Uitspraak
1. den Procureur-Generaal bij het Gerechtshof te 's-Gravenhageen
2. [requirant 2], geboren [geboortedatum] 1902 te
[geboorteplaats], van beroep reiziger, wonende te
[woonplaats]en thans verblijvende in [A] te [plaats] , requiranten van cassatie tegen een arrest van dat Hof van 30 Maart 1951, houdende in hoger beroep bevestiging, met na te noemen uitzondering, van een door den Bijzonderen Politierechter bij de Rechtbank te 's-Gravenhage op 25 Januari 1950 gewezen mondeling vonnis, waarbij requirant sub 2 wegens ‘’Opzettelijke overtreding van een bij of krachtens het Deviezenbesluit 1945 gegeven voorschrift’’, onder aanhaling van de artikelen 21 en 31 van dat Besluit, 1 van de Documentenbeschikking 1945 (Staatsblad no. 97 van 25 October 1945) en 10 en 91 van het Wetboek van Strafrecht, is veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden, hebbende het Hof, met vernietiging van dat vonnis ten aanzien van de qualificatie van het feit en de opgelegde straf, den requirant sub 2 wegens ‘’Niet-opzettelijke overtreding van een bij of krachtens het Deviezenbesluit 1945 gegeven voorschrift’’ veroordeeld tot een hechtenisstraf van twee maanden, met vervanging van de artikelen 31 Deviezenbesluit 1945 en 10 Wetboek van Strafrecht door artikel 32 Deviezenbesluit Pro 1945;
Vrij;