ECLI:NL:HR:1929:392
Hoge Raad
- Cassatie
- Fentener van Vlissingen
- Kosters
- Schepel
- Kirberger
- Polak
- Rechtspraak.nl
Geldlening met zekerheidseigendom en geldige titel zonder wetsontduiking
In deze zaak stond centraal of een overeenkomst waarbij inventarisgoederen van een koffiehuishouder aan een brouwerij werden verkocht als zekerheid voor een geldlening rechtsgeldig was. De overeenkomst hield in dat de koffiehuishouder de inventaris verkocht, maar deze in bruikleen hield en onder voorwaarden kon terugkopen na aflossing van de lening.
De curator in het faillissement van de koffiehuishouder betwistte de geldigheid van deze overeenkomst en stelde dat het een schijnovereenkomst was, bedoeld om wettelijke regels te omzeilen. De rechtbank verklaarde de overeenkomst nietig, maar het hof oordeelde dat er geen schijnovereenkomst was en dat de overeenkomst geldig was.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof. De overeenkomst was bedoeld om zekerheid te verschaffen voor de lening en was niet in strijd met wettelijke bepalingen omtrent pandrecht of met de gelijkgerechtigdheid van schuldeisers. Ook was er geen sprake van een ongeoorloofde wetsontduiking of strijd met de goede zeden.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde de eiser in cassatie in de kosten. Hiermee werd de geldigheid van de overeenkomst bevestigd en de vordering van de brouwerij tot afgifte van de inventarisgoederen toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de geldigheid van de overeenkomst en wijst het cassatieberoep af.