Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch
[verdachte] ,
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegenpersonen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk temaken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van voorarrest.
Toen was ik ook zelf van mijn auto overvallen.” Verder heeft de verdachte over hoe het opruimen van het braaksel is verlopen vaag verklaard. Eerst kon hij zich niet herinneren hoe hij dat had opgeruimd. Later verklaart hij dat hij dit met een handdoek heeft gedaan. Dit zou bij de garage zijn gebeurd, begrijpt het hof uit een verhoor van de verdachte, maar tevens verklaart de verdachte dat hij dit al rijdend heeft gedaan. Wat de verdachte vervolgens met de handdoek heeft gedaan, kan hij niet met zekerheid verklaren. Een en ander bevreemdt temeer, wanneer gekeken wordt naar verdachtes verklaring, inhoudende dat alles onder zat, zijn kleding en de autostoel.
geenseks hebben gehad. Los daarvan, het slachtoffer en zijn zus hebben verklaard dat zij zelden tot nooit fysiek contact hebben, zo knuffelen of omhelzen zij elkaar zelden en ook dragen zij nooit elkaars kleding. Bovendien is het onaannemelijk te achten dat het slachtoffer in de dagen voor de overval hetzelfde T-shirt droeg, waarbij het hof er andermaal op wijst dat het DNA van de verdachte op twee verschillende plekken op het T-shirt is aangetroffen, waaronder een relatief grote hoeveelheid rondom de scheur op de rug van het T-shirt. De mogelijkheid dat het DNA van de verdachte via zijn braaksel op het T-shirt van het slachtoffer is terechtgekomen kan van de hand worden gewezen, gelet op de inhoud van het NFI rapport van 14 januari 2022. Daarin wordt immers geconcludeerd dat er geen sporen van braaksel zijn aangetroffen op het T-shirt. Dit alles draagt bij aan het oordeel van het hof dat de door de raadsman geschetste mogelijkheid van secundaire overdracht als onaannemelijk van de hand wordt gewezen.
- € 3.500,00 geld kluis privé;
- € 3.055,00 geld kluis zakelijk;
- € 385,00 eigenrisico zorgverzekering;
- € 100,00 benzinekosten meerijden [slachtoffer] .
rechtstreeksaan de benadeelde partij toegebrachte immateriële schade door het bewezenverklaarde feit, zoals bedoeld in artikel 361, tweede lid en onder b, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering. De omstandigheid dat de benadeelde partij ten gevolge van het bewezenverklaarde feit gevoelens van angst heeft ervaren en het vertrouwen kwijt is, zoals ter onderbouwing in de vordering nog staat vermeld, levert – hoe invoelbaar een en ander ook moge zijn – geen grond op om anders te oordelen.
- € 31,86 opvragen medische informatie;
- € 174,00 Samsung (telefoon);
- € 4.500,00 geld, en
- € 350,00 jas.
- € 385,00 eigen risico;
- € 1.000,00 gift kerst opa en oma;
- € 3.000,00 spaargeld, verjaardagen, verkochte kleding en klusjes.
rechtstreeksaan de benadeelde partij toegebrachte immateriële schade door het bewezenverklaarde feit, als bedoeld in artikel 361, tweede lid en onder b, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) jaar en 3 (drie) maanden:
€ 3.055,00 (zegge: drieduizend vijfenvijftig euro)als vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening en bepaalt dat de verdachte met zijn mededader hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
€ 3.055,00(
zegge: drieduizend vijfenvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente 31 december 2020 tot aan de dag der voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 30 (dertig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;
€ 6.555,86 (zegge: zesduizend vijfhonderdvijfenvijftig euro en zesentachtig cent)bestaande uit
€ 1.555,86 (zegge: duizend vijfhonderdvijfenvijftig euro en zesentachtig cent)materiële schade en
€ 6.555,86 (zegge: zesduizend vijfhonderdvijfenvijftig euro en zesentachtig cent)bestaande uit
€ 1.555,86 (duizend vijfhonderdvijfenvijftig euro en zesentachtig cent)als vergoeding van materiële schade en
€ 5.000,00 (zegge: vijfduizend euro)als vergoeding van immateriële schade, te vermeerderden met de wettelijke rente vanaf 31 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 57 (zevenenvijftig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat der Nederlanden niet opheft;
€ 1.000,00 (zegge: duizend euro) ter zake van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening en bepaalt dat de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is;
€ 1.000,00 (zegge: duizend euro)als vergoeding van materiële schade, te vermeerderden met de wettelijke rente vanaf 31 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 10 (tien) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat der Nederlanden niet opheft;