ECLI:NL:HR:1948:146
Hoge Raad
- Cassatie
- Heren Donner
- Hijink
- van der Flier
- Losecaat Vermeer
- Smits
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid van ouders voor schade veroorzaakt door minderjarig kind bij brandstichting
In deze zaak vorderde verweerder betaling van schadevergoeding wegens brandstichting veroorzaakt door de minderjarige zoon van eiser. De rechtbank stelde eiser aansprakelijk op grond van artikel 1403 BW Pro, omdat hij niet had kunnen bewijzen dat hij de daad van zijn zoon had kunnen beletten. Eiser voerde aan dat hij en zijn echtgenote voldoende toezicht hadden gehouden, gelet op de omstandigheden in 1944 en het feit dat het kind boodschappen deed.
De rechtbank verwierp dit verweer en accepteerde getuigenverklaringen van derden die hoorden zeggen dat het zoontje de brand had gesticht, evenals een verklaring van het kind zelf buiten de terechtzitting. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank het bewijsrecht onjuist had toegepast door het bewijsaanbod van eiser te negeren en de zorgplicht van ouders te streng te interpreteren zonder rekening te houden met de omstandigheden.
De Hoge Raad benadrukte dat ouders alleen aansprakelijk zijn als zij niet de zorg betracht hebben die van goede ouders onder de gegeven omstandigheden verwacht mag worden, waarbij rekening moet worden gehouden met leeftijd van het kind, levensomstandigheden en eisen van het dagelijks leven. De rechtbank had dit niet voldoende meegewogen.
De Hoge Raad vernietigde daarom de vonnissen en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor herbehandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens veroordeelde de Hoge Raad verweerder in de kosten van cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigde de vonnissen en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor herbehandeling met inachtneming van het arrest.