Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- het onder 1 primair tenlastegelegde (mede)plegen van doodslag op [slachtoffer] ,
- het onder 2 tenlastegelegde achterlaten van deze [slachtoffer] in een hulpeloze toestand, terwijl deze in ogenblikkelijk levensgevaar verkeerde en diens dood is gevolgd,
- het onder 3 tenlastegelegde voorhanden hebben van een tweetal vuurwapens van categorie III van de Wet wapens en munitie.
1 subsidiair) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 dagen met aftrek.
- het niet-ontvankelijk verklaren van het hoger beroep op grond van artikel 416, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering een discretionaire bevoegdheid betreft van de appelrechter;
- het hof abstraheert van de vraag of van de zijde van het Openbaar Ministerie een ‘schriftuur houdende grieven’ is ingediend;
- het hof hoe dan ook een maatschappelijk belang aanwezig acht om de zaak in hoger beroep te behandelen, welk belang met name is gelegen in de onderlinge verwevenheid tussen de onderhavige zaak en de zaak tegen medeverdachte [medeverdachte] (onder parketnummer 20-001869-24), alsmede in de waarheidsvinding die gediend kan zijn met een inhoudelijke behandeling.