Uitspraak
eook de Overheid zich kan schuldig maken aan handelingen in strijd met de zorgvuldigheid, welke in het maatschappelijk verkeer betaamt ten aanzien van eens anders persoon of goed, wanneer zij aan dat verkeer deelneemt op gelijken voet als een bijzonder persoon door handelingen te verrichten, die naar haar aard niet slechts door de Overheid, maar ook door een bijzonder persoon kunnen worden verricht, hetgeen het geval is, wanneer de Ontvanger ter vervulling van zijn Overheidstaak runderen verkoopt;
ede Staat bij zijn optreden als zoodanig weliswaar over een ruime mate van vrijheid moet beschikken om te zijner beoordeeling zoo te handelen als de omstandigheden gebieden en zijn desbetreffend beleid, met name ten aanzien van de vraag, of hij bij de afweging van het Overheidsbelang tegenover andere belangen aan deze laatste voldoende gewicht heeft toegekend, niet aan het oordeel van den burgerlijken rechter onderworpen is, doch de rechterlijke beoordeeling herleeft, zoodra de Staat zich bij zijn Overheidsbeleid een gedragslijn permitteert, die ten aanzien van particulieren niet meer is te beschouwen als uitvloeisel van afweging door de Overheidsorganen van de hun toevertrouwde organen, doch die kennelijk slechts wijst op het door de omstandigheden niet te verontschuldigen misbruik van bevoegdheid;
ede Staat evenals de burgers zelfs bij zijn optreden als Overheid aansprakelijk is wegens onrechtmatige daden van zijn ondergeschikten, gepleegd in de werkzaamheden, waartoe hij hen heeft gebruikt, terwijl de beperkingen, welke gelden bij de toepassing van artikel 1401 van Pro het Burgerlijk Wetboek op handelingen van de Overheid, niet gelden voor de aansprakelijkheid van den Staat ingevolge artikel 1403 van Pro het Burgerlijk Wetboek voor de daden van zijn ondergeschikten;"
bevoegdheidschept, doch de aansprakelijkheid voor het gebruik maken van die bevoegdheid en voor de wijze, waarop zulks geschiedt, geheel laat bij dengene, die de bevoegdheid uitoefent;