ECLI:NL:GHSHE:2026:295

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
2 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
20-002068-23
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 57 SrArt. 63 SrArt. 8 Wvw 1994Art. 9 Wvw 1994Art. 163 Wvw 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens rijden zonder geldig rijbewijs en rijden onder invloed met weigering bloedonderzoek

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Breda, waarin verdachte werd veroordeeld voor meerdere overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994. De tenlastelegging betrof het rijden zonder geldig rijbewijs op verschillende data en locaties, rijden onder invloed van amfetamine, en het weigeren mee te werken aan bloedonderzoek.

Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter vanwege onvoldoende motivering en verklaarde wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op vijf verschillende momenten een motorrijtuig bestuurde terwijl zijn rijbewijs ongeldig was. Tevens werd bewezen verklaard dat verdachte op 30 oktober 2022 onder invloed van amfetamine reed en op 21 november en 18 januari 2023 weigerde mee te werken aan bloedonderzoek.

De strafbaarheid van verdachte werd bevestigd, waarbij het hof het ernstig vond dat verdachte herhaaldelijk de verkeersveiligheid in gevaar bracht en zich weinig aantrok van officiële besluiten. Gezien de ernst van de feiten en eerdere veroordelingen legde het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden op. De redelijke termijn werd overschreden, maar zonder gevolgen vanwege aanhouding op verzoek van de verdediging. Het hof verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in twee vorderingen tot tenuitvoerlegging.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf voor meerdere keren rijden zonder geldig rijbewijs, rijden onder invloed van amfetamine en weigering bloedonderzoek.

Uitspraak

Parketnummer : 20-002068-23
Uitspraak : 2 februari 2026
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 19 juli 2023 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 96-025945-23, 96-025930-23, 96-025944-23, 96-025952-23 en 96-025955-23, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging, in de zaken met parketnummers 96-196547-22 en 96-196698-21, tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,
thans uit anderen hoofde verblijvende in P.I. Grave te Grave.
Hoger beroep
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, alle tenlastegelegde feiten bewezen zal verklaren en aan de verdachte zal opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat het hof conform de politierechter zal beslissen met betrekking tot de inbeslaggenomen personenauto’s en dat de officier van justitie niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vorderingen tot tenuitvoerlegging met parketnummers 96-196547-22 en 96-196698-21.
Namens de verdachte is een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat de Politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
parketnummer 96-025945-23:hij op of omstreeks 28 december 2022 te Roosendaal terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Brugstraat, als bestuurder een motorrijtuig, (bedrijfsauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;
parketnummer 96-025930-23:1.
hij op of omstreeks 30 oktober 2022 te Wagenberg, gemeente Drimmelen terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Brandestraat, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;
2.
hij op of omstreeks 30 oktober 2022 te Hooge Zwaluwe, gemeente Drimmelen een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 440 microgram amfetamine per liter bloed bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3 van Pro het genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde;
parketnummer 96-025944-23:1.
hij op of omstreeks 20 november 2022 te Sprundel, gemeente Rucphen terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Rucphensebaan, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;
2.
hij op of omstreeks 21 november 2022 te Etten-Leur, in elk geval in Nederland, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie of van een daartoe bij regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaar van politie, zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en/of geen medewerking daaraan heeft verleend;
parketnummer 96-025952-23:hij op of omstreeks 11 januari 2023 te Zundert terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Moststraat, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;
parketnummer 96-025955-23:1.
hij op of omstreeks 18 januari 2023 te Roosendaal terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Stationsstraat, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;
2.
hij op of omstreeks 18 januari 2023 te Roosendaal, in elk geval in Nederland, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie of van een daartoe bij regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaar van politie, zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en/of geen medewerking daaraan heeft verleend.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 96-025945-23 en in de zaak met parketnummer 96-025930-23 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 96-025944-23 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 96-025952-23 en in de zaak met parketnummer 96-025955-23 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
parketnummer 96-025945-23:hij op 28 december 2022 te Roosendaal, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de Brugstraat, als bestuurder een motorrijtuig (bedrijfsauto) van die categorie heeft bestuurd;
parketnummer 96-025930-23:1.
hij op 30 oktober 2022 te Wagenberg, gemeente Drimmelen, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de Brandestraat, als bestuurder een motorrijtuig (personenauto) van die categorie heeft bestuurd;
2.
hij op 30 oktober 2022 te Hooge Zwaluwe, gemeente Drimmelen, een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 440 microgram amfetamine per liter bloed bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3 van Pro het genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde;
parketnummer 96-025944-23:1.
hij op 20 november 2022 te Sprundel, gemeente Rucphen, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de Rucphensebaan, als bestuurder een motorrijtuig (personenauto) van die categorie heeft bestuurd;
2.
hij op 21 november 2022 te Etten-Leur, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie of van een daartoe bij regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaar van politie, zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en/of geen medewerking daaraan heeft verleend;
parketnummer 96-025952-23:hij op 11 januari 2023 te Zundert, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de Moststraat, als bestuurder een motorrijtuig (personenauto) van die categorie heeft bestuurd;
parketnummer 96-025955-23:1.
hij op 18 januari 2023 te Roosendaal terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de Stationsstraat, als bestuurder een motorrijtuig (personenauto) van die categorie of categorieën heeft bestuurd;
2.
hij op 18 januari 2023 te Roosendaal, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie of van een daartoe bij regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaar van politie, zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en/of geen medewerking daaraan heeft verleend.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.
Bewijsoverwegingen
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het in de zaak met parketnummer 96-025945-23 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het in de zaak met parketnummer 96-025930-23 onder 1 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het in de zaak met parketnummer 96-025930-23 onder 2 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het in de zaak met parketnummer 96-025944-23 onder 1 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het in de zaak met parketnummer 96-025944-23 onder 2 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het in de zaak met parketnummer 96-025952-23 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het in de zaak met parketnummer 96-025955-23 onder 1 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het in de zaak met parketnummer 96-025955-23 onder 2 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich meerdere keren schuldig heeft gemaakt aan het besturen van een motorrijtuig, terwijl het op zijn naam gestelde rijbewijs ongeldig was verklaard. Daarmee heeft de verdachte steeds de regels die gelden in het verkeer niet in acht genomen en de verkeersveiligheid in gevaar gebracht. Bovendien heeft de verdachte er blijk van gegeven zich weinig aan te trekken van besluiten van een instantie die – mede met het oog op de verkeersveiligheid – is belast met onder andere de beoordeling van de geldigheid van rijbewijzen.
Ook is ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het besturen van een motorrijtuig, terwijl hij onder invloed was van amfetamine. Het is algemeen bekend dat het gebruik van dergelijke genotmiddelen het bewustzijn beïnvloedt en daarmee de rijvaardigheid. Hiermee heeft de verdachte als automobilist onaanvaardbare risico’s genomen voor de verkeersveiligheid van hemzelf en zijn medeweggebruikers.
Daarnaast is ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het weigeren gevolg te geven aan een bevel om mee te werken aan een bloedonderzoek. Door aldus te handelen heeft de verdachte de controle op de naleving van de voorschriften ter bescherming van de verkeersveiligheid bemoeilijkt en de verkeersveiligheid in gevaar gebracht.
Het hof rekent het de verdachte zwaar aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.
Bij de bepaling van de hoogte van de straf heeft het hof gelet op de omstandigheid dat de verdachte, blijkens het hem betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 16 januari 2026 (behoudens het bewezenverklaarde in de zaken met parketnummers 96-025930-23 en 96-025944-23) eerder ter zake van overtreding van de Wegenverkeerswet 1994 is veroordeeld.
De persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals die mede door hem ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gebracht, leiden niet tot een ander oordeel.
Redelijke termijn
Het hof stelt voorop dat elke verdachte recht heeft op een openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven. Deze termijn vangt aan vanaf het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem of haar ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.
Bij de vraag of sprake is van een schending van de redelijke termijn moet rekening worden gehouden met de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de processuele houding van verdachte, de aard en ernst van het ten laste gelegde, de ingewikkeldheid van de zaak en de mate van voortvarendheid waarmee deze strafzaak door de justitiële autoriteiten is behandeld.
Als uitgangspunt in zaken met een niet-gedetineerde verdachte heeft te gelden dat de behandeling ter terechtzitting, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen 24 maanden nadat de redelijke termijn is aangevangen.
In de onderhavige zaak is de redelijke termijn aangevangen op 30 oktober 2022, de dag waarop de verdachte is gehoord in de oudste gevoegde zaak met parketnummer 96-025930-23. De rechtbank heeft vonnis gewezen op 19 juli 2023. In eerste aanleg is derhalve geen sprake van een overschrijding van de redelijke termijn.
De verdachte heeft op 19 juli 2023 hoger beroep ingesteld. Het hof wijst dit arrest op 2 februari 2026, derhalve 2 jaar en ruim 6 maanden na het instellen van het hoger beroep. De behandeling in hoger beroep wordt dan ook niet afgerond met een eindarrest binnen 24 maanden na het ingestelde hoger beroep. In hoger beroep is daarom sprake van een overschrijding van de redelijke termijn en wel met een periode van ruim 6 maanden. Het hof stelt vast dat de zaak op 20 januari 2025 inhoudelijk behandeld had kunnen worden, maar op verzoek van de verdediging is aangehouden wegens de langdurige detentie van de verdachte in België en zijn uitdrukkelijke wens om bij de behandeling van zijn strafzaken in persoon aanwezig te zijn.
Gelet hierop zal het hof volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden, zonder daar enig gevolg aan te verbinden.
Beslag
De in beslag genomen en nog niet teruggegeven personenauto’s zullen worden teruggegeven aan de hieronder te noemen personen, zijnde steeds degene die blijkens het onderzoek ter terechtzitting redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.
Vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 96-196547-22
Het Openbaar Ministerie is in zijn vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk niet ten uitvoer gelegde straf niet-ontvankelijk, nu deze later dan drie maanden na het verstrijken van de proeftijd is ingediend.
Vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 96-196698-21
Het Openbaar Ministerie is in zijn vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk niet ten uitvoer gelegde straf niet-ontvankelijk, nu deze later dan drie maanden na het verstrijken van de proeftijd is ingediend.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 9, 163 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 96-025945-23 en in de zaak met parketnummer 96-025930-23 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 96-025944-23 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 96-025952-23 en in de zaak met parketnummer 96-025955-23 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 96-025945-23 en in de zaak met parketnummer 96-025930-23 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 96-025944-23 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 96-025952-23 en in de zaak met parketnummer 96-025955-23 onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) maanden.
Gelast de
teruggavevan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
  • 96-025944-23: 1 personenauto (G2528028, kenteken [kenteken 1] ) aan de redelijkerwijs als rechthebbende aan te merken persoon [betrokkene 1] ;
  • 96-025955: 1 personenauto (G254669, kenteken [kenteken 2] ) aan de redelijkerwijs als rechthebbende aan te merken persoon [betrokkene 2] ..
Verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging, met parketnummer 96-196547-22.
Verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging, met parketnummer 96-196698-21.
Aldus gewezen door:
mr. A.J.M. van Gink, voorzitter,
mr. R.A.T.M. Dekkers en mr. C.A. van Roosmalen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.E.M. de Ridder, griffier,
en op 2 februari 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.