Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2026:786

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
20 maart 2026
Zaaknummer
20-003158-24
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep mishandeling echtgenoot zonder oplegging vrijheidsbeperkende maatregel

In deze strafzaak stond de mishandeling van de echtgenoot van verdachte centraal. De politierechter veroordeelde verdachte tot een taakstraf van 60 uur, subsidiair 30 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één week met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd op grond van artikel 38v Sr.

Namens verdachte werd hoger beroep ingesteld met het verzoek tot vrijspraak en het niet opleggen van de maatregel ex artikel 38v Sr. Het hof heeft het vonnis van de politierechter grotendeels bevestigd, inclusief de bewezenverklaring en strafoplegging, maar vernietigde de maatregel van artikel 38v Sr. Het hof oordeelde dat uit het onderzoek ter terechtzitting niet bleek dat deze maatregel noodzakelijk was ter beveiliging van de maatschappij of ter voorkoming van strafbare feiten.

Daarnaast werden enkele tekstuele correcties aangebracht in het vonnis van de politierechter. De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen werden in eerste aanleg niet-ontvankelijk verklaard en zijn in hoger beroep niet herzien. Het arrest werd uitgesproken door een meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 17 maart 2026.

Uitkomst: Veroordeling voor mishandeling bevestigd, vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v Sr vernietigd.

Uitspraak

Parketnummer : 20-003158-24
Uitspraak : 17 maart 2026
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 25 november 2024, in de strafzaak met parketnummer 02-195104-24 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van mishandeling begaan tegen zijn echtgenoot veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest en een gevangenisstraf voor de duur van 1 week voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De politierechter heeft aan het voorwaardelijk strafdeel naast de algemene voorwaarde ook bijzondere voorwaarden verbonden, te weten een meldplicht, een ambulante behandeling en een medewerkingsverplichting aan begeleiding van [stichting] . Daarbij is aan de reclassering opdracht gegeven om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden. Voorts is de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr) opgelegd en is deze maatregel dadelijk uitvoerbaar verklaard. Tot slot zijn de benadeelde partijen in de vorderingen tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard.
Namens de verdachte is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
Door de verdediging is vrijspraak bepleit. Daarnaast is een strafmaatverweer gevoerd waarbij is verzocht om niet de maatregel van artikel 38v Sr op te leggen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft:
  • de opgelegde maatregel ex artikel 38v Sr en de daarbij behorende motivering;
  • de door de rechter van toepassing verklaarde wetsartikelen,
onder aanvulling van de hierna opgenomen verbeteringen van het vonnis.
Onder het kopje 3.1.1 wordt op pagina 6 van het vonnis op de derde regel ‘zij’ vervangen door ‘zei’ en op pagina 6, het deel dat begint met ‘De vader zei’ tot en met ‘doden met dit mes’ (de regels 5-7) wordt verwijderd.
Onder het kopje 3.1.3 worden de laatste 3 regels verwijderd, het deel dat begint met ‘Ik, verbalisant’ en eindigt met ‘zwangerschap’.
Onder het kopje 3.1.4 wordt op pagina 7 van het vonnis verwijderd het deel dat begint met ‘en zij vertelde’ tot en met ‘kinderen ook bij’.
Onder het kopje 3.1.5 wordt de laatste zin ‘Ik heb ook letsel daarvan’ verwijderd.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdediging wederom bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Hetgeen de raadsman hiertoe heeft aangevoerd, brengt het hof niet tot een ander oordeel dan de politierechter. Het hof verenigt zich met de bewezenverklaring en met de bewijsoverwegingen van de politierechter, zoals weergegeven onder 3.2 op pagina 7 van het vonnis. Net als de politierechter ziet het hof geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster.
Ten aanzien van de maatregel van 38v Sr
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf en maatregel als opgelegd door de politierechter.
De raadsman heeft verzocht om geen vrijheidsbeperkende maatregel ex art. 38v Sr op te leggen.
Anders dan de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting niet is gebleken dat oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 38v Sr noodzakelijk is ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten. Het hof zal dan ook niet overgaan tot oplegging van deze vrijheidsbeperking.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde maatregel ex artikel 38v Sr en doet in zoverre opnieuw recht;
bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het vorenstaande.
Aldus gewezen door:
mr. C.A. van Roosmalen, voorzitter,
mr. S.V. Pelsser en mr. T. Farber, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. L.C.J.M. Hillebrandt, griffier,
en op 17 maart 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. T. Farber is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.