Uitspraak
[X], te
[Z], tegen de uitspraak van den Raad van Beroep voor de Directe Belastingen te
[Q]van 17 juli 1940 betreffende den hem opgelgeden aanslag in de Inkomstenbelasting over het belastingjaar 1938/1939;
Gezien de stukken;
dat de Inspecteur dus terecht het door belanghebbende opgegeven inkomen van belanghebbende heeft vermeerderd met de helft van de waardevermindering, welke die grond met zeven huisjes in 1937 onderging, zijnde de helft van f. 9380,- of f. 4690,-;