ECLI:NL:GHSHE:2026:414
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van aannemen valse hoedanigheid bij niet-betalen consumpties
De verdachte werd in eerste aanleg bij verstek veroordeeld voor oplichting wegens het niet betalen van consumpties in een restaurant. De politierechter legde een gevangenisstraf van vier weken op en kende de benadeelde partij een schadevergoeding toe.
In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd vanwege onvoldoende motivering en onderzocht of sprake was van het aannemen van een valse hoedanigheid. De advocaat-generaal vorderde een voorwaardelijke straf en een lagere schadevergoeding, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte.
Het hof oordeelde dat het enkel bestellen en niet betalen van consumpties volgens maatschappelijke normen onvoldoende is om oplichting aan te nemen. Er ontbraken specifieke gedragingen die een onjuiste voorstelling van zaken creëren over de bereidheid tot betaling. Daarom sprak het hof de verdachte vrij.
De vordering tot schadevergoeding van het restaurant werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel werd opgelegd die de schade zou rechtvaardigen. De benadeelde partij werd veroordeeld in de proceskosten.
Het arrest werd uitgesproken door het hof ’s-Hertogenbosch op 6 februari 2026.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van oplichting wegens ontbreken van aannemen valse hoedanigheid.