ECLI:NL:GHSHE:2026:96

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
20-002678-24
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen vonnis van de rechtbank Oost-Brabant inzake gewapende overval met meerdere verdachten

Op 16 januari 2026 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch uitspraak gedaan in een hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, dat op 9 oktober 2024 was gewezen. De verdachte, geboren in 2002, was eerder veroordeeld voor een gewapende overval, waarbij meerdere personen met een vuurwapen waren bedreigd. De rechtbank had de verdachte tot 24 maanden jeugddetentie veroordeeld, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, en had daarnaast een maatregel tot beperking van de vrijheid opgelegd. De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis.

Tijdens de zitting in hoger beroep heeft het hof de vordering van de advocaat-generaal gehoord, die bevestiging van het vonnis vroeg, met uitzondering van de beslissingen op de vorderingen van benadeelde partijen. De verdediging pleitte voor een lagere straf, verwijzend naar de positieve ontwikkelingen in het leven van de verdachte, die sinds kort in een begeleid wonen voorziening verblijft. Het hof heeft de strafbaarheid van de verdachte vastgesteld en geconcludeerd dat er geen feiten of omstandigheden zijn die de strafbaarheid uitsluiten.

Het hof heeft de strafoplegging heroverwogen en besloten tot een jeugddetentie van 24 maanden, waarvan 578 dagen voorwaardelijk, en een taakstraf van 200 uren. De bijzondere voorwaarden, zoals voorgesteld door de reclassering, zijn ook opgelegd. Het hof heeft rekening gehouden met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de noodzaak om recidive te voorkomen. De uitspraak benadrukt de ernst van de gepleegde feiten en de impact op de slachtoffers, terwijl het hof ook de positieve ontwikkelingen van de verdachte in overweging heeft genomen.

Uitspraak

Parketnummer : 20-002678-24
Uitspraak : 16 januari 2026
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

’s-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 9 oktober 2024, in de strafzaak met parketnummer 01-298083-23 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2002,
adres bekend bij het hof en het Openbaar Ministerie.
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank de verdachte ter zake van ‘diefstal, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen
personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of die diefstal
gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere
deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het
gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde
personen’ veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met bijzondere voorwaarden. Voorts heeft de rechtbank een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid (ex art. 38v Wetboek van Strafvordering) voor de duur van 2 jaren opgelegd, die dadelijk uitvoerbaar is. De rechtbank heeft tevens een beslissing genomen op de vijf vorderingen tot schadevergoeding.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met uitzondering van de beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen.
De raadsman van de verdachte heeft een straftoemetingsverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, met uitzondering van de strafoplegging.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen straf
De raadsman heeft bepleit dat het hof een lagere straf zal opleggen dan de rechtbank, te weten een voorwaardelijke straf. De verdachte heeft sinds kort een plek gekregen bij een begeleid wonen voorziening en uit onder andere het reclasseringsadvies blijkt dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf dit zou doorkruisen. De verdachte zou dan zijn plek kwijtraken en het is de vraag wanneer er na zijn detentie weer een plek vrij zou komen. Op dit moment krijgt de verdachte de begeleiding en hulpverlening die hij nodig heeft en detentie zou dit in gevaar brengen.
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Het hof ziet met de advocaat-generaal en de verdediging in de persoonlijkheid van de verdachte aanleiding om het jeugdstrafrecht toe te passen aangezien uit het reclasseringsrapport blijkt dat de verdachte een licht verstandelijke beperking heeft, de risico’s en gevolgen van zijn keuzes niet overziet en hij impulsief en beïnvloedbaar is. Tevens blijkt dat de verdachte ontvankelijk is voor pedagogische ondersteuning.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een gewapende overval. Hierbij zijn meerdere personen door een mededader bedreigd met een vuurwapen althans een daarop gelijkend voorwerp.
Het bewezenverklaarde is een zeer ernstig feit. Met zijn handelen heeft verdachte laten zien
geen respect te hebben voor andermans eigendommen en privacy. Daarnaast heeft hij de
slachtoffers angst aangejaagd en hun gevoel van veiligheid en vertrouwen aangetast. Uit de
toelichting op de vorderingen benadeelde partij en de op zitting voorgelezen
slachtofferverklaring blijkt welk leed de slachtoffers is aangedaan en welke gevolgen zij
nog altijd ondervinden. De rechtbank rekent de verdachte dit zwaar aan.
Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 17 oktober 2025, betreffende het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een soortgelijk feit.
Tot slot heeft het hof bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. De verdachte heeft verklaard nog veel last te hebben van hetgeen is gebeurd en zal binnenkort starten met EMDR-therapie. Hij heeft sinds januari 2025 een woning bij een begeleid wonen voorziening en wordt daar goed begeleid. Hij heeft van daar uit ook dagbesteding en is graag fysiek bezig.
Het hof stelt vast dat de verdachte verschillende positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt sinds het plegen van het onderliggende feit. Het opleggen van een onvoorwaardelijke jeugddetentie zou deze ontwikkeling schaden en zou betekenen dat hij zijn plek bij de begeleid wonen voorziening zou kwijtraken. Daarnaast heeft de verdachte volledige openheid van zaken gegeven in eerste aanleg en in hoger beroep, ook wanneer dit zijn eigen procespositie zou kunnen schaden. Dit in acht nemend, komt het hof tot de volgende strafoplegging.
Alles afwegende, acht het hof oplegging van jeugddetentie voor de duur van vierentwintig maanden, waarvan 578 dagen voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, alsmede een taakstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis, passend en geboden. De bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering zullen tevens worden opgelegd.
Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 47, 77c, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met uitzondering van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf, bestaande uit een
werkstrafvoor de duur van
200 (tweehonderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
100 (honderd) dagen jeugddetentie;
Veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van
24 (vierentwintig) maanden;
Bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie, groot
578 (vijfhonderdachtenzeventig) dagen,niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd;
Begeleiding door jeugdreclassering
Veroordeelde werkt mee aan begeleiding door de [stichting] en aan de door hen noodzakelijk geachte ondersteuning of verwijzing naar andere hulpverleningsinstanties, die gedurende de begeleiding noodzakelijk wordt geacht om de kans op herhaling te verkleinen.
Begeleid wonen of maatschappelijke opvang
Veroordeelde verblijft in [zorginstelling 1] of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de jeugdreclassering. Het verblijf is reeds gestart. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de jeugdreclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.
Contactverbod
Veroordeelde wordt geboden zich te onthouden van direct of indirect contact met de slachtoffers:
- [benadeelde 1] (geboren op [geboortedag 2] 2002);
- [benadeelde 2] (geboren op [geboortedag 3] 1967);
- [benadeelde 3] (geboren op [geboortedag 4] 2006);
- [benadeelde 4] (geboren op [geboortedag 5] 2005);
- [benadeelde 5] (geboren op [geboortedag 6] 2004).
alsmede, zich niet op te houden in [locatie] .
Urinecontroles
Veroordeelde werkt mee aan urinecontroles om inzicht te blijven houden in het middelengebruik en of het stoppen met middelengebruik stand weet te houden.
Intensieve Trajectbegeleiding
Veroordeelde werkt mee aan de ITB maatregel vanuit de jeugdreclassering voor de contactfrequentie en structuur.
Het hof geeft opdracht aan [stichting] tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Aldus gewezen door:
mr. N. van der Laan, voorzitter,
mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. A.C. van Campen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. E. Vogelvang, griffier,
en op 16 januari 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. Van der Laan voornoemd is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.