ECLI:NL:GHSHE:2026:769
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak zorgverlener wegens onvoldoende steunbewijs bij verkrachting en ontucht
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf en een beroepsverbod wegens verkrachting en ontucht van een hoogbejaard slachtoffer in een verzorgingshuis. De verdachte stelde zich in hoger beroep onschuldig en betwistte de overschrijding van de sociaal ethische norm.
Het slachtoffer kon zelf niet worden gehoord omdat zij was overleden, waardoor het bewijs steunde op verklaringen van de-auditu getuigen die de verklaringen van het slachtoffer weergeven. Het hof oordeelde dat deze verklaringen onvoldoende steunbewijs vormen om tot een bewezenverklaring te komen, zoals vereist volgens artikel 342, tweede lid, Sv.
Hoewel het hof erkent dat het slachtoffer de situatie als vervelend heeft ervaren, is er onvoldoende duidelijkheid over de precieze handelwijze van de verdachte. Daarom vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank en spreekt de verdachte vrij van het primair en subsidiair tenlastegelegde.
De uitspraak benadrukt het belang van voldoende steunbewijs bij zedenzaken en de beperkingen van de-auditu verklaringen, zeker wanneer het slachtoffer niet zelf gehoord kan worden.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende steunbewijs voor verkrachting en ontucht.