ECLI:NL:HR:1940:214
Hoge Raad
- Cassatie
- Visser
- van Gelein Vitringa
- Fick
- Nypels
- van der Meulen
- Rechtspraak.nl
Vordering provisor tot rekening en verantwoording stichting studiefonds afgewezen
De zaak betreft een vordering van de provisor van de stichting 'Het Almelosche Studiefonds' tegen de regenten van die stichting tot het afleggen van rekening en verantwoording. De provisor baseerde zijn vordering op verschillende Koninklijke Besluiten uit de 19e eeuw die regels stellen voor stichtingen van studiebeurzen, en stelde dat deze besluiten van toepassing zijn op de stichting.
De regenten betwistten dat het fonds onder deze besluiten valt en voerden aan dat de besluiten bovendien vervallen zijn krachtens de Hooger Onderwijswet van 1876. De rechtbank verklaarde de provisor niet-ontvankelijk, maar het hof bekrachtigde dit vonnis op andere gronden. Het hof oordeelde dat de Koninklijke Besluiten nog van kracht zijn, maar niet van toepassing op het Almelosche Studiefonds vanwege de ruime doelstelling van de stichting die niet beperkt is tot academische of hoger onderwijsstudies.
De Hoge Raad onderschreef het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep van de provisor. De Raad stelde dat de Koninklijke Besluiten uitsluitend zien op stichtingen die beurzen verlenen voor academische of aanverwante studies en niet op stichtingen met een breder doel zoals het Almelosche Studiefonds. De vordering tot rekening en verantwoording werd daarom afgewezen en de provisor werd veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de Koninklijke Besluiten niet van toepassing zijn op het Almelosche Studiefonds.