Uitspraak
- de eendaadse samenloop van:
- ‘medeplegen van in strijd met een hem bij wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl hij weet dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn recht op een verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking of tegemoetkoming’ (parketnummer 82-044092-21),
01-101257-20 onder feit 2 tenlastegelegde. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het onder parketnummer 01-101257-20 onder feit 1 tenlastegelegde en het onder parketnummer 82-044092-21 tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan
2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd 2 jaar.
01-101257-20 onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde. Ten aanzien van het onder parketnummer 82-044092-21 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is geweest van vol opzet. Voorts is een straftoemetingsverweer gevoerd.
Hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 juni 2018 tot en met 30 augustus 2019, in de gemeente Helmond en/of Roermond en/of Venlo, althans elders in Nederland, (telkens) tezamen en in verenging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, als (middellijk en/of onmiddellijk) bestuurder van de rechtspersoon [rechtspersoon 1] , welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 5 juni 2018 in staat van faillissement is verklaard (DOC-001), tijdens het faillissement van voornoemde rechtspersoon, desgevraagd (telkens) opzettelijk niet terstond, overeenkomstig de op hem en/of zijn medeverdachte(n) rustende wettelijke verplichtingen ter zake, als bedoeld in de Faillissementswet, een ingevolge de wettelijke verplichtingen, te weten artikel 2:10 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 3:15i lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, gevoerde en/of bewaarde administratie en/of de daartoe behorende boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers in ongeschonden vorm, zo nodig met de hulpmiddelen om de inhoud binnen redelijke termijn leesbaar te maken, aan de (benoemde) curator heeft verstrekt, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachte(n) geen volledige en/of deugdelijke administratie aan voornoemde curator verstrekt en/of doen/laten verstrekken;
Hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 augustus 2016 tot en met 5 juni 2018, in de gemeente Helmond en/of Roermond en/of Venlo, althans elders in Nederland, (telkens) tezamen en in verenging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, als (middellijk en/of onmiddellijk) bestuurder van de rechtspersoon [rechtspersoon 1] , welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 5 juni 2018 in staat van faillissement is verklaard (DOC-001), tijdens het faillissement van voornoemde rechtspersoon, of voor het faillissement indien dit is gevolgd, (telkens) opzettelijk niet heeft voldaan aan en/of heeft bewerkstelligd dat werd voldaan aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en/of het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers, immers heeft/hebben, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) – zakelijk weergegeven – (telkens) geen volledige en/of deugdelijke administratie gevoerd en/of niet (geheel) bewaard, ten gevolge waarvan de afhandeling (van het faillissement van voornoemde rechtspersoon) werd bemoeilijkt;
- activiteiten heeft/hebben verricht ten behoeve van een hennepkwekerij, en/of
- werkzaamheden heeft/hebben verricht en/of inkomsten heeft/hebben genoten als (feitelijk) bestuurder van:
ligt in het verlengde van de administratieplicht en de bewaarplicht. Deze plicht ziet immers op het ter beschikking stellen van de gevoerde en bewaarde administratie aan de curator. Indien er in strijd met de geldende voorschriften(hof: artikelen 2:10 en/of 3:15i BW)
niet is geadministreerd of de administratie vervolgens niet is bewaard, kan deze ook niet worden afgegeven. Dan wordt niet de afgifteplicht geschonden, maar de administratieplicht en/of de bewaarplicht. Een en ander (…) maakt (…) duidelijk dat handhaving van alle te onderscheiden onderdelen hiervan van belang is”.
Mr. [curator 1] heeft daarbij aangegeven welke stukken over de jaren 2016 tot en met 2018 hij dient te ontvangen. Mr. [curator 1] heeft daarbij uitdrukkelijk aangegeven dat het aan [medeverdachte] is om de boekhouding aan te leveren, en dat hij de boekhouding niet op gaat halen bij de boekhouder, zoals door de verdachte zou zijn geopperd (pagina 117 en 118 van het FIOD-dossier).
rechter-commissaris op 25 mei 2022, volgt dat [getuige 1] eind 2018 is benaderd door de verdachte met de vraag of hij kon helpen. De boekhouder, [bedrijf] , wilde hem de administratie namelijk niet geven. [getuige 1] heeft vervolgens via Snelstart een aantal gegevens kunnen downloaden van 2016, 2017 en een klein stukje over 2018. [getuige 1] heeft contact opgenomen met waarnemend curator mr. [curator 1] en met hem afgesproken dat hij alles uit zou printen en zou afgeven.
FIOD-dossier).
Hij in de periode van 16 augustus 2016 tot en met 5 juni 2018 in Nederland tezamen en in verenging met een ander als bestuurder van de rechtspersoon [rechtspersoon 1] , welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 5 juni 2018 in staat van faillissement is verklaard (DOC-001), tijdens het faillissement van voornoemde rechtspersoon, of voor het faillissement, opzettelijk niet heeft voldaan aan en/of heeft bewerkstelligd dat werd voldaan aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en/of het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers,
hij in de periode van 15 september 2014 tot en met 30 november 2019 in Nederland, meermalen in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 70 lid 1 van Pro de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en/of artikel 12 lid 1 van Pro de Toeslagenwet, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl hij wist dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van zijn recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en/of een toeslag op grond van de Toeslagenwet, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft verdachte gedurende deze periode niet aan het UWV gemeld dat verdachte en/of zijn echtgenote in de periode waarover verdachte een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en/of een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontving:
01-101257-20 onder feit 2 tenlastegelegde. Daartoe is primair aangevoerd dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte feitelijk bestuurder was van [rechtspersoon 1] . Het feit dat de verdachte mede de huurovereenkomst voor het bedrijfspand heeft ondertekend is onvoldoende voor de vaststelling dat hij feitelijk bestuurder was, nu de verdachte dat enkel op verzoek van de verhuurder heeft gedaan omdat de B.V. nog in oprichting was. Ook de verklaringen van curator mr. [curator 1] en getuige [getuige 2] bieden onvoldoende grond voor de conclusie dat de verdachte feitelijk bestuurder was. [getuige 2] leefde in onmin met de verdachte en zijn echtgenote en de verklaringen van de curator hebben betrekking op gedragingen van de verdachte na de faillietverklaring.
Meer subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat het niet voeren van een deugdelijke administratie de verdachte niet aangerekend kan worden, nu niet hij, maar zijn partner [medeverdachte] , verantwoordelijk was voor de administratie.
01-101257-20 onder feit 2 tenlastegelegde misdrijf van artikel 344a, tweede lid, onder 2 Sr is vereist dat de verdachte kan worden aangemerkt als formeel of feitelijk bestuurder van [rechtspersoon 1] (artikel 348a, eerste lid, Sr). De verplichtingen tot het voeren en bewaren van een complete deugdelijke administratie uit de artikelen 2:10 en 3:15i BW rusten op zowel de formele als de feitelijke bestuurders van de rechtspersoon.
Oost-Brabant d.d. 5 juni 2018 is [rechtspersoon 1] in staat van faillissement verklaard.
wehet goed doen. Daarom hebben
webesloten om [bedrijf] in te schakelen en een interne boekhoudster aan te stellen. (…) In maart hebben
webesloten om de stekker eruit te trekken”.
rechter-commissaris d.d. 11 mei 2022 heeft [getuige 3] verklaard dat hij het meeste contact had met de verdachte en dat met name de verdachte hem opdracht gaf tot het verrichten van werkzaamheden voor [rechtspersoon 1] .
rechter-commissaris op 11 mei 2022 verklaard dat zij door de verdachte is uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek. De verdachte schatte haar in als iemand die de werkzaamheden wel zou kunnen en vond haar loon prima. Daarna heeft [getuige 4] kennisgemaakt met de partner van de verdachte. Het hof leidt hieruit af dat de verdachte ook direct betrokken was bij het aannemen van personeel voor [rechtspersoon 1] .
Oost-Brabant en in hoger beroep door het gerechtshof ter zake van soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld, Bovendien heeft de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat ze het dit keer met [rechtspersoon 1] goed wilden doen en heeft ook [getuige 3] ze aangesproken dat het boekhoudkundig niet goed zat.
.Ook op 9 november 2017 wist de verdachte klaarblijkelijk weer de weg te vinden naar het UWV om op grond van doorgegeven gewijzigde omstandigheden in aanmerking te komen voor een verhoging van de toeslag. Bij de toekenning daarvan is hij wederom gewezen op zijn informatieverplichtingen (bewijsmiddel 27).
( [medeverdachte] ) geen inkomsten genoten uit zelfstandig beroep en/of bedrijf. Zo heeft verdachte op 20 september 2017 verklaard dat hij, terwijl ten tijde van het ondertekenen van die formulieren door de verdachte [rechtspersoon 1] reeds was opgericht, geen inkomsten uit zelfstandig bedrijf of beroep genoot evenals [medeverdachte] .
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden;
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.