Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2026:890

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
200.366.589_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing wrakingsverzoek tegen raadsheren belastingrechtshof buiten behandeling gesteld

In deze zaak heeft belanghebbende een wrakingsverzoek ingediend tegen drie raadsheren van het team belastingrecht van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het verzoek werd mondeling ingediend tijdens de zitting van 20 maart 2026 en betrof de vermeende onpartijdigheid van de raadsheren.

Belanghebbende stelde dat de raadsheren het dossier niet hadden gelezen en dat het oordeel van het hof vooraf vaststond, mede omdat zij weigerden een vraag over de 'beneficial owner' te beantwoorden. Tevens verwees hij naar eerdere soortgelijke voorvallen bij andere rechterlijke instanties.

De wrakingskamer oordeelde dat het niet beantwoorden van een vraag tijdens de zitting geen grond voor wraking kan zijn, aangezien het geven van een voorlopig oordeel aan de rechter is voorbehouden. Ook waren de eerdere voorvallen niet gerelateerd aan de raadsheren in deze zaak. Het verzoek bevatte geen feiten of omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen.

Daarom werd het wrakingsverzoek niet als een geldig wrakingsverzoek in de zin van artikel 8:15 Awb Pro aangemerkt en buiten behandeling gesteld. Een mondelinge behandeling werd achterwege gelaten en de beslissing werd op 31 maart 2026 openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt buiten behandeling gesteld wegens het ontbreken van gegronde feiten die de onpartijdigheid van de raadsheren in gevaar brengen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Wrakingskamer
registratienummer: 200.366.589/01
datum beslissing: 31 maart 2026
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingsverzoeken
op het verzoek in de zaak met nummer [nummer] van
de heer [verzoeker] ,
domicilie kiezend te [plaats] ,
hierna: belanghebbende,
strekkende tot wraking van mrs. W.W. Monteiro, M.E. Smorenburg en J. Wessels, raadsheren in het team belastingrecht van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch (hierna: de raadsheren).

1.Het procesverloop

1.1.
Het wrakingsverzoek is mondeling gedaan ter terechtzitting van 20 maart 2026. Blijkens het proces-verbaal van de zitting heeft verzoeker vanaf een opgemaakt document de wrakingsgronden voorgelezen en dit document vervolgens overgelegd aan het hof. Verzoeker is door de coördinator van de wrakingskamer bericht dat het verzoek in behandeling is genomen.
1.2.
De raadsheren hebben verklaard niet in de wraking te berusten.
1.3.
De wrakingskamer heeft het verzoek heden behandeld in raadkamer. De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, beslist het verzoek zonder mondelinge behandeling af te doen. De wrakingskamer heeft bepaald dat als volgt zal worden beslist op het verzoek.

2.Het standpunt van verzoeker

2.1.
Verzoeker heeft ter onderbouwing van het verzoek aangevoerd dat de raadsheren ter zitting geen antwoord wilden geven op zijn vraag wie de beneficial owner is in de zaak. Hieruit leidt verzoeker af dat de raadsheren het dossier niet hebben gelezen en dat het oordeel van het hof al van te voren vast stond. Verzoeker wijst daarnaast op eerdere voorvallen bij andere rechterlijke instanties waarin hetzelfde gebeurde als in de onderhavige zaak.

3.De beoordeling

3.1.
Op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden (artikel 8:15 Algemene Pro wet bestuursrecht (hierna: Awb)).
3.2.
Verzoeker heeft aan het begin van de zitting verzocht om een oordeel van het hof over wie de beneficial owner is in de zaak. Het hof heeft - blijkens het proces-verbaal van de zitting - aangegeven die vraag nog niet te beantwoorden, omdat daarmee zou worden vooruitgelopen op een juridisch oordeel van het hof. Het hof heeft voorts aangegeven dat verzoeker ervan uit kan gaan dat het hof het dossier heeft gelezen. De wrakingskamer stelt voorop dat een beslissing om ter zitting al dan niet een voorlopig oordeel te geven, is voorbehouden aan de rechter en als zodanig nimmer grond kan vormen voor wraking. Het feit dat het hof aan het begin van de zitting de vraag van verzoeker nog niet heeft willen beantwoorden, kan naar het oordeel van de wrakingskamer geenszins leiden tot de conclusie dat het oordeel van het hof al van te voren vast stond, zoals verzoeker heeft aangevoerd.
3.3.
Voor zover verzoeker heeft gewezen op procedures bij eerdere rechterlijke instanties kunnen ook deze gronden niet leiden tot een gegrond wrakingsverzoek. Gesteld noch gebleken is dat het gaat om feiten en omstandigheden die betrekking hebben op de raadsheren die de zaak van verzoeker behandelen. Deze gronden kunnen zodoende evenmin leiden tot wraking van de raadsheren.
3.4.
Concluderend bevat het wrakingsverzoek geen feiten of omstandigheden die kunnen meebrengen dat de rechterlijke onpartijdigheid bij de behandeling van het hoger beroep schade zou kunnen lijden of daarvoor een objectief gerechtvaardigde vrees bestaat. Het wrakingsverzoek voldoet daarmee niet aan de eis dat het verzoek tot wraking is gemotiveerd en kan dus niet worden aangemerkt als een wrakingsverzoek in de zin van artikel 8:15 Awb Pro. Om die reden zal de wrakingskamer het verzoek buiten behandeling stellen. Een mondelinge behandeling kan daarom achterwege blijven.

4.De beslissing

Het hof (de wrakingskamer):
stelt het verzoek buiten behandeling;
beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker, de raadsheren en de inspecteur van de Belastingdienst.
Deze beslissing is gegeven door mrs. T.A. Gladpootjes (voorzitter), J.T.F.M. van Krieken en J.P. de Haan, in tegenwoordigheid van mr. E. Royakkers, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026.