ECLI:NL:GHSHE:2026:794
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen bevel tot gevangenhouding wegens medeplegen poging tot moord
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 29 januari 2026 het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Limburg afgewezen, waarbij de gevangenhouding werd bevolen. Verdachte wordt verdacht van medeplegen van poging tot moord, zware mishandeling met voorbedachten rade en wederrechtelijke vrijheidsberoving.
Het hof heeft het dossier en de zitting in raadkamer bestudeerd en oordeelt dat er voldoende ernstige bezwaren zijn tegen verdachte. DNA-materiaal van verdachte is aangetroffen op een spanband, handschoen en het T-shirt van het slachtoffer, wat opmerkelijk is gezien de plaats en omstandigheden. Verdachte heeft verklaard dat zijn DNA op deze voorwerpen terecht is gekomen door eerdere contacten, maar het hof acht dit onvoldoende om de bezwaren te weerleggen.
Het hof benadrukt de ernst van de verdenking, waarbij het slachtoffer systematisch is gemarteld met onder meer een hamer, chemische vloeistof en een strijkijzer. Daarnaast is er een reëel gevaar voor maatschappelijke onrust bij invrijheidstelling, vluchtgevaar vanwege eerdere onvindbaarheid en het ontbreken van een vaste verblijfplaats, en acuut gevaar voor herhaling gezien eerdere veroordelingen voor drugshandel.
Gezien deze omstandigheden bevestigt het hof de voorlopige hechtenis en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de voorlopige hechtenis van verdachte wegens ernstige bezwaren en risico's op maatschappelijke onrust, vlucht en herhaling.