eerst op Nederlands grondgebied is gekomen nadat de verdachte kwam vast te zitten, staat dat aan een veroordeling voor medeplegen van invoeren van die cocaïne dan ook niet in de weg, nu de zending volledig overeenkomstig het plan Nederland is ingevoerd. De verdachte kan daarom met zijn medeverdachten ook voor dit voltooide delict worden berecht.
Resumé
Gelet op al het vorenstaande is het hof van oordeel dat de verdachte betrokken is geweest bij de zending [trackingnummer 11] vanuit Mexico en de zendingen [trackingnummer 12] en [trackingnummer 13] vanuit Colombia. Gelet op de verklaring van de verdachte gaat het hof daarbij ervan uit dat de zending [trackingnummer 11] aan [betrokkene 2] metamfetamine bevatte die later in het drugslaboratorium van [medeverdachte 2] is uitgewassen en dat de zendingen [trackingnummer 12] en [trackingnummer 13] aan respectievelijk [betrokkene 1] en [betrokkene 5] cocaïne bevatte.
Dit zijn steeds middelen vermeld op lijst I van de Opiumwet. Gelet op de wijze waarop de tenlastelegging is geredigeerd, zal het hof de bewezenverklaring daarop afstemmen. Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte tezamen en in vereniging met anderen middelen als bedoeld op lijst I van de Opiumwet heeft ingevoerd in Nederland en daarmee het onder feit 2.1.1. tenlastegelegde heeft begaan
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
medeplegen van poging tot opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod.
Het onder 2.1.1. bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
Het onder 2.2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen door een ander trachten te bewegen om dat feit mede te plegen, te doen plegen, mede te plegen of om daarbij behulpzaam te zijn en zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen en gelden voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft een straftoemetingsverweer gevoerd en heeft het hof verzocht om – indien het hof komt tot een algehele bewezenverklaring – aan de verdachte een straf op te leggen die rechtvaardig is en passend is binnen de jurisprudentie. Deze straf zou aanzienlijk lager moeten zijn dan de duur van de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf en zoals deze thans door het Openbaar Ministerie opnieuw is gevorderd. Daarbij heeft de verdediging verwezen naar de gelijktijdige berechting van de verdachte in het onderzoek Hammond II waardoor de straf van de verdachte in de onderhavige zaak conform het bepaalde in artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht lager dient te zijn. Tot slot is gewezen op de overschrijding van de redelijke termijn.
Het oordeel van het hof
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Het hof heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte is samen met anderen doende geweest met het opzetten van drugslijnen vanuit Mexico en Colombia naar Nederland. Het ging daarbij om metamfetamine en cocaïne. In dat verband zijn voorbereidingen getroffen, waarbij het hof uitgaat van in ieder geval een zestal proefzendingen die in Nederland zijn ingevoerd, vervolgens een poging tot invoer van zo’n 15 kilogram metamfetamine waarbij de zending onderweg naar Nederland in handen is gevallen van de Duitse douane en tot slot concludeert het hof dat in ieder geval drie geslaagde zendingen hebben plaatsgevonden waarbij metamfetamine en cocaïne in Nederland zijn ingevoerd.
De georganiseerde en grootschalige productie van en handel in verdovende middelen en met name harddrugs als de onderhavige is zeer ontwrichtend voor de samenleving. Er gaat veel geld in om, waardoor de financiële belangen van daders groot zijn. Om die belangen te beschermen wordt geweld vaak niet geschuwd. Van de georganiseerde drugshandel gaat in toenemende mate een ondermijnend en corrumperend effect uit. Deze vormen van corruptie tasten het onderlinge vertrouwen binnen de samenleving in hoge mate aan en ondermijnen daarmee onze democratische rechtsstaat. Verder geldt dat een aanzienlijk deel van vermogensdelicten zoals winkeldiefstallen en woninginbraken terug te leiden is tot de behoefte aan drugs bij armlastige gebruikers. De pijlen van de verdachte waren gericht op grootschalige invoer van metamfetamine en cocaïne. Dit zijn stoffen met aanzienlijke gezondheidsrisico’s voor de gebruikers met daarnaast een hoog verslavingspotentieel. Op internet sites van organisaties die zich met verslavingszorg bezighouden worden als veel voorkomende bijwerkingen van metamfetamine genoemd: een verhoogde hartslag, angst, rusteloosheid en ernstige uitputting na gebruik. Het gebruik kan ook leiden tot een paniekaanval, een psychose, een epileptische aanval, hartinfarct of beroerte. Daarbij kan het gebruik van metamfetamine leiden tot blijvende hersenschade. De verdachte en zijn medeverdachten hebben zich in het geheel niet bekommerd om de ernstige lichamelijke gevolgen voor de gebruikers van dit middel, maar hadden louter een winstoogmerk voor ogen. Hun drijfveer was dan ook niet het voorzien in een behoefte van een verslaafde gebruiker, maar de eigen honger naar geld, liefst zoveel en zo snel mogelijk. Het is bovendien niet zo dat de verdachte eigener beweging is gestopt met zijn activiteiten, maar daartoe door politie en justitie is gedwongen. Dit alles weegt het hof mee in verdachtes nadeel.
Het is naar het oordeel van het hof dan ook passend dat voor de invoer van verdovende middelen als bewezenverklaard evenals pogingen daartoe en het voorbereiden daarvan lange, onvoorwaardelijke gevangenisstraffen worden opgelegd. Enerzijds dient dit als vergelding voor de ontwrichting waar de verdachte aan heeft bijgedragen. Anderzijds heeft het opleggen van zware straffen tot doel om anderen ervan te weerhouden zich met de georganiseerde drugscriminaliteit in te laten.
Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie, d.d. 27 november 2025, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit volgt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor Opiumwetdelicten. Dit heeft de verdachte er niet van weerhouden om opnieuw in de fout te gaan en de bewezenverklaarde feiten te plegen. De verdachte heeft verteld dat hij geld nodig had en dat hij zich heeft laten inpalmen om mee te werken aan het opzetten van drugslijnen. Wat daar ook van zij, naar ’s hofs oordeel blijkt uit de gebezigde bewijsmiddelen zonder meer dat de verdachte bewust in deze wereld is gestapt en daarmee het risico voor zichzelf op betrapping, vervolging en berechting evenals de gevolgen voor derden voor lief heeft genomen. Het hof houdt voorts ten nadele van de verdachte rekening ermee dat hij gedurende een ruime periode en frequent bezig is geweest en samen heeft gewerkt om de zendingen te laten slagen. De verdachte vervulde daarbij een spilfunctie. De verdachte was tweetalig en vormde daarmee een belangrijke en onmisbare schakel tussen de Spaanstalige medeverdachten in de landen van herkomst en de Nederlandstalige hier te lande. En tot slot merkt het hof op dat hoewel van een (deels) bekennende verklaring een strafmatigende werking zou kunnen uitgaan, de verdachte niet het achterste van zijn tong heeft (willen) laten zien en daarmee niet de volle verantwoordelijkheid lijkt te willen of kunnen nemen. Voorts houdt het hof rekening met artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht nu heden en daarmee op dezelfde dag arrest wordt gewezen in de zaak Hammond II, waarin de verdachte eveneens is veroordeeld tot een langdurige onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.
Het hof heeft bij de bepaling van de straf tevens acht geslagen op de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn weerslag heeft gevonden. Bij de invoer van 20 kilogram en meer aan harddrugs geldt als uitgangspunt een langdurige gevangenisstraf vanaf 60 maanden (en hoger) voor zover geen sprake is van een organisatie en vanaf 72 maanden (en hoger) bij een organisatie. Nu al het bewezenverklaarde in het kader van de door de verdachte en zijn mededaders beoogde drugslijnen heeft plaatsgevonden, kan naar ’s hofs oordeel zonder meer aansluiting worden gezocht bij de uitganspunten die zien op een organisatie. Het betreft een veelheid aan op zichzelf staande delicten binnen een langdurige periode en hoewel daarbij een concreet aantal kilogrammen niet valt te duiden, zag een en ander wel op de grootschalige handel, nu uit het bewijs onomstotelijk volgt dat het alle betrokkenen hier niet te doen om kruimelwerk en een paar grammetjes.
Het hof is van oordeel dat, in het bijzonder gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, de straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd en in verband met een juiste normhandhaving, dan ook niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Het hof heeft zich voorts rekenschap gegeven van de redelijke termijn. Het hof stelt voorop dat elke verdachte recht heeft op een openbare behandeling van zijn zaak en berechting binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven. Deze termijn vangt aan vanaf het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem of haar ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.
Bij de vraag of sprake is van een schending van de redelijke termijn moet rekening worden gehouden met de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de processuele houding van de verdachte, de aard en ernst van het tenlastegelegde, de ingewikkeldheid van de zaak en de mate van voortvarendheid waarmee deze strafzaak door de justitiële autoriteiten is behandeld.
Als uitgangspunt heeft in deze zaak, waarin de verdachte in verband met de bewezenverklaarde feiten minder dan zestien maanden in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht te gelden dat de behandeling op zitting in eerste aanleg moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen 24 maanden nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsvrouw op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld. De verdachte heeft afwisselend in detentie verbleven in relatie tot zowel het onderzoek Hammond II als het onderzoek Hammond III. In het onderhavige onderzoek heeft de verdachte ruim 9 maanden in voorlopige hechtenis doorgebracht.
De verdachte is in de onderhavige zaak op 23 november 2021 in verzekering gesteld. De rechtbank heeft vonnis gewezen op 30 maart 2023. In eerste aanleg is derhalve geen sprake van een overschrijding van de redelijke termijn, nu binnen 24 maanden vonnis is gewezen.
De verdachte heeft op 12 april 2023 hoger beroep ingesteld. Het hof wijst dit arrest op 25 juni 2026, 3 jaren en ruim 2 maanden na het instellen van het hoger beroep. De behandeling in hoger beroep wordt dan ook niet afgerond met een eindarrest binnen 24 maanden na het ingestelde beroep, waar eenzelfde termijn als uitgangspunt geldt. In hoger beroep is daarom sprake van een overschrijding van de redelijke termijn met een periode van bijna 1 jaar en 2 maanden.
Rekening houdend met al hetgeen hiervoor is overwogen en met name gelet op de gelijktijdige berechting met de zaak Hammond II zou zonder schending van de redelijke termijn een gevangenisstraf voor de duur van 60 maanden passend zijn geweest. Nu de redelijke termijn in bovengenoemde mate is geschonden, acht het hof, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van Pro de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 45, 47, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2.1.2. tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2.1.1 en 2.2 tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het onder 1, 2.1.1. en 2.2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Aldus gewezen door:
mr. A.M.G. Smit, voorzitter,
mr. N.I.B.M. Buljevic en mr. M. van der Horst, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R.M. Gloudemans, griffier,
en op 25 juni 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.