ECLI:NL:GHSHE:2026:1979
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- J. Nederlof
- G.P.N. Robben
- N.J.L.M. Tuijn
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen schorsing voorlopige hechtenis ter uitvoering onherroepelijke gevangenisstraffen
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van de officier van justitie tegen de beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant om de voorlopige hechtenis van verdachte te schorsen. De officier van justitie wilde dat verdachte eerst zijn onherroepelijke gevangenisstraffen zou uitzitten, terwijl de rechtbank en verdediging de schorsing toestonden.
Het hof overwoog dat er geen vaste lijn bestaat over het schorsen van voorlopige hechtenis ten behoeve van de executie van gevangenisstraffen en dat dit per geval door de rechter moet worden beoordeeld. Het uitgangspunt is dat een verdachte zijn berechting in vrijheid mag afwachten, tenzij er ernstige risico's zijn dat hij nieuwe strafbare feiten pleegt.
De executievolgorde van vrijheidsbenemende sancties is geregeld in de ministeriële regeling, waarbij voorlopige hechtenis doorgaans voorgaat op gevangenisstraffen. Afwijken hiervan kan alleen bij persoonsgerichte belangen. In deze zaak vond het hof dat de persoonlijke belangen van verdachte zwaarder wegen dan het belang bij voortzetting van voorlopige hechtenis, mede omdat verdachte zich niet tegen een ISD-maatregel zal verzetten en het sneller starten van het ISD-traject maatschappelijk gewenst is.
Daarom wees het hof het hoger beroep van de officier van justitie af en bekrachtigde de beschikking van de rechtbank om de voorlopige hechtenis te schorsen ter uitvoering van de onherroepelijke straffen.
Uitkomst: Het gerechtshof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt de schorsing van de voorlopige hechtenis ter uitvoering van onherroepelijke gevangenisstraffen.