ECLI:NL:HR:1929:317
Hoge Raad
- Cassatie
- Fentener van Vlissingen
- Schepel
- Van Gelein Vitringa
- Kirberger
- Polak
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid van eigendomsoverdracht als zekerheid voor leenschuld ondanks constituto possessorio
In deze zaak heeft de Hoge Raad geoordeeld over de rechtsgeldigheid van een bijzondere overeenkomst waarbij een automobiel als zekerheid voor een leenschuld in eigendom werd overgedragen aan de schuldeiser, terwijl het goed in de macht van de schuldenaar bleef (constituto possessorio).
De eiser had aan de verweerder een lening verstrekt en als zekerheid een auto overgedragen met de afspraak dat de auto onder de schuldenaar zou blijven zolang aan de betalingsverplichtingen werd voldaan. Bij wanbetaling mocht de schuldeiser het eigendom opeisen zonder ingebrekestelling.
Het hof had geoordeeld dat deze overeenkomst rechtsgeldig was en geen pandovereenkomst, ondanks dat de wet alleen pandrecht kent voor roerende zaken die in de macht van de schuldenaar blijven. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep, stellende dat partijen vrij zijn bijzondere overeenkomsten te sluiten zolang deze niet in strijd zijn met de wet of de openbare orde en geen derden benadelen.
De uitspraak benadrukt dat de wettelijke regeling van pandrecht niet uitsluit dat partijen andere rechtsgeldige zekerheidsstellingen kunnen overeenkomen, ook al ontbreekt de waarneembaarheid voor derden. De Hoge Raad veroordeelde de eiser in de kosten van het cassatieproces.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de bijzondere eigendomsoverdracht als zekerheid wordt als rechtsgeldig bevestigd.