ECLI:NL:HR:1932:392
Hoge Raad
- Cassatie
- Fentener van Vlissingen
- Visser
- Kosters
- Van Gelein Vitringa
- Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Faillissement en bedrog bij koopovereenkomst met vordering tot schadevergoeding
De zaak betreft een geschil tussen de Twentsche Bank en de curatoren in het faillissement van de N.V. Catalla over een koopovereenkomst van een terrein met vermeend bedrog. De Twentsche Bank stelde dat de curatoren onrechtmatig in bezit waren van het terrein en vorderde eigendom en schadevergoeding.
De curatoren stelden dat Catalla het terrein had gekocht en dat de makelaar namens de Twentsche Bank onjuiste garanties had gegeven over de ligging en uitweg van het terrein, waardoor Catalla schade had geleden. De rechtbank wees de vordering van de curatoren tot schadevergoeding af, maar het hof vernietigde dit en kende de schadevergoeding toe.
De Hoge Raad oordeelde dat de curatoren terecht een vordering uit onrechtmatige daad hadden ingesteld naast de mogelijkheid tot vernietiging van de overeenkomst wegens bedrog. Ook werd geoordeeld dat het terrein geen uitweg had en dat er geen erfdienstbaarheid bestond. Het cassatieberoep van de Twentsche Bank werd verworpen en zij werd veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Twentsche Bank wordt verworpen en de schadevergoeding aan de curatoren wordt bevestigd.