ECLI:NL:GHSHE:2026:365

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
20-003451-24
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 45 SrArt. 47 SrArt. 77c SrArt. 77g Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen oplichting en diefstal met valse sleutel

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor medeplegen van poging tot oplichting, meermalen gepleegde oplichting en diefstal met gebruik van een valse sleutel. Het hof vernietigde het vonnis en deed opnieuw recht, waarbij het bewezenverklaarde werd bevestigd en de verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur en 40 dagen jeugddetentie, met aftrek van voorarrest.

De feiten betreffen een geraffineerde bankpasfraude waarbij slachtoffers werden benaderd door personen die zich voordeden als bank- of politiemedewerkers. Door listige kunstgrepen werden pinpassen, pincodes en waardevolle goederen buitgemaakt. De verdachte speelde een belangrijke rol als vervoerder en deelnemer aan groepsgesprekken via Snapchat, wat het hof als medeplegen kwalificeerde.

De schadevergoedingsvorderingen van twee benadeelden werden deels toegewezen: €13.657,34 voor de ene en €1.100,00 voor de andere, met hoofdelijk aansprakelijkheid van de verdachte. Het hof achtte de verklaring van de medeverdachte betrouwbaar en verwierp het verweer van de verdachte dat hij niet deelnam aan de groepschats.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder autisme en een positieve gedragsverandering, werden meegewogen bij de strafoplegging. Het hof paste adolescentenstrafrecht toe en legde een taakstraf op met subsidiaire jeugddetentie. De verdachte werd veroordeeld tot betaling van schadevergoeding met wettelijke rente vanaf 25 juli 2023.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 80 uur taakstraf en 40 dagen jeugddetentie voor medeplegen van oplichting en diefstal met valse sleutel, met hoofdelijke schadevergoedingsmaatregelen.

Uitspraak

Parketnummer : 20-003451-24
Uitspraak : 6 februari 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 19 december 2024, in de strafzaak met parketnummer 02-187607-23 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2002,
wonende te [adres 1] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank de verdachte ter zake van ‘medeplegen van poging tot oplichting’ (feit 1), ‘medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd’ (feit 2) en ‘medeplegen van diefstal met gebruik van een valse sleutel’ (feit 3) veroordeeld tot een taakstraf inhoudende een werkstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen jeugddetentie. Voorts heeft de rechtbank een beslissing genomen op de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] en ten behoeve van deze benadeelde partijen een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met uitzondering van de beslissing op de vordering tot schadevergoeding van mevrouw [benadeelde 2] . De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] in hoger beroep hoofdelijk en geheel kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente, en heeft gevorderd ten behoeve van de benadeelde partij voor datzelfde bedrag hoofdelijk de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten. De raadsman heeft tevens een straftoemetingsverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. In verband met de leesbaarheid zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 26 juli 2023 te Roosendaal, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 3] te bewegen tot de afgifte van enig goed en het ter beschikking stellen van gegevens, te weten een pinpas en/of pincode, die [benadeelde 3] heeft opgebeld en/of zich voor heeft gedaan als bankmedewerker en/of te vertellen dat er geskimd was en/of dat er geld was overgemaakt naar Engeland en/of die [benadeelde 3] heeft opgedragen haar pinpassen en pincode in een envelop te stoppen en/of heeft aangegeven dat de passen zouden worden opgehaald en/of vervolgens naar de woning van die [benadeelde 3] is gegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
2.
hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 20 juni 2023 tot en met 25 juli 2023 te Vlissingen en/of Breda en/of Middelburg en/of Standdaarbuiten, gemeente Moerdijk, en/of Roosendaal, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, meerdere personen heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en het ter beschikking stellen van gegevens, te weten:
- [benadeelde 2] tot afgifte van een iPhone en/of Macbook en/of iPad en/of sieraden en/of een bankpas, en/of
- [benadeelde 1] tot afgifte van € 1100 en/of pinpas en/of pincode,
door:
- voornoemde personen op te bellen, en/of
- zich voor te doen als bankmedewerker en/of politiemedewerker, en/of
- aan te geven dat er geld was overgemaakt naar een ander land, en/of
- aan te geven dat er gehackt was, en/of
- aan te geven dat de bankpas was geblokkeerd, en/of
- aan te geven dat er mensen in de buurt gearresteerd waren en deze personen een briefje bij zich hadden met het adres van de opgelichte persoon erop, en/of
- aan te geven dat de bankpas(sen) en/of hoeveelheden geld en/of sieraden in een envelop gestopt moesten worden, en/of
- de pincodes op de envelop te schrijven en/of mondeling door te geven, en/of
- deze envelop door een medewerker opgehaald zou worden, en/of
- aan te geven dat er op een later moment nieuwe bankpas(sen) en pincodes gebracht/verstrekt zouden worden en/of de sieraden in een kluis gelegd zouden worden, en/of
- bij voornoemde personen naar de woning te komen en/of voornoemde goederen mee te nemen/op te halen, en/of
- met de meegenomen bankpassen te pinnen.
3.
hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 20 juni 2023 tot en met 25 juli 2023 te Vlissingen en/of Breda en/of Roosendaal en/of Middelburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, hoeveelheden geld, in elk geval enig goed, die/dat geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om deze/het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen hoeveelheden geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door gebruikmaking van een bankpas die middels oplichting is verkregen en/of zonder toestemming van de eigenaar van de gebruikte bankpas.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1.
hij op 26 juli 2023 te Roosendaal, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 3] te bewegen tot de afgifte van enig goed en het ter beschikking stellen van gegevens, te weten een pinpas en pincode, die [benadeelde 3] heeft opgebeld en zich voor heeft gedaan als bankmedewerker en te vertellen dat er geskimd was en dat er geld was overgemaakt naar Engeland en die [benadeelde 3] heeft opgedragen haar pinpassen en pincode in een envelop te stoppen en heeft aangegeven dat de passen zouden worden opgehaald en vervolgens naar de woning van die [benadeelde 3] is gegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
2.
hij meermalen, in de periode van 20 juni 2023 tot en met 25 juli 2023 te Roosendaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, meerdere personen heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en het ter beschikking stellen van gegevens, te weten:
- [benadeelde 2] tot afgifte van een iPhone en Macbook en iPad en sieraden en een bankpas, en
- [benadeelde 1] tot afgifte van €1100 en pinpas en pincode, door:
- voornoemde personen op te bellen, en
- zich voor te doen als bankmedewerker en/of politiemedewerker, en
- aan te geven dat er geld was of zou worden overgemaakt naar een ander land, en/of
- aan te geven dat er gehackt was, en/of
- aan te geven dat de bankpas was geblokkeerd, en/of
- aan te geven dat er mensen in de buurt gearresteerd waren en deze personen een briefje bij zich hadden met het adres van de opgelichte persoon erop, en/of
- aan te geven dat de bankpas(sen) en/of hoeveelheden geld en/of sieraden in een envelop gestopt moesten worden, en/of
- de pincodes op de envelop te schrijven en/of mondeling door te geven, en/of
- deze envelop door een medewerker opgehaald zou worden, en/of
- aan te geven dat er op een later moment nieuwe bankpas(sen) en pincodes gebracht/verstrekt zouden worden en/of de sieraden in een kluis gelegd zouden worden, en/of
- bij voornoemde personen naar de woning te komen en/of voornoemde goederen mee te nemen/op te halen.
3.
hij meermalen, in de periode van 20 juni 2023 tot en met 25 juli 2023 te Roosendaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, hoeveelheden geld, die aan [benadeelde 1] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders die weg te nemen hoeveelheden geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door gebruikmaking van een bankpas die middels oplichting is verkregen en zonder toestemming van de eigenaar van de gebruikte bankpas.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het proces-verbaal van de politie-eenheid Zeeland-West-Brabant, opgesteld door verbalisant [verbalisant 1] , brigadier bij de politie, registratienummer PL2000-2023190716, gesloten d.d. 5 januari 2024, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen, met doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 1102. Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn, voor zover niet anders vermeld, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
1.
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 26 juli 2023 (dossierpagina’s 183-185), voor zover, inhoudende als verklaring van [benadeelde 3] :
Plaats delict: [adres 2] 3, Roosendaal .
Ik doe aangifte van bankpas fraude.
Op woensdag 26 juli 2023, omstreeks 16.10 uur werd ik op mijn vast telefoon gebeld
door een persoon. De persoon deed zich voor als medewerker van de ING bank. De persoon vertelde mijn laatste 4 cijfers van mijn IBAN nummer. Hij vertelde dat ik geskimd was en dat er 2100,- euro naar een rekeningnummer, in England was overgemaakt. Ik gaf aan dat hij toch wel kon zorgen dat ik die 2100,- euro terug kreeg. Hij vertelde dat hij het inderdaad raar vond dat ik 2100,- euro had overgemaakt naar een rekeningnummer in England. De man vertelde dat hij dit op kon lossen, hiervoor moest ik een beveilig code op een envelop
schrijven en hier moest ik mijn pinpassen in doen met mijn pincode. Dit was een soort
verzekering, de politie en banken zouden afweten van de beveilig code. De beveilig
code was [nummer 1] . De persoon vertelde dat ze tussen 13.00 uur en 15.00 uur langs zouden komen om nieuwe passen met pincode te brengen. De persoon vertelde dat hij dan binnen een kwartier de envelop met beveilig code, pinpassen en pincode op zou halen.
Omdat de persoon aangaf dat hij binnen een kwartier de passen zou ophalen, heb ik met
mijn mobiel de politie gebeld en de persoon aan de lijn gehouden. Ik heb de hele tijd
politie aan de lijn gehouden. Ik heb al mijn deuren en ramen op slot gedaan. Ik keek
door een raam en zag een jongen met een zwart jack aan. Ik zag dat hij kort, blond
haar had. Ik schat dat de jongen tussen de 20 en 25 jaar oud is. Ik heb dit meteen
doorgegeven aan de politie. Ik zag dat de politie aankwam en ik zag dat de jongen ging rennen. Ik zag even later dat de politie de jongen aan de rechterkant van mijn woning had aangehouden.
2.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juli 2023 (dossierpagina’s 427-430 en genummerd 2023190596-3), voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] :
Op 26 juli 2023 hoorde ik dat er een persoon aan de deur kwam, binnen 15 minuten, om een bankpas met pincode op te halen. Ik hoorde de locatie van melder, betreffende [adres 2] . Ik zag dat er een jongen op een scooter stond, ter hoogte van de kruising Bulkenaarsestraat met het Hollewegje. Ik zag dat de persoon op een ongebruikelijke locatie stil stond. Ik hoorde dat op het moment dat we ter hoogte van bovengenoemde scooter stapvoets reden, dat de verdachte bij melder aan de deur klopte. Ik ben hierop direct doorgereden richting [adres 2] . Dit was ongeveer 100 meter van de kruising Bulkenaarsestraat en het Hollewegje, alwaar de scooter stond te wachten.
Ik, verbalisant, kan de bestuurder als volgt omschrijven:
- Man
- Ongeveer 25 jaar oud
- Licht gezet postuur
- Licht getint
- Vol gezicht
- Donker baardje (kort)
- Donker gekleed
- Zwarte helm zonder vizier
Ik, verbalisant, hoorde op 26 juli 2023 om 16.30 uur, van het Operationeel Centrum te Bergen op Zoom, dat op het moment dat we ter hoogte van bovengenoemde scooter stapvoets reden, dat de verdachte bij melder aan de deur klopte. Ik, verbalisant, ben hierop direct doorgereden richting [adres 2] , dit was ongeveer 100 meter van de kruising Bulkenaarsestraat en het Hollewegje, alwaar de scooter stond te wachten.
Ik, verbalisant, zag toen ik ter hoogte van de linkerzijde van het perceel reed dat er een persoon voor een houten deur van de woning stond.
Ik, verbalisant, zag dat de persoon om keek en ons zag aan komen. Ik, verbalisant, zag dat de persoon hierop direct wegrenden van de houten deur in de richting van de oprit van de woning. Ik, verbalisant, ben doorgereden naar de oprit van de woning, waarop mijn collega [verbalisant 4] uit het dienstvoertuig sprong en achter de verdachte aan reden welke in de richting van de achterzijde van de woning renden.
Ik, verbalisant, zag hierop dat mijn collega [verbalisant 4] de verdachte ter hoogte van een hekwerk rechts naast de woning, aan het einde van de oprit stond. Ik, verbalisant, zag dat mijn collega [verbalisant 4] de verdachte geboeid had en onder controle had.
Aanhouding
Ik, verbalisant, constateerde hierop dat de verdachte op 26 juli 2023 om 16.31 uur was aangehouden door mijn collega [verbalisant 4] .
Ik, verbalisant, trof onder de verdachte de navolgende (relevante) goederen aan:
- Rechter jas/vest zak: Witte enveloppe met daarop geschreven [locatie] , met daarin
bankpas Rabobank [rekeningnummer 1] , pasnummer [documentnummer 1] , op naam [benadeelde 2]
- Rechter broekzak: Zwarte telefoon, waarvan de batterij leeg was
- Linker jas/vest zak: 2 bankpassen, ING [rekeningnummer 2] , pasnummer [documentnummer 2] ,
Op naam Hr [benadeelde 1] en ING Credit pas [documentnummer 3] , pasnummer [documentnummer 4] , op naam [benadeelde 1] .
Verdachte
Achternaam: [medeverdachte]
Voornamen: [medeverdachte]
Geboren: [geboortedag 2] 2003
Geboorteplaats: [geboorteplaats 2] in Nederland
3.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juli 2023 (dossierpagina’s 431-433), voor zover, inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
Aanleiding
Ik, verbalisant, hoorde op 26 juli 2023 om 17.50 uur, van collega [verbalisant 4] , dat er een persoon zich gemeld had aan de balie van het Politiebureau aan [adres 3] . Ik, verbalisant, hoorde dat hij een telefoon op kwam halen welke hij kwijt was c.q. welke gestolen was door [medeverdachte] . [medeverdachte] , betrof te zijn [medeverdachte] , geboren [geboortedag 2] 2003, welke op 26 juli 2023 om 16.31 uur was aangehouden ter zaken oplichting (Bankpasfraude).
Herkenning verdachte
Ik, verbalisant, heb via de camera’s in het politiebureau gekeken naar de camera welke zicht heeft op de ontvangst ruimte. Ik, verbalisant, zag dat een (1) persoon zitten. Ik, verbalisant, herkende deze persoon direct als de bestuurder van de scooter welke ik vernoemd heb in mijn proces-verbaal van bevindingen 2023190596-3:
Gegevens verdachte 2
Ik, verbalisant, ben naar de balie gelopen en vroeg naar het legitimatiebewijs van de man.
Ik, verbalisant, kreeg een rijbewijs overhandigd en zag dat de persoon betrof te zijn:
- [verdachte] ( [verdachte] ), geboren [geboortedag 1] 2002 (21) te [geboorteplaats 1] (Nederland)
Ik, verbalisant, heb via het politiesysteem BVI-IB gekeken of [verdachte] in het bezit is van een scooter zoals hierboven omschreven. Ik, verbalisant, zag dat [verdachte] een scooter op naam had, voorzien van het kenteken [kenteken] . Ik, verbalisant, zag dat het een merk Turbho type RL-50 betrof te zijn. Ik, verbalisant, heb via google een foto bekeken van dit merk en type scooter. Ik, verbalisant, zag dat dit model overeenkwam met de scooter welke stilstaand aangetroffen hadden op de kruising Bulkenaarsestraat met het Hollewegje.
4.
Het proces-verbaal van verhoor getuige bij de rechter-commissaris, d.d. 24 juli 2024, voor zover, inhoudende als verklaring van [medeverdachte] :
U vraagt mij wat [verdachte] deed.
Hij deed er ook aan mee. Hij was degene die mij overal naartoe bracht.
U vraagt mij wat ik [verdachte] precies heb verteld.
Ik ben gewoon eerlijk geweest. Je hebt zeg maar de grotere jongens, die hebben van die
omkooppraatjes. Ik gaf elke keer aan dat ik niet wil, maar ze dreigen er dan mee dat ze weten waar je woont enzo. [verdachte] was er op een gegeven moment en die jongens zeiden als je niet gaat, dan komen we naar jou toe. Deze keer krijg je wel je geld. Zo is dat begonnen en toen is [verdachte] met mij mee gegaan. [verdachte] wist er vanaf.
De rechter-commissaris vraagt mij of [verdachte] erbij was toen ze dat aan mij vroegen.
Dat was via Snapchat. [verdachte] wist ervan af, omdat hij dat van mij te horen heeft gekregen. Ik
vroeg aan hem of hij alsjeblieft wilde rijden.
U vraagt mij uit te leggen hoe dat dan stap voor stap gaat.
Ik krijg een bericht, maar mijn telefoon was leeg. [verdachte] wist waar hij mee bezig was.
U vraagt mij of ik toen al wist dat ik naar [adres 2] moest toen mijn telefoon leeg was.
Dat ik naar de [adres 2] moest dat is via [verdachte] ’s telefoon gegaan. Mijn telefoon was
toen leeg. Hij had zijn telefoon in eerste instantie zelf. Maar hij gaf vervolgens zijn telefoon
aan mij, omdat mijn telefoon leeg was.
U vraagt mij of [verdachte] de berichten ook kon lezen.
Voor zover ik mij kan herinneren wel ja, [verdachte] zat ook in de groep.
U vraagt mij of Tygo [accountnaam 1] of [accountnaam 2] heet.
Dat kan ja, zo heette hij ook via zijn spellen. Je hebt op Snapchat een vaste naam en een bijnaam. [accountnaam 2] is zijn vaste naam en [accountnaam 1] of [verdachte] zijn bijnaam of net andersom, dat weet ik niet meer.
[verdachte] en ik reden er heen. Toen werd ik aangehouden. [verdachte] ging naar het bureau. Hij vertelde dat ik zijn telefoon had gestolen, maar dat was helemaal niet waar. Hij wist ook zelf waar hij mee bezig was.
U vraagt mij wat hij precies wist waar hij mee bezig was.
Hij wist dat het strafbaar was. hij wist dat er geld afgenomen werd van mensen. Dat had ik
hem verteld. Dat was in het geval van de [adres 2] . Daarvoor wist hij ook dat het
strafbaar was. Hij wist dat het strafbaar was, omdat we met fraude bezig waren.
U vraagt mij wat ik aan hem vertelde dat hij wist dat het strafbaar was.
Ik was best vaak met hem. Ik had geen
vervoer. Ik had [verdachte] gevraagd om te rijden naar een bepaald adres. Ik heb hem uitgelegd en
toen wist hij waar het over ging.
U vraagt mij wat ik hem heb uitgelegd.
Dat we met fraude bezig waren.
U vraagt mij om “fraude” uit te leggen.
Hij heeft wel gevraagd wat het precies was, toen heb ik uitgelegd dat ik passen wegneem en
dat ik geld pin met die passen. Ik weet niet hoe precies ik het heb uitgelegd.
U vraagt mij hoe hij wist dat het strafbaar was.
Ik heb het hem eerst uitgelegd. Ik weet niet precies wat ik hem gezegd. Ik heb gezegd dat het fraude was, dat het met passen afnemen was en pinnen. Ik heb hem verteld wat ik dan precies deed. Dat ik passen afnam en dat ik ging pinnen. Hij was er ook een keer bij dat ik pinde. Hij wist dat ik de passen niet eerlijk had verkregen.
U vraagt mij wat hij daarop zei.
Dat maakte hem niet uit. Hij zei: ik wil ook mijn geld, dit dat.
U vraagt mij of hij alleen naar de [adres 2] mee is geweest of dat hij vaker mee is
geweest.
Vaker.
U vraagt mij nogmaals hoe ik hem heb uitgelegd wat ik ging doen.
Ik heb hem uitgelegd dat waar ik mee bezig was strafbaar was, hij was er ook bij de pinautomaten. Hij wist dat ik passen afnam en er geld mee pinde.
U vraagt mij of ik het geld meteen aan de grote jongens moest afstaan.
In de avond ja en er mocht geen cent missen. Dat was bij het station in Roosendaal. Vlakbij
het station.
U vraagt mij of dat op dezelfde manier ging, dat [verdachte] zijn scooter beschikbaar stelde en ik
achterop zat.
Ja.
U vraagt mij hoe vaak dat is gebeurd.
Twee dagen volgens mij.
U vraagt mij niet naar het aantal dagen, hoe vaak het is gebeurd het geld geven aan de
jongens.
Twee of drie keer.
U vraagt mij of [verdachte] daar iedere keer bij was.
Ja.
De rechter-commissaris vraagt mij of ik altijd via de dezelfde Snapchat-groep werd benaderd of dat ik op mijn persoonlijk Snapchat-account werd benaderd om op pad te gaan.
Op alle twee de manieren. [verdachte] zat ook in de Snapchatgroep. Ik weet niet zeker of hij daar
de naam gebruikte die ik net noemde van [accountnaam 2] of [accountnaam 1] . Wel zat er iets van [verdachte] in zijn naam. In die groep zaten ook de grote jongens. Ik weet niet of de gesprekken werden opgenomen, maar ze belden eerst. Dan kreeg ik het adres door via Snapchat. Als je niet ging, dan had je een probleem.
5.
Het proces-verbaal van verhoor getuige bij de rechter-commissaris, d.d. 17 september 2025, voor zover, inhoudende als verklaring van [medeverdachte] :
Raadsheer-commissaris: Als ik jou goed begrijp is door deze rechtszaak de vriendschap
[het hof begrijpt: met de verdachte]verbroken.
Getuige: Ja, hij heeft over bepaalde dingen gelogen waardoor ik meer in de problemen zou kunnen komen. Bijvoorbeeld dat ik zijn telefoon had gepakt. Het is een lang verhaal, toen ik werd opgepakt had ik zijn telefoon bij mij. Hij deed alsof ik zijn telefoon had gestolen, maar hij had die gegeven omdat wij dat allemaal gezamenlijk deden. Als mijn telefoon leeg was, gaf hij van hem.
Raadsheer-commissaris: Toen hij zijn telefoon gaf, was dat om een bepaalde reden?
Getuige: Ja, om met die groep contact te zoeken. Waarmee we de strafbare feiten pleegden.
Raadsheer-commissaris: Was dat omdat jouw telefoon leeg was?
Getuige: Ja.,
Raadsheer-commissaris: Hoe lang had jij die telefoon?
Getuige: Dat weet ik niet. Het was zomaar een uurtje ofzo.
Raadsheer-commissaris: Dus je had hem niet met een overnachting erbij?
Getuige: Nee, nee, nee.
Raadsheer-commissaris: De fraude die is gepleegd. Kreeg [verdachte] daar geld voor?
Getuige: Daar zou hij geld voor krijgen, net als de rest.
Raadsman: Gold dat dan voor [verdachte] ook? Hij wordt op een gegeven moment ook aan de groep toegevoegd, worden er dan ook afspraken met hem gemaakt over de verdeling van de buit?
Getuige: Als ik geld zou krijgen had ik zelf met [verdachte] afgesproken om helft/helft te doen.
6 .
Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 7 november 2023 (dossierpagina’s 72-98), voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte] :
Zaken Roosendaal
Registratie 2023190596 ( [adres 3] )
V: Op 26 juli 2023 ben je aangehouden in de [adres 3] in Roosendaal. Wat kun jij daar zelf over verklaren?
A: Ik deed gewoon wat ik bij alle andere ook was. Ik was daar. Ik zei tegen personen dat er geen voordeur was. Een maat van mij stond verder met de scooter. Op enig moment zag ik een aantal agenten rijden en uit paniek ben ik gaan rennen.
V: Wat was jouw rol in dit geheel?
A: Loopjongen. Iemand die het geld fixt.
O: Het lijkt er wel op dat je veel weet over hoe het in elkaar zit. Je noemt loopjongens, bellers.
V: Hoe komt het dat je er zoveel vanaf weet?
A: Iedereen weet dat. Tegelijk als iemand aan de telefoon zit ontvang je een appje dat je naar binnen moet en dat je alles moet meenemen
V: Met wie was je naar het slachtoffer toe gereden?
A: Met een goede vriend van mij. Dat is [verdachte] .
V: Wat was de rol van [verdachte] ?
A: Rijden en appen.
V: De politie heeft jouw telefoon onderzocht. Als we hierin kijken dan zit jij in een snapchat groep met een aantal andere personen. Een van deze personen geeft jou de opdracht om te gaan naar de [adres 3] .
V: Hoe ben je in deze groep terecht gekomen?
A: Ik heb toegevoegd door iemand.
O: Zoals ik al zei heeft de politie onderzoek gedaan naar je telefoon. In de groepsapp waar ik het net had zaten meerdere mensen. Ik ga ze hierna een voor een opnoemen en wil van jou weten wie dit zijn. Hier wil ik je het chatverkeer laten zien omtrent het feit rondom de [adres 3] .
V: Wie is [accountnaam 2] ofwel [accountnaam 1] ?
A: [verdachte] .
V : Uit de telefoon is gebleken dat jij een aandeel hebt in de bankpasfraude aan de [adres 3] . Beken je hierbij betrokken te zijn geweest?
A: Ja.
V: Welke telefoons had jij bij je tijdens je aanhouding?
A: De telefoon van [verdachte] en mijn eigen telefoon. Mijn telefoon was leeg. Vandaar dat ik die van [verdachte] had.
V: [verdachte] verklaarde dat hij jou die dinsdag heeft opgehaald bij het station in Roosendaal. Hadden jullie dat afgesproken?
A: Ja.
V: Waarom hadden jullie daar afgesproken?
A: Om hetgeen te doen waarvoor ik hier zit.
V: Wij laten jou nu een foto zien. Wie zijn dat?
A: Dat zijn ik en [verdachte] .
Registratie 2023189800 ( [adres 5] )
V: Een dag eerder werd een aangever wonende aan de [adres 5] in Roosendaal gebeld door een medewerker van de ING bank. Er zou geprobeerd worden om EUR 2100 over te maken naar Engeland vanaf zijn bankrekening. Dit kon worden voorkomen door de bank. Er zou een medewerker naar de woning van aangever komen om de bankpas en creditcard van aangever op te halen. Binnen 10 minuten stond er een jongeman aan de deur. Wat kun jij hierover verklaren?
A: Het enige wat ik hier over kan verklaren is dat ik dat ben.
V: Een dag later treffen wij de pinpas en creditcard van deze aangever in jouw kleding aan. Wat kun jij hierover verklaren?
A: Dat zijn de passen van Roosendaal. Van de mensen uit Roosendaal.
V: Hoe ben jij op die locatie gekomen?
A: Scooter van [verdachte] . Samen met [verdachte] .
V: In dit gesprek komt ook de [adres 5] naar voren. Hoeveel heb je hier weg genomen?
A: Ik denk ongeveer 2000 euro.
V: In het gesprek wordt je als je bij de muur staat door iemand gebeld. Door wie wordt je op dat moment gebeld?
A: Ik weet niet meer precies wie, maar dat is het bewijs om te laten zien dat ik dat echt heb gepind. Dat is om te zorgen dat ik het juiste bedrag aanlever. Het moet dus met videocamera gezien laten worden, zodat de grotere het exacte bedrag krijgen.
V: Hoe belde je dan? Met camera?
A: Ja. Mijn camera stond aan.
V: Waar heb je dit geld over gegeven?
A: Ergens in een park in Roosendaal.
V: Was je toen alleen of was je met iemand samen?
A: Met [verdachte] .
Registratie 2023190329 ( [adres 4] ) 25/07
V: Diezelfde dag (25 juli) is er een soortgelijk strafbaar feit gepleegd op de [adres 4] in Roosendaal. Wat kun jij daarover verklaren?
A: Ik weet dat ik daar met [verdachte] heen ging. [verdachte] ging wachten en ik ging bij één huis naar binnen om geld en passen over te nemen.
V: Ook van dat slachtoffer had jij de pinpas in je kleding toen je werd aangehouden. Deze aangeefster werd gebeld door een zogenaamde medewerker van de Rabobank. Er zou geprobeerd worden om EUR 900,- over te schrijven vanaf haar rekening naar
Algerije. De bank zou al contact hebben met de politie. De verbinding werd verbroken en aangeefster werd teruggebeld door een man die zich heeft voorgedaan als politieagent. Er zou een medewerker van de Rabobank aan de deur gaan komen. Deze persoon zou [betrokkene 1] heten. Binnen een kwartier stond er een jongeman aan de deur met het volgende signalement: ongeveer 1.85m, slank postuur, blond kort krullend haar, grijze joggingbroek en een blauwe jas. Wat kun jij daar over verklaren?
A: Dat ben ik.
V: Van deze jongeman moest de aangever via de Rabo app een bedrag van EUR 4.600 overmaken naar [betrokkene 2] . Waarom vraag je dan om dat bedrag over te maken?
A: Dat was ik niet. Dat deed degene aan de telefoon. Ik moest de telefoon overnemen en het samen met die mevrouw gaan doen.
V: Vervolgens heeft het slachtoffer de volgende zaken meegegeven:
- 2 x MacBook Pro
- 2 x iPhone
- 2 x iPad Air
- Bankpas en diverse sieraden
Wat kun jij hier over verklaren?
A: Het was volgens mij maar één Macbook en één iPhone. Daarnaast nog een aantal passen.
V: Heb jij gepind met de bankpas van het slachtoffer?
A: Volgens mij wel.
7.
Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 28 juli 2023 (dossierpagina’s 127-142), voor zover, inhoudende als verklaring van [verdachte] :
V = Vraag verbalisant
A = Antwoord verdachte
V: Wat zegt de naam: [accountnaam 1] jou?
A: Dat is mijn gamenaam altijd geweest.
8.
Proces-verbaal van terechtzitting in eerste aanleg d.d. 5 december 2024, voor zover, inhoudende als verklaring van [verdachte] :
U vraagt mij wat ik bij de woning van de heer [benadeelde 3] aan de [adres 3] deed. Ik stond daar op de hoek met mijn scooter.
[accountnaam 2] en [accountnaam 3] zijn mijn Snapchataccounts.
9.
De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 23 januari 2026, voor zover inhoudende:
U houdt mij voor dat het dossier een verklaring van [medeverdachte] bevat waarin hij verklaart dat ik hem naar de pinautomaat heb gebracht, alsmede een foto van [medeverdachte] en mij op de scooter. Ik heb die foto ook gezien. ijHij
[het hof begrijpt: [medeverdachte] ]vroeg mij of we konden gaan pinnen. Ik was de enige met vervoer, hij was altijd te voet.
10.
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 26 juli 2023 (dossierpagina’s 186-190), voor zover, inhoudende als verklaring van [benadeelde 2] :
Plaats delict: [adres 4] , Roosendaal
Ik doe aangifte van oplichting, mijn persoonlijke spullen en rekeningnummer zijn mij ontnomen met listige trucen.
Op dinsdag 25 juli 2023 werd ik omstreeks kwart over 6 gebeld door een onbekend nummer. De mevrouw aan de lijn gaf aan te zijn van de Rabobank, de naam weet ik niet van de mevrouw. De mevrouw gaf aan mij aan dat er een bedrag van ongeveer 900 euro overgeschreven zal worden naar Algerije. Ze gaf mij aan dat deze overschrijving niet gelukt zou zijn omdat deze overschrijving nog nooit gedaan zou zijn. De vrouw gaf mij aan dat ik opgelicht of gehackt zou zijn. De vrouw gaf mij aan dat zij de politie al had ingelicht van een mogelijke oplichting en ik werd toen daarna gelijk gebeld door de politie. De man gaf mij aan te zijn van de landelijke eenheid. Toen gaf hij mij aan dat er iemand van de Rabobank onderweg was van team ondersteuning. Hij zou alle telefoons, laptops en tablets meenemen om te onderzoeken of ze gehackt waren. De man van de politie gaf mij ook een code door die ik moest vragen aan de medewerker van de Rabobank. Toen niet veel later omstreeks 18:30 uur stond een bankmedewerker bij mij aan de deur. En heb ik hem binnengelaten nadat hij de code zei. De man zag er als volgt uit: ongeveer 1.85m, slank postuur, blond kort krullend haar, grijze joggingbroek en een blauwe jas.
De medewerker van de Rabobank vroeg binnen aan mij of ik opnieuw kon inloggen op mijn
Rabo-app. Dat heb ik vervolgens gedaan toen moest ik van hem kijken of er geld overgemaakt was. Hij vroeg mij daarna of er 4460 euro overgemaakt kon worden naar [betrokkene 2] met omschrijving auto Citroen C4, dat rekeningnummer weet ik niet meer. Dat lukte niet. De man van de politie die ik aan de lijn had werd op een gegeven moment boos omdat het niet snel genoeg ging. Hij vertelde dat het voor 9 uur gebeurt moest zijn omdat anders het niet meer te verifiëren was bij de bank. De politieagent vroeg aan mij of ik waardevolle spullen had omdat hij dat gehoord zou hebben van de medewerkster van de Rabobank. De politieagent vroeg aan mij of het dan niet veiliger was of ik dat bij de Rabobank zou laten leggen in een kluis. Ik had aangegeven dat ik ze al in een kluis had liggen dus dat veilig waren. Hij gaf daarop aan dat als ze mij toch zouden overvallen dat ze die sleutel ook wel zouden vinden van de kluis. Zodoende heb ik mijn waardevolle spullen uit de kluis gehaald en deze in de originele doosjes meegegeven aan de bankmedewerker. De medewerker gaf aan mij aan dat de doosjes te groot waren en dat ze in een grote envelop moesten. Die heb ik toen goed moeten dichtplakken. Hij gaf aan mij aan dat de waardevolle spullen in een kluis konden bij de Rabobank in Roosendaal in [locatie] . Hierna is hij omstreeks 9 uur weggegaan.
Op woensdag 26 juli 2023 werd ik omstreeks half 9 gebeld door mijn zus.
Hierna werd ik gebeld door de politie. Ik herkende de stem als dezelfde man als gister. Hij gaf mij aan dat ik naar buiten moest kijken. Dit omdat de 3e man was aangehouden bij mij in de straat. Hij gaf mij ook aan dat er een medewerker van de bank opnieuw zou langskomen om mij te ondersteunen.
Omstreeks 09:00 uur kwam de bankmedewerker aan de deur. Het betrof dezelfde bankmedewerker als gister. Hij kwam binnen met de ook dezelfde code die ik gister moest vragen. Hij heeft toen een foto gemaakt van
[het hof begrijpt: mijn]ID kaart. En toen heb ik samen met hem de Rabobank gebeld. Ik belde met het nummer [telefoonnummer 1] . Ik kreeg toen bleek later de echte medewerkster van de Rabobank aan de lijn. De bankmedewerker die bij mij zat fluisterde naar mij dat ik niks zeggen dat hij er was en om te vragen of er geld over gemaakt was naar [betrokkene 2] . De medewerkster die ik aan lijn had vroeg aan mij of er iemand bij mij zat. Ik gaf aan dat dat niet zo was. En begon de mevrouw te twijfelen aan mij. Ik merkte aan de medewerkster aan de lijn dat ze het niet vertrouwde en dat ze de politie ging bellen. Toen hierna pakte de bankmedewerker de telefoon uit mijn hand en hing hij op. Hierna omstreeks 10.00 uur ging de bankmedewerker weg want binnen een halfuur zou de politie er zijn. Kort hierna kwamen jullie en ben ik erachter gekomen dat ik ben opgelicht.
De spullen die zijn meegenomen zijn diverse sieraden en elektronica van Apple zijnde
een iPhone, Macbook en iPad.
11.
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 26 juli 2023 (dossierpagina’s 191-194), voor zover, inhoudende als verklaring van [benadeelde 1] :
Plaats delict: [adres 5] , Roosendaal
Ik doe aangifte van fraude, ik heb hier niemand toestemming voor gegeven.
Vandaag, dinsdag 25 juli 2023, omstreeks 19:00 uur werd ik op de vaste lijn van mijn woning gebeld door een anoniem nummer.
Ik werd gebeld door dhr. [betrokkene 3] (fonetisch) van de ING bank vanuit het kantoor in Amsterdam. Die vroeg aan mij of ik 2100 euro had overgemaakt naar Engeland. Ik vertelde tegen deze man dat ik dit niet had gedaan. Deze man gaf aan dat ze het een vreemde transactie vonden en deze hadden tegengehouden.
Deze man vroeg of ik dhr. [benadeelde 1] was, de man noemde de laatste 4 cijfers op van mijn
bankpas(card) en vroeg aan mij of dat dit klopte. Dat was het geval dit kwam overeen met mijn bankpas van de ING. Deze man dacht dus dat mijn kaart was geskimd. De man gaf mij een 6-cijferig getal dat ik op een envelop moest schrijven. In deze envelop moest ik dan mijn bankkaart doen en mijn credit kaart. Het 6-cijferig nummer is [nummer 2] .
U, vraagt aan mij hoe de man wist van mijn credit kaart?
De man vertelde aan mij dat ik 2 bankpassen had. Ik heb aangegeven dat dit niet klopte, dat ik een bankpas en een credit kaart had. De man vertelde tegen mij dat ik morgen nieuwe bankpassen zou krijgen met iets erop zodat het niet meer geskimd kon worden. De man vertelde dat hij zijn adviseur zou langs sturen, daar moest ik dan de envelop aan meegeven. De adviseur zou bij mij aanbellen en zou de code doorgeven die op de envelop stond. Ongeveer 10 minuten later stond een jongeman aan de deur.
Signalement:
- Ik schat de man voor in de 20
- slank postuur
- geen bril
- blond haar niet lang of kort daar tussen in
- verder geen bijzonderheden
- Nederlandse man
- grijs jack
- grijze broek
- Rugtas zwart
- sportschoenen kleur onbekend
Vervoermiddel onbekend niet gezien.
De adviseur belt aan en ik doe de deur open. De man stelt zich niet voor, noemde alleen de code op. [betrokkene 3] vroeg of hij de adviseur even mocht spreken. Ik heb de telefoon aan de
adviseur gegeven. Ik kon niet opvangen waar het gesprek over ging. De adviseur nam de envelop met daarin mijn bankpas / credit card.
Ik zag dat de adviseur de envelop dubbel vouwde en in zijn jas stak.
De adviseur is toen weggegaan. Dhr. [betrokkene 3] die ik nog aan de lijn had vroeg aan mij of ik ook nog contant geld in huis had. Ik heb gezegd ja. Ik had een grote envelop nog met 1100 euro in briefjes van 50 euro. Ik heb dit geld dus ook in een envelop gedaan. Deze zou ook worden opgehaald door de adviseur. Deze is nogmaals aan de deur geweest om ook deze envelop op te halen.
U, vraagt aan mij welke tijdstippen de adviseur aan de deur is geweest?
- 19:15 uur ongeveer
- 19:30 uur
Ik had nog steeds dhr. [betrokkene 3] aan de lijn, ook toen de adviseur voor 2de keer aan de deur stond. [betrokkene 3] vroeg aan mij of ik nog kostbaarheden in huis had. Ik had het idee dat ik aan het lijntje werd gehouden en heb opgehangen. Later blijkt dat men 2 x 500 euro heeft gepind op de markt in Roosendaal.
Via de creditcard werd 400 euro gereserveerd. Dit geld was ook weg.
U, vraagt aan mij wanneer ik vertrouwde u het niet?
Gaande het gesprek, ik moest ook aan de lijn blijven.
U, vraagt aan mij hoe lang ik de man aan de lijn had?
Van 19:00 uur ongeveer tot 20:30 uur. Ik ben daarna via internet naar mijn bankrekening gaan kijken en zag ik dus dat er 2 x geld gepind was van 500 euro. Ik heb toen een alarm nummer gebeld daar werd ik doorverbonden met de fraude afdeling. Die hadden meteen door dat dit niet klopte en blokkeerden de bankpas en creditcard.
12.
Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten Snapchatgesprekken van groep ‘ [groepschat 1] ’ (dossierpagina’s 639-726), d.d. 26 juli 2023:
Name: [groepschat 1]
Start time: 26-07-2023
Participants:
  • [accountnaam 2] [accountnaam 1]
  • [accountnaam 5]
  • [accountnaam 6]
  • [accountnaam 4] (owner)
  • [accountnaam 7]
  • [accountnaam 8]
  • [accountnaam 9]
From [accountnaam 10] : straatnaam: “ [adres 3] "
From [accountnaam 7] : Yoellang @ [accountnaam 11]
From [accountnaam 2] [accountnaam 1] : Laat me checke
From [accountnaam 2] [accountnaam 1] : 15 min
From [accountnaam 12] : Haal [medeverdachte] op
From [accountnaam 2] [accountnaam 1] : ja aii
From [accountnaam 2] [accountnaam 1] : Ik doe wel
From [accountnaam 6] : [verdachte] haalt
From [accountnaam 6] : Hem op
From [accountnaam 10] : code: [nummer 1]
From [accountnaam 10] : wie gaat naar binnen
From [accountnaam 4] : Ik wat is het nummer
From [accountnaam 10] : 3
From [accountnaam 10] : Je bent van ING bank
From [accountnaam 10] : haarnaam is
From [accountnaam 10] : [benadeelde 3]
From [accountnaam 2] [accountnaam 1] : Kan ik gaan
From [accountnaam 10] : ja
From [accountnaam 2] [accountnaam 1] : Zeg dat ik voor sta
From [accountnaam 2] [accountnaam 1] : Nergens hier is deur
From [accountnaam 2] [accountnaam 1] : Er is hier nergens bel
13.
Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten Snapchatgesprekken van groep ‘ [groepschat 2] ’ (dossierpagina’s 525-638), d.d. 26 juli 2023:
Name: [groepschat 2]
Start time: 25-07-2023
Participants:
  • [accountnaam 4] (owner)
  • [accountnaam 2] [accountnaam 1]
From [accountnaam 10] : straatnaam: “ [adres 5] ”
From [accountnaam 4] : 15 min
From [accountnaam 10] : code [nummer 2]
From [accountnaam 10] : 1 cc en een normale kaart
From [accountnaam 10] : meneer [benadeelde 1]
From [accountnaam 4] : Ben er
From [accountnaam 4] : Ben ik meneer [benadeelde 1]
From [accountnaam 4] : Wie bwn ik
From [accountnaam 10] : adviseur van de ING bank
From [accountnaam 4] : Welk nummer
From [accountnaam 10] : [adres 5]
From [accountnaam 4] : Omw muur
From [accountnaam 7] : [adres 6]
From [accountnaam 10] : pak bij media zo met cc
From [accountnaam 4] : Ben nu bij een muur
From [medeverdachte] Wat mowt ik doen bij appie
From [accountnaam 10] : € 1100 pakken
From [accountnaam 2] [accountnaam 1] , To [accountnaam 4] : Wat de code en huisnummer en naam
From [accountnaam 2] [accountnaam 1] , To [accountnaam 4] : Ik wacht op code
From [accountnaam 2] [accountnaam 1] . To [accountnaam 4] : Jb heb vertrouwingscode nodig
From [accountnaam 2] [accountnaam 1] . To [accountnaam 4] : Aii wanneer moet ik naar binnen
From [accountnaam 2] [accountnaam 1] , To [accountnaam 4] : Ben nu buurt van die vis nog
From [accountnaam 2] [accountnaam 1] , To [accountnaam 4] : [adres 4]
From [accountnaam 2] [accountnaam 1] , To [accountnaam 4] : Geld is correct
From ty go.lo [accountnaam 1] , To [accountnaam 4] : Heb nageteld
From [accountnaam 2] [accountnaam 1] , To [accountnaam 4] : Hoeveel mogen we zelf houden
From [accountnaam 4] , To [accountnaam 2] [accountnaam 1] : Heb alles gegeven
From [accountnaam 4] , To [accountnaam 2] [accountnaam 1] : Zaten ook 2 gouden ringen bij
From [accountnaam 12] , To [accountnaam 4] en [accountnaam 2] [accountnaam 1] : Stuur
From [accountnaam 12] , To [accountnaam 4] en [accountnaam 2] [accountnaam 1] : Foto van id
From [accountnaam 2] [accountnaam 1] , To [accountnaam 4] : Sorry ik snapte niet watje bedoelt, ik wist
niet dat die foto’s had gemaakt.
From [accountnaam 2] [accountnaam 1] , To [accountnaam 4] : (bericht met 2 attachments, zijnde foto ’s van
de voor- en achterkant van een lD-bewijs).
14.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 juli 2023 (dossierpagina’s 442-445), voor zover , inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 5] :
Op zaterdag bekeek ik de telefoon van verdachte [verdachte] . De volgende informatie is uit de telefoon gekomen:
Kalender:
Starttijd: 25-7-2023 23.00 uur
Eindtijd: 26-7-2023 00.00 uur
Onderwerp: [medeverdachte] geld krijgen
Categorie: [e-mailadres]
Bron: Kalender.
Belgegevens:
Op de telefoon zijn ook de belgegevens van verdachte [verdachte] teruggevonden. [verdachte] had contact met verschillende mensen. Verdachte [verdachte] werd vaak door medeverdachte gebeld. Hieronder beschrijf ik de belgegevens:
26-07-2023:
Op 26 juli heeft verdachte 8 telefoontjes gepleegd die voor het onderzoek van belang zijn. 3 van deze telefoontjes zijn niet opgenomen. 1 is gemist en een van de andere 4 telefoontjes zijn wel opgenomen. Om
11.06.19 belt [verdachte] naar de het volgende nummer: [telefoonnummer 2] . Dit nummer staat in zijn telefoon als
[medeverdachte] Bel Nummer. Dit gesprek heeft maar 2 seconden geduurd. De vier telefoontjes die na de eerste gedaan worden zijn ook naar dit nummer. 3 worden opgenomen en de duur hiervan is opnieuw tussen de 2 en de 8 seconden. De andere werd gemist. Dit is in een tijdsbestek van 1 uur. Hierin verschilt het tussen inkomend en uitgaand. In de middag wordt de verdachte nog 3 maal gebeld. Deze werden niet opgenomen. 1 van de gesprekken die niet is opgenomen is een groepsgesprek. In deze groep zitten de volgende namen: [accountnaam 12] / [accountnaam 2] / [accountnaam 5] / [accountnaam 6] / [accountnaam 4] / [accountnaam 7] / [accountnaam 8] / [accountnaam 9] . Deze gemiste oproep heeft plaatsgevonden op 14.32.34 uur en is vermoedelijk via SnapChat verlopen. Ook spreekt de verdachte nog met andere personen op deze dag.
25-07-2023:
Op 25 juli heeft de verdachte 10 verdachte telefoontjes gepleegd die voor het onderzoek van belang zijn. In totaal werden van deze 10 telefoontjes er maar 3 opgenomen. Er werd door de personen uit de vorige groepsapp verschillende malen gebeld. De telefoon die opgenomen waren zijn van [medeverdachte] Bel Nummer (1 seconden, 2 minuten en 3 seconden en 1 seconden).
Ik bekeek de telefoon van verdachte [verdachte] . In de foto’s kwam ik tegen een foto van een identiteitskaart van een van de aangevers. Op de foto was de identiteitskaart van slachtoffer [benadeelde 2] te zien. In een van de chats wordt deze gedeeld.
15.
Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten de weergave van een Snapchatgesprek d.d. 26 juli 2023 (dossierpagina 1025):
Participants:
  • [accountnaam 6]
  • [accountnaam 2]
From [accountnaam 2] : Het enigste wat ik een beetje weet is dat, ik heb [medeverdachte] gewoon geholpen met
vervoer enzo en we hadden veel geld moeten inleveren.
16.
Een proces-verbaal bankpasfraude 10x d.d. 5 januari 2024 (dossierpagina’s 11-26), voor zover , inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
Van de geldopname bij de Geldmaat op de Markt te Roosendaal werden de camerabeelden
gevorderd. Hierop is te zien dat er twee mannen op een scooter komen aanrijden. [medeverdachte] wordt hier herkend. Hij draagt dezelfde kleding als ten tijde van zijn aanhouding een dag later aan de Bulkenaarsestraat. De bijrijder [medeverdachte] pint met zijn helm op het geldbedrag. [verdachte] wordt aan de hand van zijn kleding, postuur en bromfiets herkend.
Bewijsoverwegingen
I.
De beslissing dat het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
II.
De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van de drie tenlastegelegde feiten en heeft daartoe de volgende verweren gevoerd. De verdachte meent dat dat hij ten onrechte is veroordeeld omdat ten aanzien van zijn vermeende betrokkenheid bij die feiten niet kan worden vastgesteld dat zijn handelen gekwalificeerd kan worden als medeplegen. Volgens de verdediging kan niet worden vastgesteld dat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking. De rol van verdachte – te weten, het aanbieden van vervoersdiensten met zijn scooter en de betwiste deelname aan groepsapp-gesprekken – is niet van dien aard dat er gesproken kan worden van een intellectuele en/of materiële bijdrage die van voldoende gewicht is. De verdachte heeft verklaard zijn telefoon langere tijd kwijt te zijn geweest en zelf niet te hebben deelgenomen te hebben aan de Snapchatgroepen.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof stelt voorop dat kan worden gesproken van medeplegen wanneer sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verschillende daders van een strafbaar feit.
Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt het hof met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af.
Uit het procesdossier blijkt dat meerdere personen op geraffineerde wijze zijn opgelicht door een groep van verdachten. De slachtoffers werden eerst gebeld door een persoon die zich voordeed als een bankmedewerker en/of politiemedewerker waarbij werd verteld dat er verdachte activiteiten op hun bankrekening waren waargenomen. Vervolgens werd hun verteld dat er een medewerker van de bank en/of de politie onderweg was om samen te kijken naar de veiligheid van de rekeningen en om de pinpassen, pincodes en soms ook andere goederen op te halen.
Uit het procesdossier blijkt dat er communicatie tussen de verdachten via Snapchat verliep. Uit de groepsgesprekken blijkt dat ieder van de verdachten een eigen rol had. Er waren personen die de slachtoffers opbelden, er waren personen die vervolgens langs gingen bij de slachtoffers om de pinpassen en geld op te halen en er waren ook personen die het vervoer moesten regelen.
De verdachte heeft verklaard dat hij niet degene is die aan de groepschats in Snapchat deelnam. Hij zou zijn telefoon kwijt zijn geweest en iemand anders zou zich in die periode als hem hebben voorgedaan en hebben deelgenomen aan de chats. Het hof acht dit niet geloofwaardig en overweegt daarover het volgende. De verdachte heeft wisselend over het verlies van zijn telefoon verklaard. In het eerste politieverhoor verklaart hij zijn telefoon sinds dinsdag kwijt te zijn, maar als hij later wordt geconfronteerd met berichten door ‘ [accountnaam 2] ’ van vóór dinsdag, verklaart hij dat hij de telefoon al langer kwijt was. Ter terechtzitting in hoger beroep verklaart de verdachte zelfs dat hij zijn telefoon misschien al wel weken kwijt was. Daarnaast volgt uit de bewijsmiddelen dat er gesprekken via Snapchat werden gevoerd waarin verdachte met naam wordt genoemd, en waarop vervolgens vanaf het account ‘ [accountnaam 2] [accountnaam 1] ’ (hierna: ‘ [accountnaam 2] ’) ook wordt gereageerd. In een gesprek op 26 juli 2023 wordt het adres ‘ [adres 2] ’
genoemd [hof: de straat waar aangeefster [benadeelde 3] woonachtig was], waarop ' [accountnaam 2] ' reageert "Laat me checke 15 min" en waarop tegen ' [accountnaam 2] ' wordt gezegd: "Haal [medeverdachte] op" (het hof begrijpt: “Haal medeverdachte [medeverdachte] op”). Daarna reageert ' [accountnaam 2] ': "ja aii, Ik doe wel," waarna gebruiker " [accountnaam 6] " stuurt: " [verdachte] haalt hem op". Ten slotte heeft medeverdachte [medeverdachte] verklaard dat hij de telefoon van verdachte tijdens hun gezamenlijke uitvoering van de oplichtingen wel eens leende als de batterij van zijn eigen telefoon leeg was, maar dit was hooguit een uur en zeker niet gedurende de hele pleegperiode waarin ‘ [accountnaam 2] ’, het Snapchat-account dat aan de verdachte kan worden toegeschreven, heeft deelgenomen aan de groepschats. Dit vindt steun in een Snapchat-contact op 25 juli 2023 vanaf account ‘ [accountnaam 2] ’ waarbij in reactie op een vraag “Stuur foto van ID”, gesteld door gebruiker ‘ [accountnaam 12] ’, wordt gestuurd: “Sorry ik snapte niet watje bedoelt, ik wist niet dat die foto’s had gemaakt”, waarna gebruiker ‘ [accountnaam 2] ’ vervolgens twee foto’s stuurt van een identiteitsbewijs die kennelijk op de telefoon stonden. [medeverdachte] heeft op 17 september 2025 bij de raadsheer-commissaris verklaard dat hij (het hof begrijpt: op 25 juli 2023) een foto van het identiteitsbewijs van aangeefster [benadeelde 2] had gemaakt. Deze foto is door de politie op de telefoon van verdachte aangetroffen.
Het hof acht de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] , anders dan die van de verdachte, betrouwbaar, nu hij consistent heeft verklaard, daarbij ook zichzelf belast en daarbij zeker niet heeft geprobeerd om zijn eigen rol te bagatelliseren. [medeverdachte] heeft nadrukkelijk verklaard dat de verdachte op de hoogte was van de bankpasfraude, dat verdachte zelf heeft gevraagd om mee te mogen doen, dat verdachte betrokken was bij de groepsgesprekken op Snapchat, dat hij [medeverdachte] vervoerde en dat verdachte zou meedelen in de buit.
Het hof leidt uit het voorgaande in samenhang met de overige inhoud van de bewijsmiddelen af dat de verdachte zowel betrokken was bij de voorbereiding als bij de uitvoering en bij het achteraf verdelen van de buit. Bij de uitvoering had hij voornamelijk de rol van vervoerder van medeverdachte [medeverdachte] , die zich bij de slachtoffers meldde als ‘de persoon die gestuurd was door de bank’ en die goederen van de slachtoffers in ontvangst nam en die na de oplichting pint met de buitgemaakte pinpas. Hoewel de verdachte niet zelf bij de slachtoffers naar binnen ging om de pinpassen in ontvangst te nemen, of de slachtoffers telefonisch sprak, was zijn bijdrage wel onmisbaar om de oplichtingen te laten slagen. Uit het dossier blijkt dat [medeverdachte] , de medeverdachte waar verdachte nauw mee samenwerkte, zelf niet over vervoer beschikte en afhankelijk was van verdachte om hem naar de slachtoffers toe te brengen. Dit vindt steun in de Snapchat-berichten. Zo is uit de groepschat [groepschat 1] af te leiden dat verdachte zelf zegt dat ze over vijftien minuten bij het huis van het slachtoffer zijn.
Op grond van het voorgaande oordeelt het hof dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn mededaders die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Er was immers sprake van intensieve samenwerking tussen meerdere personen waarbij een duidelijk onderlinge taakverdeling bestond. Verdachte had zowel bij de voorbereiding als de uitvoering een belangrijke rol en was aanwezig op belangrijke momenten bij het plegen van de delicten terwijl hij zich niet heeft teruggetrokken op momenten die daartoe geëigend waren. Daarmee acht het hof het tenlastegelegde medeplegen bewezen.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als:
medeplegen van poging tot oplichting.
Het onder 2 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als:
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.
Het onder 3 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als:
medeplegen van diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen straf
De raadsman heeft bepleit dat, indien het hof de verdachte zou veroordelen, de opgelegde taakstraf niet passend is. De rol van de verdachte bij de gepleegde feiten was erg gering en zou eerder neigen naar medeplichtigheid. Bovendien is de tijd die verdachte heeft doorgebracht in voorarrest door hem als traumatisch ervaren. Volgens de raadsman zou daardoor een geheel voorwaardelijke taakstraf passend zijn.
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten laste van de verdachte is bewezen verklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting, meermalen gepleegd, tezamen en in vereniging gepleegd, alsmede aan diefstal. De verdachte maakte deel uit van een groep die zich voor deed als bankmedewerkers en die langs woningen van bejaarde slachtoffers zijn geweest en op doortrapte wijze bankpassen, pincodes en andere goederen hebben weten te ontfutselen. Verdachte is met zijn handelen slechts uit geweest op zijn eigen financieel gewin zonder enig oog te hebben voor andermans eigendomsrecht en hun veiligheidsgevoel. Het hof rekent verdachte het bewezenverklaarde derhalve aan. Wel wordt bij de strafoplegging rekening houden met de relatief beperkte rol van de verdachte.
Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof bij de strafoplegging acht geslagen op de inhoud van het de verdachte betreffende Uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 19 november 2025, waarin geen melding wordt gemaakt van veroordelingen ter zake van soortgelijke strafbare feiten als hier aan de orde.
Tevens heeft het hof kennisgenomen van de inhoud van het reclasseringsadvies d.d. 18 november 2024, waarin is geadviseerd om het adolescentenstrafrecht toe te passen. De verdachte is gediagnosticeerd met autisme (ASS), waardoor hij een minder goed ontwikkelde sociale intuïtie- en weerbaarheid heeft en gemakkelijk negatief te beïnvloeden is. Het hof acht het toepassen van adolescentenstrafrecht, mede gezien het reclasseringsadvies, passend.
Het hof heeft tevens kennisgenomen van de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan gedurende het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte naar voren gebracht dat hij een baan heeft als nachtportier bij een hotel maar graag zou doorleren voor zijn droombaan als beveiliger. Hij heeft geen contact meer met zijn oude vrienden, waaronder de medeverdachten, maar heeft een nieuwe vriendengroep die elkaar op het rechte pad houdt.
Alles afwegende acht het hof, oplegging van een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van 80 uur, subsidiair 40 dagen vervangende jeugddetentie, met aftrek van het voorarrest passend en geboden.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 15.878,90. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 10.000,00.
De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde 2] als gevolg van verdachtes onder 2 bewezenverklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag € 13.657,34. Het hof overweegt hierover het volgende.
De benadeelde partij heeft bij haar vordering tot schadevergoeding een lijst met gestolen voorwerpen bijgevoegd met daarbij de waarde van deze voorwerpen. Ter terechtzitting heeft zij verklaard dat dit geen schatting is van de waarde van onder andere de sieraden maar dat dit de bedragen zijn die ook stonden op de echtheidscertificaten. Helaas zijn de echte kwitanties van de gestolen sieraden meegenomen door de daders waardoor zij deze niet kan overleggen ter onderbouwing van de schade.
Het hof is van oordeel dat, nu de daders de kwitanties hebben meegenomen, zij zelf de situatie hebben gecreëerd waarin het voor de benadeelde partij onmogelijk is gemaakt om aan te tonen wat de exacte waarde is van de goederen. Het ligt daarom naar het oordeel van het hof op de weg van de verdachte om (bij voorkeur door middel van stukken) onderbouwd aan te geven waarom de door de benadeelde partij gegeven waardeschatting, die het hof niet onredelijk voorkomt en die door de benadeelde partij zoveel als voor haar mogelijk is onderbouwd, niet juist is. Het hof zal, nu verdachte heeft nagelaten de betwisting deugdelijk te onderbouwen, de vordering ten aanzien van de sieraden geheel toewijzen.
Ten aanzien van de elektronica die is weggenomen is de benadeelde partij in haar vordering uitgegaan van de aanschafwaarde. Uit de toelichting die in eerste aanleg op de vordering is gegeven, leidt het hof echter af dat deze goederen ten tijde van het bewezenverklaarde al enige tijd in het bezit waren van de benadeelde partij. Het hof zal daarom uitgaan van de aanschafprijs, maar daarop afschrijfkosten in mindering brengen. Het hof zal, bij de bepaling van hoe oud de elektronica is, uitgaan van de verklaring van de benadeelde partij.
Door de benadeelde partij is voor elektronica is een bedrag van € 4.828,90 gevorderd en daarvan zal na afschrijving € 2.607,34 worden toegewezen.
Het hof schat de totale schade op een bedrag van € 13.657,34. Verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.
Het hof zal de vordering voor het overige afwijzen.
Schadevergoedingsmaatregel
Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [benadeelde 2] is toegebracht tot een bedrag van € 13.657,34. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.
Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte hoofdelijk de maatregel tot schadevergoeding op te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 juli 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 1.620,00. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.100,00.
De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd. De benadeelde partij heeft echter bij het voegen in hoger beroep aangegeven het bedrag te matigen tot het bedrag van € 1.100,00.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde 1] als gevolg van verdachtes onder 2 bewezenverklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag van € 1.100,00. Verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.
Schadevergoedingsmaatregel
Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het onder 2 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [benadeelde 1] is toegebracht tot een bedrag van € 1.100,00. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.
Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte hoofdelijk de maatregel tot schadevergoeding op te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 juli 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 45, 47, 77c, 77g, 77m, 77n, 77gg, 310, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
BESLISSING
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf, bestaande uit een
werkstrafvoor de duur van
80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
40 (veertig) dagen jeugddetentie;
beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 13.657,34 (dertienduizend zeshonderdzevenenvijftig euro en vierendertig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Wijst de vordering voor het overige af.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2] , ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 13.657,34 (dertienduizend zeshonderdzevenenvijftig euro en vierendertig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 0 dagen.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 25 juli 2023.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 1.100,00 (duizend honderd euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] , ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.100,00 (duizend honderd euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 0 dagen.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 25 juli 2023.
Aldus gewezen door:
mr. S.C. van Duijn, voorzitter,
mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. R.G.A. Beaujean, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. E. Vogelvang, griffier,
en op 6 februari 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.