Uitspraak
jegens de beheerdergebonden werd aan die rechtsbetrekkingen, derhalve tot het eerbiedigen derzelve, hieruit allerminst de onder 3 aangehaalde gevolgtrekking kan worden gemaakt, dat de eigenaar als
partijbij die rechtsbetrekkingen, in dit geval als toegetreden tot de verzekeringsovereenkomst, moet worden beschouwd, terwijl
indiendie stellingen 1 en 2 zelf reeds aldus zijn te verstaan, dat in het algemeen een ingevolge de verordening 154/ 41 aangestelde beheerder, in de uitoefening van dat beheer rechtsbetrekkingen treffende, door de daad zelf optrad als vertegenwoordiger van de eigenaar, en de eigenaar tot partij bij die rechtsbetrekkingen maakte, deze opvatting moet worden verworpen, omdat
bewijsvan diens gestelde
optreden namens de eigenaarnodig had geacht,