Op 27 maart 2025 heeft verdachte te Goes een overtreding begaan van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. De kantonrechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 9 september 2025 een vonnis gewezen in deze strafzaak.
Verdachte ging in hoger beroep tegen dit vonnis. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 9 januari 2026 het vonnis van de kantonrechter vernietigd en opnieuw recht gedaan. Het hof heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes weken, waarvan een gedeelte niet ten uitvoer zal worden gelegd onder voorwaarden.
De voorwaardelijke hechtenis geldt voor een proeftijd van twee jaren, waarin de verdachte zich niet schuldig mag maken aan een strafbaar feit. Het arrest is mondeling uitgesproken door mr. W.F. Koolen tijdens de openbare terechtzitting van het hof op 9 januari 2026.