ECLI:NL:GHSHE:2026:1834
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- A.J. Henzen
- G.J. Hanssen
- T. van de Woestijne
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring intrekking hoger beroep wegens gebrek aan belang
De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld voor overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994, met een taakstraf, hechtenis en rijontzegging. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. De behandeling van het hoger beroep begon op 23 september 2025, maar werd aangehouden vanwege een medische ingreep bij de verdachte.
Op 29 mei 2026 trok de verdachte het hoger beroep in. Het Openbaar Ministerie stemde hiermee in en er was geen vordering tot schadevergoeding door het slachtoffer. Het hof oordeelde dat de verdachte geen belang meer had bij behandeling van het hoger beroep en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 416, tweede lid, Sv.
De beslissing werd op 24 juni 2026 uitgesproken door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Hiermee kwam een einde aan de procedure in hoger beroep zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk na intrekking wegens gebrek aan belang.