ECLI:NL:GHSHE:2026:293

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
2 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
20-001736-24
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994Art. 63 SrArt. 164 Wegenverkeerswet 1994Art. 176 Wegenverkeerswet 1994Art. 179 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens rijden zonder geldig rijbewijs met ontzegging rijbevoegdheid

Op 7 mei 2023 heeft de verdachte te Roosendaal een personenauto bestuurd terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard en hij geen ander geldig rijbewijs bezat. De politierechter veroordeelde hem hiervoor, waarna de verdachte hoger beroep instelde.

Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en de zaak opnieuw beoordeeld. Het hof acht bewezen dat de verdachte het voertuig bestuurde zonder geldig rijbewijs, waarmee hij de verkeersveiligheid in gevaar bracht en zich weinig aantrok van de geldende regels en besluiten omtrent rijbewijzen.

Gezien de ernst van het feit, de eerdere onherroepelijke veroordeling voor een soortgelijk feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, legt het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken op en ontzegt het de verdachte de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor tien maanden, met aftrek van de periode dat het rijbewijs was ingevorderd.

Daarnaast beveelt het hof de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van twee weken, opgelegd door de politierechter in november 2022. Het hoger beroep leidt tot een strengere straf en bevestigt de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de verdachte.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf en tien maanden ontzegging rijbevoegdheid wegens rijden zonder geldig rijbewijs.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001736-24
Uitspraak : 2 februari 2026
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 28 juni 2024, parketnummer 02-114026-24 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummer 96-196547-22, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,
thans uit anderen hoofde verblijvende in P.I. Grave te Grave.
Hoger beroep
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen.
Namens de verdachte is een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 7 mei 2023 te Roosendaal, althans in Nederland, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten b, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, Damstraat, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 7 mei 2023 te Roosendaal, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten b, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, Damstraat, als bestuurder een motorrijtuig (personenauto) van die categorie heeft bestuurd.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.
Bewijsoverwegingen
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de
feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het besturen van een motorrijtuig, terwijl het op zijn naam gestelde rijbewijs ongeldig was verklaard. Daarmee heeft de verdachte de regels die gelden in het verkeer niet in acht genomen en de verkeersveiligheid in gevaar gebracht. Bovendien heeft de verdachte er blijk van gegeven zich weinig aan te trekken van besluiten van een instantie die – mede met het oog op de verkeersveiligheid – is belast met onder andere de beoordeling van de geldigheid van rijbewijzen. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.
Bij de bepaling van de hoogte van de straf heeft het hof gelet op de omstandigheid dat de verdachte, blijkens het hem betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 16 januari 2026 eerder onherroepelijk ter zake van eenzelfde strafbaar feit is veroordeeld.
De persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals die mede door hem ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gebracht, alsmede de gestelde ouderdom van de zaak, leiden niet tot een ander oordeel.
Het andersluidende verweer wordt verworpen.
Mede ter bescherming van de verkeersveiligheid zal het hof voor een duur als hieronder vermeld aan de verdachte de bevoegdheid ontzeggen om motorrijtuigen te besturen.
De tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 ingevorderd of ingehouden is geweest, zal op de duur van deze bijkomende straf in mindering worden gebracht.
Vordering tenuitvoerlegging
De officier van justitie in het arrondissement Zeeland-West-Brabant heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van een voorwaardelijke gevangenisstraf, opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 14 november 2022 onder parketnummer 96-196547-22. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Het hof is ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van oordeel dat, nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt, de tenuitvoerlegging van de gehele voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf dient te worden gelast.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken.
Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
10 (tien) maanden,met aftrek overeenkomstig artikel 164 WVW Pro.
Beveelt de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 14 november 2022, parketnummer 96-196547-22, voorwaardelijk opgelegde straf, te weten van:
een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken.
Aldus gewezen door:
mr. A.J.M. van Gink, voorzitter,
mr. R.A.T.M. Dekkers en mr. C.A. van Roosmalen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.E.M. de Ridder, griffier,
en op 2 februari 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.