ECLI:NL:GHSHE:2026:756
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Verstek
- C.C.H.T. Coert
- W.E.C.A. Valkenburg
- E.E.J. Boesten
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van grieven bij bedreiging
De verdachte werd door de politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden wegens bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep heeft het hof vastgesteld dat de verdachte geen schriftelijke grieven heeft ingediend en ook mondeling geen bezwaren heeft geuit tegen het vonnis.
De advocaat-generaal vorderde dat het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk zou verklaren wegens het ontbreken van grieven. Het hof oordeelde dat zonder grieven het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard moet worden conform artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Er was geen aanleiding om de zaak inhoudelijk te behandelen.
Het hof sprak het arrest uit op 18 maart 2026 en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. De straf van twee maanden gevangenisstraf blijft daarmee in stand. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van grieven, waardoor de straf van twee maanden gevangenisstraf blijft staan.