ECLI:NL:GHSHE:2026:441

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
20-002486-24
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep in diefstalzaak wegens intrekking grieven

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor meerdere feiten van diefstal in een woning, waarbij hij zich toegang had verschaft door middel van valse sleutels en braak. De politierechter veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van zeven maanden, met aftrek van voorarrest, en bepaalde tevens over de tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke straffen.

Verdachte stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Tijdens de behandeling van het hoger beroep gaf de verdediging aan dat verdachte zijn grieven tegen het vonnis niet langer handhaafde en het hoger beroep niet wenste voort te zetten. De advocaat-generaal verzocht daarop het hof om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren.

Het hof oordeelde dat het belang van verdachte en enig ander rechtens te beschermen belang niet gediend was met een verdere behandeling van het hoger beroep. Daarom werd op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 9 januari 2026.

Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van de grieven.

Uitspraak

Parketnummer : 20-002486-24
Uitspraak : 9 januari 2026
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 5 september 2024 met parketnummer
02-256685-24 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke straffen met parketnummers
20-002135-21 en 02-151136-23, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,
thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Dordrecht.
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van
- diefstal, in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt (feit 1),
- diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels (feit 2),
- diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak (feit 3) en
- diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels (feit 4 primair),
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden met aftrek van voorarrest.
Voorts heeft de politierechter de tenuitvoerlegging gelast van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf in de zaak met parketnummer 02-151136-23, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen en de vordering tot tenuitvoerlegging van de onder parketnummer 20-002135-21 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf afgewezen.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De verdediging heeft naar voren gebracht dat de verdachte zijn grieven tegen het vonnis waarvan beroep niet langer handhaaft en heeft het hof derhalve verzocht om de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep.
De advocaat-generaal heeft, gelet op die mededeling, gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn hoger beroep.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Op de zitting van 11 februari 2025 heeft het onderzoek ter terechtzitting van het hof een aanvang genomen. Ter terechtzitting van 12 december 2025 heeft de raadsman van de verdachte naar voren gebracht dat de verdachte de bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven en dat hij het hoger beroep niet wenst door te zetten.
Het hof zal derhalve, nu het belang van de verdachte noch enig ander rechtens te beschermen belang is gediend met een behandeling van het hoger beroep, toepassing geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.

BESLISSING

Het hof:
verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door:
mr. J.J. Peters, voorzitter,
mr. S.V. Pelsser en mr. C.M.A. Ellens-Veenhof, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. L.C.J.M. Hillebrandt, griffier,
en op 9 januari 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. C.M.A. Ellens-Veenhof is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.