ECLI:NL:HR:1929:129
Hoge Raad
- Cassatie
- Fentener van Vlissingen
- Schepel
- Van Gelein Vitringa
- Kirberger
- Polak
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring huwelijk wegens strijdigheid met artikel 84 BW ondanks eerdere echtscheiding
In deze zaak vordert de Officier van Justitie de nietigverklaring van een huwelijk gesloten op 7 november 1923 tussen eiser en zijn tweede echtgenote, omdat eiser op dat moment nog gehuwd was met zijn eerste vrouw. Hoewel de eerste echtscheiding in 1918 was uitgesproken en ingeschreven, werd deze in 1924 door het Hooggerechtshof van Nederlandsch-Indië herroepen, waardoor partijen werden teruggebracht in de oorspronkelijke huwelijkse staat.
De rechtbank en het hof oordeelden dat het huwelijk met de tweede echtgenote nietig was omdat het was gesloten in strijd met artikel 84 van Pro het Burgerlijk Wetboek, dat een man slechts met één vrouw tegelijk kan zijn gehuwd. De eisers voerden aan dat zij bevoegd waren te huwen omdat de echtscheiding op het moment van het tweede huwelijk nog geldig was, maar dit verweer werd verworpen.
Daarnaast werd het verweer dat de Officier van Justitie niet bevoegd was om op te treden in Amsterdam verworpen, aangezien het Openbaar Ministerie geen procureur hoeft te stellen bij optreden ter handhaving van de wet. De Hoge Raad verwierp alle cassatiemiddelen en bevestigde het arrest van het hof, waarmee het huwelijk nietig werd verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de nietigverklaring van het huwelijk.