ECLI:NL:GHSHE:2026:758

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
20-000692-25
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36b SrArt. 36c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep kinderpornozaken: verwerving, bezit en verspreiding met gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het meermalen verwerven, verspreiden en in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal, waaronder afbeeldingen van seksuele gedragingen met minderjarigen. Tegen dit vonnis stelde hij hoger beroep in bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Het hof bevestigde de bewezenverklaring en oordeelde dat de verdachte door het verzamelen en verspreiden van kinderporno mede verantwoordelijk is voor het seksueel misbruik van kinderen. Het bezit van een grote hoeveelheid materiaal (1.670 stuks), de jonge leeftijd van de kinderen en de heftige aard van de afbeeldingen werden als strafverzwarende omstandigheden meegewogen.

De persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn stabiele leefomgeving, het ontbreken van een strafblad, en zijn deelname aan een behandeling gericht op recidivevermindering, werden eveneens in de strafoplegging betrokken. Het hof legde een gevangenisstraf van 12 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.

Daarnaast werd de inbeslaggenomen laptop onttrokken aan het verkeer omdat deze werd gebruikt bij het plegen van de strafbare feiten. Het hof vernietigde het vonnis voor wat betreft de straf en het beslag en deed in die onderdelen opnieuw recht.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, en laptop onttrokken aan het verkeer.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000692-25
Uitspraak : 18 maart 2026
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 26 februari 2025, in de strafzaak met parketnummer 02-267325-24 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1956,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘een afbeelding van een seksuele gedraging en/of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verwerven en/of verspreiden en in bezit hebben en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. De rechtbank heeft de inbeslaggenomen laptop (Asus type X712E, kleur zilver (met oplader)) verbeurd verklaard.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen.
De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van het hof en een strafmaatverweer gevoerd. Met betrekking tot de inbeslaggenomen laptop heeft de verdediging zich eveneens gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft de opgelegde straf, de strafmotivering, de beslissing ten aanzien van het beslag en de aangehaalde toepasselijke wettelijke voorschriften.
Op te leggen sanctie
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Het hof heeft in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het verwerven en/of verspreiden en in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal. De verdachte heeft door contact te leggen met verschillende personen op chatsites foto’s en video’s ontvangen, welke hij vervolgens ook weer verder heeft verspreid. Achter de door de verdachte verzamelde en verspreide kinderpornografische afbeeldingen schuilen vele misbruikte en geëxploiteerde kinderen. Ten gevolge hiervan lopen deze kinderen dikwijls psychische schade op die gedurende lange tijd diepe sporen nalaat. Ook kunnen ze nog geruime tijd achtervolgd worden door de gevolgen van de productie van de beelden. In de praktijk blijkt namelijk dat een afbeelding die eenmaal op internet is aangetroffen, moeilijk blijvend van het internet te verwijderen is en nog jarenlang kan opduiken. Het is het hof niet gebleken dat de verdachte nagedacht heeft over deze schadelijke gevolgen, terwijl de verdachte wel mede verantwoordelijk moet worden gehouden voor genoemd seksueel misbruik van kinderen, omdat hij, door kinderporno te verzamelen en verspreiden, heeft bijgedragen aan de instandhouding van deze markt van vraag- en aanbod. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het daarom noodzakelijk niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar zeker ook degenen die kinderporno verzamelen en verspreiden.
Bij de bepaling van de strafmaat slaat het hof voor wat betreft het bezit in strafverzwarende zin acht op de periode van het tenlastegelegde feit (meer dan vijf jaar, weliswaar met enkele tussenpozen), de grote hoeveelheid foto’s en video’s die de verdachte in bezit had (in totaal 1.670 stuks), de jonge leeftijd van de kinderen op de afbeeldingen (grotendeels meisjes jonger dan twaalf jaar) en de heftige aard van de handelingen die op de afbeeldingen
te zien zijn, zoals uit de bewezenverklaring blijkt. Het feit dat de verdachte niet alleen
kinderporno verzamelde, maar ook actief verspreidde, acht het hof eveneens strafverzwarend.
Het hof heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de inhoud van het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 15 december 2025, betreffende het justitiële verleden van de verdachte, waaruit volgt dat hij niet eerder in aanraking is gekomen met politie en justitie.
Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. In dat kader heeft het hof acht geslagen op het reclasseringsadvies d.d. 29 januari 2025. Hieruit volgt dat tijdens het onderzoek geen problemen op de praktische leefgebieden naar voren komen. Er is sprake van stabiliteit zoals het hebben van een zinvolle dagbesteding, financiën en huisvesting. Door de reclassering worden als risicofactoren de ontwrichte relatie, zijn seksuele
voorkeuren (diagnose pedofilie) en zijn vermijdende en bagatelliserende houding aangemerkt. Voornoemde risico’s komen onder andere aan bod gedurende de ingezette behandeling bij de [GGZ] waar sinds januari 2024 contact mee is. Na een intakeprocedure is de zedentherapie gestart. Verslaglegging van de GGZ bevestigt dat de verdachte trouw is in zijn behandeling en dat gewerkt wordt aan het beteugelen van de gestelde risicofactoren. Het risico op recidive wordt ingeschat als laag. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden.
Tevens heeft het hof acht geslagen op het e-mailbericht van [psycholoog] , GZ-psycholoog en psychotherapeut bij [GGZ] d.d. 27 februari 2026. Hieruit volgt dat door middel van individuele psychotherapeutische gesprekken gericht op het behandelen van de risicofactoren is ingezet op recidivevermindering. De verdachte is goed op de hoogte van de risicofactoren, echter zijn deze niet allemaal weg te nemen. Volgens [psycholoog] is de verdachte vermijdend van aard, is hij geneigd problemen eerder weg te stoppen dan deze bespreekbaar te maken en blijkt dit patroon hardnekkig en moeilijk te doorbreken.
Daarnaast heeft het hof gelet op hetgeen de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep in het kader van de persoonlijke omstandigheden naar voren heeft gebracht. Zo heeft de verdachte verklaard dat zijn directe omgeving inmiddels op de hoogte is van deze zaak, hij mantelzorger is voor zijn echtgenote en hij bereid is zijn medewerking te verlenen aan toezicht van de reclassering en eventuele aanvullende hulpverlening.
Voor de bepaling van de op te leggen straf heeft het hof aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden. Voor enkel het verspreiden van kinderporno is het uitgangspunt reeds de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar.
Gelet op het voorgaande, in het bijzonder de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, is het hof van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals hiervoor vermeld, is het hof van oordeel dat voornoemd oriëntatiepunt van een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar niet geheel onvoorwaardelijk opgelegd dient te worden. Het hof is echter van oordeel dat de persoonlijke omstandigheden van de verdachte niet zodanig zijn dat kan worden volstaan met de straf zoals opgelegd door de rechtbank en gevorderd door de advocaat-generaal.
Alles overziend is het hof van oordeel dat de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren passend en geboden is.
Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
Beslag
Het hierna in het dictum genoemde inbeslaggenomen voorwerp wordt onttrokken aan het verkeer omdat het verwerven en/of verspreiden en in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal met behulp van dit voorwerp is begaan en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 57 en 240b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en de beslissing ten aanzien van het beslag en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt de
onttrekking aan het verkeervan het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een laptop Asus type X712E, kleur zilver (met oplader).
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. M. van der Horst, voorzitter,
mr. L.G.J.M. van Ekert en mr. T. van de Woestijne, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J. de Leijer, griffier,
en op 18 maart 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.