Uitspraak
[eiser 1], wonende te [woonplaats],
[eiser 2a], zo voor zich als tot bijstand en machtiging zijner sub 2b genoemde echtgenote,
[verweerster 1a], echtgenote van [verweerder 1b],
[verweerder 1b], voornoemd, zo voor zich als tot bijstand en machtiging zijner genoemde echtgenote, beiden wonende te [woonplaats],
[verweerster 2a], echtgenote van [verweerder 2b],
[verweerder 2b]voornoemd, zo voor zich als tot bijstand en machtiging zijner genoemde echtgenote, beiden wonende te [woonplaats],