In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel herzien. De rechtbank had dit voordeel vastgesteld op €178.309,56, maar het hof komt na herbeoordeling tot een lager bedrag van €129.902. De zaak betreft veroordelingen voor medeplegen van opzettelijke overtredingen van de Opiumwet, witwassen en deelname aan een criminele organisatie.
Het hof heeft de kasopstelling van de rechtbank aangepast, waarbij onder meer contante uitgaven voor de aankoop van een bestelbus en een Mercedes-Benz niet in het voordeel worden betrokken, omdat deze aankopen niet aan betrokkene konden worden toegerekend. Ook is het voordeel uit huurpenningen hoger vastgesteld dan de rechtbank aannam, maar de verdediging kon geen legale contante inkomsten uit arbeid aantonen.
De verdediging voerde aan dat contante uitgaven voor verdovende middelen niet in de kasopstelling mochten worden betrokken, maar het hof verwierp dit verweer. Het hof legde de betalingsverplichting tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel op en bepaalde de maximale duur van de gijzeling op 1080 dagen. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en het hof doet opnieuw recht.