Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2026:646

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
200.342.750_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot verbetering van arrest wegens ontbreken kennelijke rekenfout

In deze zaak heeft appellante in principaal hoger beroep verzocht om verbetering van het arrest van 3 februari 2026, omdat zij meent dat de koopprijs onjuist is vastgesteld op nihil, kosten koper, in plaats van € 7.402,16, kosten koper.

Het hof heeft het verzoek aan de wederpartij voorgelegd, die het verzoek heeft bestreden en stelde dat er geen sprake is van een kennelijke (reken)fout die eenvoudig kan worden hersteld. De andere geïntimeerde heeft niet gereageerd, wat door het hof werd begrepen vanwege gedeelde vertegenwoordiging.

Na zorgvuldige afweging concludeert het hof dat het gehele arrest en de relevante rechtsoverwegingen geen aanwijzingen bevatten voor een kennelijke (reken)fout. Het verzoek tot verbetering wordt daarom afgewezen.

Het arrest is op 10 maart 2026 gewezen door het hof 's-Hertogenbosch en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek tot verbetering van het arrest wordt afgewezen wegens het ontbreken van een kennelijke (reken)fout.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht
zaaknummer 200.342.750/01
arrest van 10 maart 2026 op het verzoek tot verbetering in de zin van artikel 31 Rv Pro van het arrest, gewezen op 3 februari 2026
in de procedure in hoger beroep die bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch aanhangig is geweest tussen

[appellante] ,

wonende te [woonplaats] ,
appellante in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep;
hierna te noemen: [appellante] ,
advocaat: mr. A.C. van der Bent te Rotterdam,
tegen
1.
[geïntimeerde] ,wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde in principaal hoger beroep;
appellante in incidenteel hoger beroep;
hierna te noemen: [geïntimeerde] ,
2.
[X.B.V.] .,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde in principaal hoger beroep;
appellante in incidenteel hoger beroep;
hierna te noemen: [X.B.V.] ,
geïntimeerden,
advocaat: mr. J.P.A.M. van Balen te Amsterdam.
Bij Zivver-bericht van 6 februari 2026, van mr. Van der Bent, heeft appellante in principaal hoger beroep, [appellante] , verzocht om verbetering van een kennelijke schrijf- dan wel rekenfout in het arrest van 3 februari 2026, zaaknummer 200.342.750/01.
Volgens haar had de koopprijs niet moeten worden vastgesteld op nihil, kosten koper, maar op € 7.402,16, kosten koper en dient deze volgens haar kennelijke (reken)fout op de voet van artikel 31 Rv Pro te worden hersteld.
Bij brief van 9 februari 2026 heeft het hof mr. Van Balen van voornoemd verzoek op de hoogte gesteld en mr. Van Balen in de gelegenheid gesteld om zich binnen twee weken na 9 februari 2026 schriftelijk over dat verzoek uit te laten.
Bij brief van 9 februari 2026 heeft het hof mr. Van der Bent bericht dat zijn verzoek aan de advocaat van de wederpartij is doorgezonden en dat deze is verzocht binnen 14 dagen te reageren.
Bij Zivver-bericht van 20 februari 2026 van mr. Van Balen heeft geïntimeerde sub 1 in principaal hoger beroep, [geïntimeerde] , het hof verzocht om het verzoek af te wijzen.
Volgens [geïntimeerde] is geen sprake van een kennelijke verschrijving of rekenfout in de zin van artikel 31 Rv Pro die zich eenvoudig leent voor herstel.
Geïntimeerde sub 2 in principaal hoger beroep, [X.B.V.] , heeft niet gereageerd op voornoemd verzoek. Nu [X.B.V.] dezelfde advocaat heeft als [geïntimeerde] , begrijpt het hof dat een reactie namens [X.B.V.] niet nodig is geacht.
Het hof oordeelt als volgt.
Gelet op het gehele arrest, de rechtsoverwegingen in onderling verband, is geen sprake van een kennelijke (reken)fout die zich voor eenvoudig herstel leent, als bedoeld in artikel 31 Rv Pro. Het hof verwijst in het bijzonder naar zijn rechtsoverwegingen 9.14.5., 9.14.6., 9.15.1., 9.15.2. en 9.15.3. Het hof zal het verzoek tot verbetering van [appellante] afwijzen.

De beslissing

Het hof:
wijst het verzoek van [appellante] tot verbetering van het tussen partijen gewezen arrest van 3 februari 2026 af.
Dit arrest is gewezen door mrs. Y.L.L.A.M. Delfos-Roy, Z.D. van Heesen-Laclé en J. van der Beek en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 10 maart 2026.
griffier rolraadsheer